
Het gaat uiteindelijk om veertien miljoen mensen – Israëli en Palestijnen – die elkaar een woonplaats moeten gunnen van waaruit zij ongestoord hun leven kunnen inrichten.
Op 7 oktober herdenken wij de wreedste en bloedigste pogrom sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is de massamoord die hordes zogenaamde strijders van Hamas hebben gepleegd op dorpelingen en feestgangers vlak over de grens van Gaza. Ze namen bovendien 251 gijzelaars mee. De dag na het bloedbad is een triomftocht met enkele lijken van Israëli gehouden in de hoofdstraten van Gaza-stad. Kort daarna volgden de eerste bombardementen op het dichtbevolkte gebied. Nu, drie jaar later, zijn er in de Gazastrook rond de 100.000 slachtoffers gevallen op een bevolking van 2,1 miljoen. Dat is iets minder dan vijf procent van de totale bevolking. Een paar weken geleden ging de documentaire Naza in première. Israëlische miltitairen vertelden hoe zij achter de computer gezeten aanslagen pleegden op Gazaanse gebouwen en hun inwoners. Hun genadeloosheid vertoont grote overeenkomsten met die van de aanvallers op 7 oktober.
De regering van Israël stelde zich ten doel Hamas met wortel en tak uit te roeien. Ze kreeg daarbij steun van de Verenigde Staten. Er is geen sprake van dat Hamas is uitgeschakeld. Zij heeft in de niet bezette gedeeltes van de Gazastrook nog steeds de macht in handen. De ondergrondse fortificaties van de terreurorganisatie zijn niet ontmanteld. Wel is de Gazastrook nu een aaneenschakeling van ruïnesteden. Op de bevolking is massaal wraak genomen, de oorlog is mislukt. De hoofdvijand van Israël is misschien gebutst en beschadigd, maar staat nog recht overeind.
De Palestijnen strijden voor een vrij Palestina van de rivier tot de zee. De Hamas-terreur van 7 oktober heeft een voorproefje gegeven van hoe deze staat er mogelijkerwijs uit zal zien. Daardoor is de droom van een verenigd land dat joden en Palestijnen gelijke rechten geeft, minder haalbaar dan ooit. Haat en wantrouwen aan beide zijden hebben immers ongekende hoogten bereikt.
Als oorlog is wat er de afgelopen jaren gebeurde, voor de regio niet uitzonderlijk. Conflicten en burgeroorlogen worden er met de grootste wreedheid uitgevochten. Kijk maar naar de burgeroorlogen in Soedan, Syrië en Jemen. Of het geweld in Irak. De Israëlische regering gedraagt zich niet anders dan het gemiddelde regime in het Midden-Oosten dat met een gewapende vijand wordt geconfronteerd. Europeanen beschouwen Israël als een westers land. Dat is het niet. Het maakt deel uit van machtsconstellaties in het Midden-Oosten en het gedraagt zich als zodanig. Nee, dat is geen prettig gezicht.
Verleden week probeerde een piloot een passagiersvliegtuig te laten neerstorten op Tel Aviv. Aan boord waren voornamelijk Israëli. Die hadden waarschijnlijk allemaal militaire ervaring. Zij namen het vliegtuig over en hielden de terrorist in bedwang, terwijl twee van hen – toevallig piloot van opleiding – het toestel veilig aan de grond zetten. In de berichtgeving hierover kreeg een detail te weinig aandacht: elke dag zijn er tien reguliere vluchten tussen Tel Aviv en de Verenigde Arabische Emiraten. Die onderhouden namelijk sinds enkele jaren goede banden met Israël. Ook met Saoedi-Arabië zijn er goede banden. Egypte en Jordanië hebben al lang geleden vrede gesloten met Israël. Eerstgenoemd land is de tweede hoofdvijand van Hamas. Het koningshuis van Jordanië beschouwt de eigen Palestijnse bevolking als een risicofactor. Waarschijnlijk heeft het niet veel op met een mogelijk vrij Palestina van de rivier tot de zee.
Daardoor is Israël geen paria in het Midden-Oosten.
Die vijfenzeventig jaar laten namelijk nog iets zien: allerlei regimes in het Midden-Oosten hebben de Palestijnen als pion voor hun eigen doelen ingezet maar als puntje bij paaltje komt, staan ze alleen.
Terug naar de dag van heden. Dat is er een van rouw voor de slachtoffers van 7 oktober. Aanhangers à outrance van Israël zullen nu zeker op zoek gaan naar T-shirts en zinsneden die uitgelegd zouden kunnen worden als steun aan de massamoord. Omgekeerd zullen weer anderen voor de zoveelste maal vaststellen dat het allemaal niet begon op die zevende oktober maar dat er 75 jaar Israëlisch geweld aan vooraf ging. Alsof dat een excuus is om een bloedbad aan te richten onder feestgangers en boeren.
En alsof dit bloedbad een excuus is om drie jaar lang je razernij te botvieren op de burgers van Gaza, terwijl het voornaamste oorlogsdoel, het uitschakelen van Hamas, niet wordt gehaald.
Dit drama kent geen helden, wel schurken. Wij in Europa moeten ervoor waken ons te laten gebruiken als nuttige idioten door dit brede assortiment schurken dat misbruik maakt van ons idealisme en onze humaniteit, dat organisaties als Christenen voor Israël, dan wel The Rights Forum voor het eigen karretje spant. Kijk naar wat anderen overkwam, die zich in die moeras hebben laten vastzuigen met momenteel Trump als het meest spectaculaire voorbeeld.
Evenmin mogen wij ons verliezen in bittere polemieken over de juiste woordkeus.
Kunnen Europeanen dan niets doen? Waar mogelijk bemiddelen. Dat is alles. Vooral geen partij kiezen. Het gaat uiteindelijk om veertien miljoen mensen – Israëli en Palestijnen – die elkaar een woonplaats moeten gunnen van waaruit zij ongestoord hun leven kunnen inrichten.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen net als wat er nu opdoemt rond het UWV en de de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis.