Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Elke twee dagen wordt er een milieuactivist vermoord, al tien jaar lang

Meeste slachtoffers in armere landen en onder inheemse bevolking
Joop

Gaan sponsors de culturele sector redden?

  •  
04-02-2013
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
BNNVARA fallback image

Theater is geen voetbal, film geen wielrennen

De laatste vrijdag van het Internationaal Film Festival Rotterdam IFFR heeft geen geluk met het weer. Het regent en de stad voelt mistroostig aan. Het Schouwburgplein, hart van het festival, al evenzeer. Een paar levensgrote plastic posters pogen een festivalsfeer te creëren, maar het lukt niet. Het ziet er allemaal erg goedkoop uit.
De economische malaise raakt de culturele sector onevenredig hard. De afgenomen subsidies moeten gecompenseerd worden met sponsoring, maar de vooruitzichten lijken me grimmig. Zelfs voor het IFFR, een voorloper op het gebied van dit soort financiering.
Vaak wordt de cultuursector vergeleken met de sportsector als het gaat om het binnenhalen van opbrengsten, zoals uit kaartverkoop en sponsoring. De cultuursector zou, zo wil men doen geloven, veel te winnen hebben bij het sponsormodel dat de sport met zoveel succes toepast. De vergelijking gaat echter om meerdere redenen mank:
– sponsoring is ook in de sport niet langer vanzelfsprekend; – cultuur heeft anders dan sport geen massabereik; – sponsoring leren inzetten kost decennia.
De simpelste reden waarom de redenering ‘van subsidie naar sponsoring’ niet opgaat is omdat sponsoring in Nederland in alle sectoren een lastige periode doormaakt. Niet alleen vanwege de aanhoudende crisis (zie link sponsormonitor onderaan) maar ook vanwege het model van sponsoring. Opvallend is dat twee van top drie sponsors (Rabobank en Aegon) hun sponsoring aanzienlijk verminderen. Sponsors zoeken in plaats daarvan een nieuw model, vaak gericht op maatschappelijke bijdragen, en steken liever geen grote bedragen meer in een instelling, ongeacht of dat nu om sport of cultuur gaat.
Massabereik Een veel gehoorde reden om grote bedragen te investeren in sponsoring luidt dat er zo op een relatief voordelige manier een grote massa mensen bereikt wordt. Sport komt vaak op TV en trekt als evenement veel publiek. Dat is goed voor het verkrijgen van naamsbekendheid. Denk aan het voorbeeld van beslist.nl in het schaatsen. Cultuur daarentegen trekt compleet andere media-aandacht. Vaak is er op tv nauwelijks iets van te zien. Van massabereik is nauwelijks sprake omdat veel festivals, instituten en gezelschappen een niche bedienen, soms zelfs een wel heel kleine.
Een derde reden waarom sponsoring (nog) niet tot compensatie van de zwaar afgenomen overheidsbijdragen in de cultuursector zal leiden is de leercurve. Sponsoring wordt in Nederland al sinds de jaren tachtig in de sport serieus aangepakt. Na dertig jaar sponsoren zijn er een aantal redelijk professionele sportorganisaties met bijbehorende sponsors in Nederland. Maar daar staat een grote groep tegenover die nog lang niet zo ver is.
De culturele sector staat aan de vooravond van deze leercurve. Als ze al veel van de sport kunnen leren, dan nog zal dertig jaar sponsorervaring niet in een paar jaar ingehaald zijn. 
Neem bijvoorbeeld het IFFR, in de culturele wereld een voorloper op dit gebied. Het festival telt zes hoofdsponsors, op zich al een bijzondere prestatie. Maar gluur even door je wimpers naar het rijtje namen en je ziet sponsors met weinig perspectief: een omroep die de komende jaren zelf flink gekort wordt, een krant in een door internet geplaagde nieuwsindustrie, een loterij die over een jaar te maken krijgt met zware concurrentie door verruiming van de kansspelenmarkt, een goed doel dat zelf afhankelijk is van bijdragen van sponsors, overheden en individuen, een zusterfestival in Curaçao en een tv-kabelexploitant. Alleen de laatste is zo te zien een stabiele factor de komende jaren.
Het IFFR mag dan een van de bekendste culturele evenementen van Nederland en daarbuiten zijn, massabereik heeft het niet. In 2012 waren er 274.000 bezoeken aan het festival. Dat zijn alle films (en side events) bij elkaar opgeteld. Het aantal unieke bezoekers is slechts een fractie daarvan. Er is veel publiciteit, maar die komt vooral via  media die traditioneel de rol van sponsors negeren en al helemaal geen merknamen willen noemen, zoals de kranten. Er is redelijk wat aandacht op social media (het aantal tweets met de hashtag #iffr ging richting de 30.000), maar dit bereik wordt niet voor sponsoring ingezet. Op tv, het lievelingsmedium van sponsors, is er slechts beperkt aandacht voor het festival.
Voorloper Het IFFR heeft enkele jaren terug het roer radicaal omgegooid en een van de meest ervaren zakelijk leiders uit de culturele sector binnengehaald. Haar bijdrage is zichtbaar dit jaar: voor elke film is er een oproep tot doneren, er is een tijgervriendenpas voor €50 waarmee je privileges hebt, zoals vroeg de mogelijkheid om vroeg te reserveren, en er zijn diverse sponsoracties. IFFR is een voorloper in de cultuursector, doet het goed maar zou met deze inzet in de sportsector toch nauwelijks opvallen: er is kortom nog veel te leren.
Als het ervaren, en relatief op een groot publiek gericht, IFFR het al moeilijk heeft met de sponsoring, kun je zelf wel nagaan hoe dat moet zijn bij andere culturele instellingen. De overheidsfinanciering van cultuur terugdraaien met de suggestie dat het bedrijfsleven en particulieren maar moeten overnemen is zoiets als alle wegwijzers en straatnaambordjes weghalen en zeggen dat mensen de weg voortaan maar met hun smartphone moeten vinden. Het kan natuurlijk, maar alleen theoretisch.
De sponsormonitor 2012: Sponsorfees top 50 dalen  (cijfers voor 2013 zullen verder dalen, heb ik vernomen)

