
Met de benoeming van een openlijk homoseksuele premier schreef Nederland geschiedenis. Dat is betekenisvol. Maar wie het coalitieakkoord leest dat onder zijn leiding werd gesloten, ziet hoe dun die symboliek soms is.
Voor jonge mensen die zich anders voelen, die zich afvragen of er plek is voor hen in dit land, is zichtbaarheid geen detail. Het is erkenning. Het laat zien dat wie je bent, je niet hoeft te begrenzen in wat je kunt worden. Dat doet ertoe. Ook voor mij. En ja, daar ben ik oprecht trots op. Maar politiek is geen PR-campagne. Geschiedenis wordt niet geschreven met symboliek alleen.
Wie het coalitieakkoord leest, ziet dat LHBTI+ er drie keer in voorkomt. De gemeenschap wordt genoemd, maar niet geprioriteerd. Er is geen visie op structurele ongelijkheid, geen antwoord op de stijgende meldingen van geweld, geen investering in preventie of sociale acceptatie. Over concrete wetgeving die al jaren onderwerp van debat is, zoals de nieuwe transgenderwet, geen woord. Homo, lesbisch, biseksueel, transgender? Niet één keer expliciet genoemd.
Dat lijkt een detail, maar woorden doen ertoe in politiek. Wie je benoemt, erken je; wie je niet benoemt, verdwijnt naar de achtergrond. En als het spannend wordt, zie je wat die woorden werkelijk waard zijn.
Wanneer het gaat over veiligheid in azc’s, over bescherming van mensen die hierheen vluchten omdat ze zijn wie ze zijn, worden waarden concreet. Op 4 februari stemde de Tweede Kamer over een motie van JA21 die oproept de regering onder geen enkele voorwaarde mee te werken aan aparte opvanglocaties voor LHBTI+-vluchtelingen. De motie benadrukte dat Nederland veilig moet zijn voor iedereen, zonder segregatie. Hoewel D66 tegen stemde, werd de motie met 95 stemmen aangenomen, mede dankzij VVD en CDA. Op dat moment wordt duidelijk hoe coalitieverhoudingen werken, hoe progressieve ambities botsen met politieke compromissen en hoeveel er soms overblijft als het erop aankomt.
Precies dáár zit de kern: rechten die afhangen van wisselende meerderheden zijn geen fundament, maar een onderhandelingspunt. Blijkbaar is het eenvoudiger om te leunen op historische symboliek dan om gelijke rechten stevig en ondubbelzinnig te verankeren in beleid.
Dat roept een fundamentele vraag op: is representatie een doorbraak op zichzelf, of pas het begin van het echte werk? Representatie zonder resultaat is leeg. Een regenboog op de gevel van een overheidsgebouw is mooi, maar als er achter die deur geen stevige bescherming, geen politieke strijd en geen voelbare verbetering van veiligheid schuilt, blijft het bij symboliek.
Als gemeenteraadslid in Amsterdam zie ik dagelijks het verschil tussen woorden en werkelijkheid: jongeren die na een coming-out tijdelijk niet thuis kunnen wonen, de hoge suïcides onder LHBTIQ+-jongeren, mensen die nog altijd omkijken op straat. Voor hen is zichtbaarheid belangrijk, maar veiligheid en concrete bescherming zijn doorslaggevend.
Wat mij zorgen baart, is dat dit coalitieakkoord op het gebied van gelijke rechten geen stevige basis legt. Het bevat mooie woorden, maar geen harde garanties. Bescherming lijkt afhankelijk van wisselende meerderheden; alsof gelijke rechten telkens opnieuw onderwerp van onderhandeling kunnen zijn.
Gelijke rechten horen niet afhankelijk te zijn van politieke windrichtingen. Ze horen vast te staan, onafhankelijk van wie er regeert. Met gemeenteraadsverkiezingen in aantocht hoor ik opnieuw de bekende woorden: progressieve waarden, inclusie, trots. Prima. Maar wie die woorden gebruikt, moet laten zien dat ze niet en nooit onderhandelbaar zijn.
Zichtbaarheid is het begin. Werken aan rechtvaardigheid is het echte werk. Dat vraagt politieke keuzes die standhouden, ook als het schuurt. Een historische kandidatuur is betekenisvol. Maar echte vooruitgang vraagt meer: gelijke rechten moeten structureel worden beschermd, niet alleen gevierd.
Dat is de keuze waar we voor staan.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.