
Verkiezingen winnen is één dag leuk, luidt een modern Haags gezegde. Als je de grootste bent geworden, mag je vervolgens op zoek naar andere partijen die je aan een meerderheid helpen. En die coalitiepartners willen in ruil voor hun steun zoveel mogelijk tegemoetkomingen. Hoe harder ze nodig zijn, hoe meer eisen ze kunnen stellen. De laatste partij die een coalitie aan de meerderheid helpt, kan zodoende veel punten binnenhalen.
Het kabinet-Jetten hoopt zijn plannen door het parlement te loodsen met behulp van wisselende meerderheden. Steun voor de AOW-plannen komt dan bijvoorbeeld van de SGP en de groep-Mossad, terwijl stikstofmaatregelen door GroenLinks-PvdA aan een meerderheid geholpen kunnen worden, zo is het idee.
Dat kan een tijdje goed gaan. Tot het najaar. Want dan komt het kabinet met de begroting voor volgend jaar. Die moet niet alleen door de Tweede maar ook door de Eerste Kamer, waar de coalitie slechts 22 zetels heeft. Steun van GroenLinks-PvdA (14 zetels in de Senaat) of de BBB (12 zetels) is onmisbaar voor een meerderheid.
In 2019 baarde de toenmalige GroenLinks-leider Jesse Klaver nog opzien toen hij aankondigde dat hij alle begrotingen van het kabinet (Rutte III) zou steunen. Daarmee sloeg hij zichzelf alle wapens uit handen om de plannen aan te passen, luidde de kritiek. “We zien in de begrotingen dat er meer geld beschikbaar komt voor bijvoorbeeld landbouw en onderwijs. Tegenstemmen betekent dan dat daar juist minder geld naartoe gaat”, lichtte Klaver zijn ‘anti-scorebordpolitiek’ toe.
Dit jaar zal de situatie radicaal anders zijn. Naar defensie gaat weliswaar meer geld, maar elders wordt de broekriem aangehaald. Op de zorg en de sociale zekerheid wil het minderheidskabinet bijvoorbeeld fors bezuinigen. Waarom zouden GroenLinks-PvdA of BBB dergelijke pijnlijke maatregelen steunen als ze daarvoor niets terugkrijgen? Rob Jetten stevent af op “permanente chaos” als hij denkt dat hij er kan komen met gelegenheidscoalities, waarschuwde Klaver al tijdens het debat over de regeringsverklaring.
De leider van GroenLinks-PvdA wees het kabinet er bovendien op dat er in het parlement geen meerderheid bestaat voor het ‘financieel kader’ dat de coalitiepartijen hebben afgesproken. Ook premier Jetten lijkt die rekensom te hebben gemaakt. Hij is bereid tot aanpassingen, verklaarde hij. De meest voor de hand liggende aanpassing is dat Jetten het begrotingstekort wat laat oplopen om tegemoet te komen aan de wensen van de oppositie. Maar het kabinet kan er ook voor kiezen om meer belastingen op te halen, bijvoorbeeld door de hypotheekrenteaftrek af te bouwen.
Het zijn aanpassingen waarvoor Jetten de handen niet op elkaar zal krijgen bij de VVD. Tegenover NRC verklaren anonieme VVD’ers al “dat er beslist geen sprake kan zijn van het oprekken van de begrotingsruimte”. Als zij voet bij stuk houden, kan het kabinet-Jetten nog sneller vallen dan het kabinet-Schoof.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.