Meer over:

opinie, leven,

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (6)

roher
roher4 feb. 2013 - 15:12

Kitsch gaat de culturele sector redden!

wvdstraat
wvdstraat4 feb. 2013 - 15:12

Als theaterprofessional en kunsthistoricus werk ik ruim 30 jaar in de sector en het is op zicht juist dat er vele kansen en (voornamelijk) kansjes gemist worden op gebied van sponsoring en marketing. Vaak zijn dat zaken die voor de hand liggen als zijn ze - nogmaals ! - vaak beperkt. Men zit, ook de deelspecialisten, vaak in een klein denkraam, waardoor ik als productieleider en technisch manager het hoofd publiciteit er regelmatig op moest wijzen poster en flyers van ballet en dansvoorstellingen naar lokale dansscholen te sturen. Ook sponsoring van voorstellingen loopt vaak lastig, omdat directies dan de "eer" moeten delen en dat doet men liever niet. Museum- en schouwburgdirecteuren zien zichzelf graag als onafhankelijke notabelen, dan wel als onaantastbare bestuurders. Toch zitten er wat fouten in het artikel: Totaan de kaalslag van halve zoolstra gingen er veel meer betalende bezoekers naar theater dan naar alle voetbal bij elkaar. Van het aantal museumbezoekers kan de sport alleen maar dromen. Het is verder op zich juist, dat tv-uitzendingen de sport veel interessanter voor sponsoring en reclame maken, maar dat geldt ook de 'live-beleving'. Afleidende beelden tijdens theater en/of museumbezoek zouden zeer schadelijk zijn. Aan wat kleinschaliger sponsoring doet met in de culturele sector al bijna even lang als in de sport. Vermeldingen bij de entrée, bij advertenties, achterop toegangsbewijzen, in programmaboekjes, bij Sterreclames, en ook van de organisaties zelf. Meeprofiterende Horeca, steden en gemeentes zijn juist degenen die het af laten weten en een aantal media zouden wel wat meer kunnen betekenen dan een cabaret-registratie. Binnen de mogelijkheden is er best nog wat te winnen, met de juiste uitgangspunten. Bevolking en politiek kunnen daar overigens ook aan bijdragen, door hernieuwde trots op cultuurbezit en het terugkerend besef van het belang ervan.

Grozny
Grozny4 feb. 2013 - 15:12

- cultuur heeft anders dan sport geen massabereik; - sponsoring leren inzetten kost decennia. en ik maar denken dat door al die overheidsubsidies nederlandse "kunstenaars" zo creatief zijn geworden.

Petruja
Petruja4 feb. 2013 - 15:12

Grappige titel: Gaan de sponsors de culturele sector redden? Het wekt de suggestie dat de culturele sector ten onder gaat en redding behoeft. De culturele sector bestaat sinds de mensheid beschaafd werd en er is geen overheid geweest dat deze sector heeft kunnen ombrengen. Wanneer de overheid zich terugtrekt dan zal de sector een nieuwe balans vinden. De geschiedenis leert dat juist in tijden van crisis deze sector als geen ander kan opleven.

