
De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg groeien, terwijl de roep om ‘passende zorg’ luider klinkt dan ooit. Maar zolang ons financieringssysteem gedomineerd wordt door een handboek met labels, behandelen we geen mensen, maar codes. Het is tijd dat we de DSM degraderen van wetboek naar hulpmiddel.
Sinds 2008 is het stellen van diagnoses met de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) verplicht om een vergoeding te krijgen van de verzekering in de Nederlandse GGZ. De DSM is een boek waarin mentale stoornissen staan beschreven aan de hand van lijstjes met symptomen. Pas als een cliënt aan voldoende criteria voldoet, kan de behandeling beginnen. De diagnose fungeert daarmee als een "kassabonnetje" voor de verzekering, waarbij je zonder label, geen vergoeding krijgt. Het oorspronkelijke idee was het creëren van een gezamenlijke taal voor behandelaars en wetenschappers. Echter, wat bedoeld was als een woordenboek, is in Nederland verworden tot een allesbepalend declaratiesysteem.
Waarom de DSM nu nog belangrijk is
Psychische problematiek is erg complex, bijna niemand heeft precies dezelfde problemen. Een studie van het Radboudumc onderstreepte dit onlangs: bij mensen met eenzelfde diagnose, had slechts een klein percentage dezelfde afwijkingen in de hersenen. De DSM is dus een grove simplificatie.
Toch heeft de DSM ook zijn functie, omdat simplificatie nodig is voor onderzoek. Om te bepalen of een therapie werkt voor "de gemiddelde patiënt", heb je vergelijkbare groepen nodig. Maar de praktijk leert dat de gemiddelde patiënt niet bestaat. We weten nog te weinig van de biologische oorzaken om betrouwbare uitspraken te doen over het ontstaan van een stoornis bij één specifiek persoon. Het vormen van categorieën is een manier om nú al hulp te bieden, gericht op het verlichten van klachten totdat iemand niet meer in het “hokje” past. Maar het huidige model koppelt de vergoeding aan dat hokje, niet aan de unieke persoon of diens herstelproces.
Negatieve gevolgen van het huidige systeem
Dit vormt meteen het grootste nadeel: het systeem heeft weinig aandacht voor individuele kenmerken. Dat uit zich onder andere in stigmatisering. Hoewel een diagnose erkenning kan bieden, brengt een label vaak ook schaamte of uitsluiting met zich mee. Daarnaast is de DSM sterk Westers gekleurd omdat onderzoek vaak is uitgevoerd op witte Westerse psychologiestudenten. Wat in een andere cultuur een normale spirituele ervaring is, krijgt hier snel het label 'psychose’, Omdat diagnoses niet biologisch worden gesteld, maar door te kijken naar gedrag, is de kans op een verkeerd of wisselend label bovendien groot.
Dit verplichte “hokjesdenken” dwingt behandelaars in een spagaat: In de praktijk werken zij vaak al met een ‘verklarende diagnose’ om de mens en zijn achtergrond echt te begrijpen, maar het systeem dwingt hen dit verhaal plat te slaan tot een DSM-code voor de financiering.
Hiermee riskeer je medicalisering van problemen die soms een maatschappelijke oorzaak hebben, zoals eenzaamheid of prestatiedruk. Deze focus legt de oorzaak ook bij de cliënt in plaats van een falend systeem: Wanneer een cliënt volgens het lijstje ‘hersteld’ is, moet de persoon weer meedraaien in ditzelfde systeem wat vaak de klachten heeft veroorzaakt. De financiering is simpelweg niet ingericht op goed mee kunnen doen in de maatschappij.
Wat moet er gebeuren?
Het huidige systeem is te veel gericht op het label en te weinig op de mens. Het is niet verstandig om de DSM direct overboord te gooien, maar we kunnen de rol ervan wel veranderen van leidraad naar hulpmiddel. De politiek moet de bekostiging loskoppelen van het label en koppelen aan de daadwerkelijke hulpvraag.
In plaats van een verplicht hokje voor de verzekeraar, zouden we moeten werken met de verklarende diagnose als basis voor financiering. Hierbij beschrijft de behandelaar wat de problemen bij deze unieke persoon veroorzaakt en in stand houdt, en wat de eigen hulpbronnen zijn..
Bovendien moeten we geestelijke gezondheidszorg niet langer zien als een uitsluitend individueel probleem, maar als een systemisch vraagstuk. Een maatschappij die focust op preventie en mensen werkelijk laat meedraaien voordat het misgaat, is cruciaal. Alleen door de volledige context te zien en te investeren in zorgvormen die de mens centraal stellen, kunnen we de stap zetten naar een GGZ die niet alleen maar pleisters plakt op een systemisch probleem.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.