RemusMcMillan
RemusMcMillan4 feb. 2013 - 15:12

nou de mening zijn hier niet over verdeeld. Culturele sector niet piepen, gewoon van den luie kont en aan het werk. Het gemak van subsidie komt de kwaliteit niet altijd ten goede. Ik herinner mij nog allerlei cultuur (geld) prijzen voor 'kunstwerken' zoals een vierkanten bak gevuld met bakstenen of 50 tegeltjes Delfts blauw op een witte muur. Dat kan ik ook.

Monique Sparla
Monique Sparla4 feb. 2013 - 15:12

Het hele idee dat afgenomen subsidies gecompenseerd moeten worden met sponsoring geeft aan dat men binnen de cultuur sector totaal geen notie heeft van het werkelijke probleem is binnen de gehele sector. Gedwongen door politiek moeten hedendaagse kunstenaars, als deze bestaansrecht wil hebben, een creatieve ondernemer zijn volgens het nieuwe beleid. Bijna alles is binnen dit huidige politieke systeem is tot een product geworden en ‘bestaansrecht’ lijkt dan ook bijna gelijk te staan aan ‘economische waarde’. Op een bepaald moment is het bestaansrecht van de kunstenaar en zijn werk, volgens veel conservatieve politici, tot een elitaire, bijna nutteloze, marginale, snel te consumeren maatschappelijke bijdrage verworden. (En dat zegt bijzonder veel over de ego's van de mensen aan het politieke roer!) Het is dus maar de vraag of het economische recept dat vanuit de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld is, oa "sponsoring" en het vercommercialiseren onze welvaart en de cultuur gaat redden. Juist door de huidige economische crisis is het moeilijk om externe financiële middelen aan te trekken. En zijn nieuwe concepten en verdienmodellen evenzeer van belang als het ontwikkelen van een nieuwe visie en van samenwerkingsverbanden binnen de cultuur sector. Kunstenaars hebben nu dus te maken met een ‘legacy’ zeker als het gaat om begrippen als kunst en cultuur, die in de achttiende eeuw geïntroduceerd werden. De kunstenaar zelf is tot op heden een buitenstaander gebleven, iemand die de regels van de dominante cultuur niet kan of wil begrijpen en vanuit z’n werk de bewondering, afkeer en vervreemding visualiseert. En daar voor zijn musea en ander podia in het leven geroepen. Echter wat nu in mijn beleving moet gebeuren is dat de relatie tussen de kunstenaar en de gene die hij of zij inspireert intensifieerd. Er moet een stellingname komen. De overheid heeft hiervoor met de beperkte resources die het ter beschikking wilt stellen een beleid nodig hoe de infrastructuur ervan beter in te richten. Sponsoring is een van de vehikels die ontwikkeld zijn om een wederzijdse dienst beter te laten verlopen. Het is een verdienmodel, meer niet. En er per podium gedifferentieerde verdienmodellen die een nieuwe infrastructuur nodig hebben. Iets waar ik de overheid niet in zie investeren. Dit betekent dat de overheid door het ontnemen van het oude verdienmodel eigenlijk gedwongen zou moeten worden om de nationale, transnationale en internationale podia te vinden en als intermediair mogelijkheden zou moeten scheppen waar door er standpunten ingenomen kunnen worden tussen de kunstenaar naar de "cultuur consument" en vise versa. Hedendaagse techniek beidt de cultuur sector tal van mogelijkheden aan die op lange termijn via microfinanciering financiers (en dus ook om sponsoren) te vinden. Waardoor er een duurzame relatie onderling kan worden aangegaan met het publiek. Een goed voorbeeld had het Nederlands Paviljoen tijdens de Biënnale Venetië kunnen worden met het project Stellingname. Echter traditioneel, conservatief en kneuterig elitair denken van de huidige bestuurders en beleidsmakers maakt dat men liever blijft kleven aan verouderde ideeën over de status van een kunstenaar, zijn werk en zijn verdienmodel. Even voor ons er wordt, met alle respect voor het werk van de kunstenaar, €450.000 besteed aan 1 persoon ipv alle top Nederlandse kunstenaars de ruimte te bieden om van dit podium gebruik te kunnen maken vind ik niet meer passend en van deze tijd. Vandaar dat ik iedereen uitnodig om de met als ondertitel 'de 2e weg naar Venetië' op donderdag 7 maart van 15 tot 21 uur naar de Salon des Refusés te komen. De locatie is in de aula van de Gerrit Rietveld Academie. 30 curatoren zullen nav het initiatief van Nina Folkersma en Tijmen van Grootheest tijdens de Salon des Refusés de rijkdom aan ideeën laten zien hoe het podium ook ingericht had kunnen worden. Ter informatie het wordt een presentatie van curatoren die hebben gereageerd op de open call voor de inzending van het Nederlandse paviljoen en de kwaliteit van Nederlandse tentoonstellingsmakers en kunstenaars. Persoonlijk zal ik het concept "Stellingname" verder toelichten en presenteren.