Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Extreme rijkdom is geen probleem van te veel geld maar van te veel macht

Gisteren
leestijd 5 minuten
169 keer bekeken
ANP-563707894

Het superjacht van Tilman Joseph Fertitta afgemeerd in Venetië. De miljardair is door Trump tot ambassadeur benoemd.

We praten over de superrijken meestal alsof hun rijkdom vooral een geldprobleem is. De een bezit een miljoen, de ander honderd miljoen en een enkeling honderd miljard. Dat voelt oneerlijk en dus gaat de politieke discussie al snel over belasting: moeten de allerrijksten een, twee of drie procent van hun vermogen afdragen? Maar daarmee slaan we een belangrijkere vraag over: wat betekent het eigenlijk om honderd miljard te bezitten?

Iemand met honderd miljard koopt niet simpelweg meer huizen, auto's of vakanties. Niemand kan zoveel geld consumeren. Op een bepaald moment verandert geld daarom van karakter. Het wordt de mogelijkheid om bedrijven te kopen, concurrenten over te nemen, media te bezitten, nieuwe technologie te financieren, politieke lobby te betalen en enorme investeringen te sturen.

Extreme rijkdom is daarmee niet simpelweg extreem veel geld. Extreme rijkdom is extreme economische macht.

Macht stopt niet bij de grens
Juist daar ontstaat het internationale probleem. We spreken over Amerikaanse, Franse of Nederlandse miljardairs alsof hun economische macht bij de landsgrens ophoudt, maar kapitaal heeft geen paspoort. Een Amerikaans technologiebedrijf kan bepalen hoe miljoenen Nederlanders communiceren en welke informatie zij te zien krijgen. Internationale investeerders kunnen Nederlandse bedrijven, woningen en infrastructuur kopen. Een kleine groep zeer vermogende aandeelhouders kan tegelijkertijd invloed hebben op technologie, energie, financiële markten, media en kunstmatige intelligentie in tientallen landen.

Extreme rijkdom in Amerika is daarom niet alleen een Amerikaans probleem. De economische macht die daar wordt opgebouwd, kan ook in Nederland worden uitgeoefend. Onze democratie is grotendeels nationaal georganiseerd, maar economische macht is internationaal georganiseerd. Precies daar ontstaat een steeds groter probleem: nationale overheden proberen internationale economische macht met nationale middelen te begrenzen.

Dan belasten we de miljardairs toch?
Het meest voor de hand liggende antwoord is belasting. Internationaal wordt daarom gesproken over een minimale belasting voor zeer grote vermogens. De Franse econoom Gabriel Zucman werkte voor het Braziliaanse G20-voorzitterschap een voorstel uit waarbij miljardairs effectief minimaal ongeveer 2 procent van hun vermogen aan belasting zouden betalen. Dat voorstel maakte van de belastingpositie van de allerrijksten nadrukkelijk een internationaal onderwerp.

Zo'n belasting kan verstandig zijn. Zij kan belastingontwijking verminderen, de belastingdruk eerlijker verdelen en overheden veel geld opleveren. Maar het is belangrijk om belasting niet te verwarren met een oplossing voor economische machtsconcentratie.

Neem iemand met een vermogen van 100 miljard euro. Twee procent daarvan is 2 miljard euro. Dat is een enorm bedrag waarmee een overheid veel kan doen. Maar na betaling bezit die persoon nog steeds ongeveer 98 miljard euro en daarmee vrijwel dezelfde economische mogelijkheden als daarvoor. Hij kan nog steeds bedrijven kopen, media bezitten, miljarden investeren in kunstmatige intelligentie, concurrenten overnemen, lobby financieren en grote kapitaalstromen sturen. Belasting bepaalt hoeveel geld iemand afdraagt. Macht gaat over hoeveel controle iemand daarna nog bezit. Dat zijn twee verschillende vragen.

De overheid krijgt geld, maar de macht blijft bestaan
Daarmee komen we bij de kern van het probleem. Een vermogensbelasting behandelt extreme rijkdom vooral als een verdelingsvraagstuk: er is heel veel geld bij een kleine groep terechtgekomen en de overheid haalt daar een gedeelte van terug. Maar wat als dat geld ondertussen is veranderd in zeggenschap? Dan is belasting alleen niet genoeg. De overheid ontvangt geld, terwijl dezelfde persoon eigenaar kan blijven van bedrijven, aandelen, platforms, patenten, grond, media en infrastructuur. De belastingopbrengst wordt beter verdeeld, maar de onderliggende machtsverhouding hoeft nauwelijks te veranderen.

Daar komt bij dat grote rijkdom zichzelf kan versterken. Wie weinig geld heeft, gebruikt het grootste deel daarvan om te leven: wonen, eten, energie en vervoer. Wie miljarden bezit, kan een groot deel van dat geld gebruiken om nog meer bezit te verwerven. Aandelen leveren rendement op, bedrijven genereren winst en groot kapitaal geeft toegang tot investeringsmogelijkheden die voor gewone burgers onbereikbaar zijn.

geld koopt bezit -> bezit geeft macht -> macht geeft nieuwe kansen -> meer geld en bezit

Een belasting van 2 procent kan een deel van die groei afremmen, maar zij doorbreekt dit mechanisme niet automatisch. Daarom is de discussie over een, twee of drie procent belasting uiteindelijk te beperkt. We praten vooral over hoeveel geld we achteraf terughalen, maar veel minder over hoeveel economische macht we vooraf toestaan.

1Hoeveel macht mag één persoon hebben?
Daarmee verschuift de belangrijkste politieke vraag. Niet alleen: hoeveel belasting moet een miljardair betalen? Maar ook: hoeveel economische macht mag één persoon eigenlijk verzamelen? Op andere terreinen vinden we het heel normaal om zulke grenzen te stellen. Bij politieke macht accepteren we niet dat een partij alle macht naar zich toe trekt. We hebben mededingingsrecht omdat we niet willen dat een onderneming een hele markt beheerst. Banken worden gereguleerd omdat hun macht en risicogedrag het financiële systeem kunnen bedreigen. Macht wordt dus voortdurend begrensd wanneer te veel concentratie schadelijk wordt voor de samenleving. Waarom zouden we bij extreme economische rijkdom dan vrijwel alleen naar belasting kijken?

Als extreme rijkdom internationale macht creëert, hebben we ook internationale tegenmacht nodig. Dat betekent afspraken over belasting, maar ook over monopolies, bedrijfsovernames, media-eigendom, politieke financiering, lobby, digitale platforms, transparantie van eigendom en de concentratie van aandelen en zeggenschap. Een internationale belasting van 2 procent kan daar onderdeel van zijn, maar ze is geen eindpunt.

Uiteindelijk is het probleem niet dat iemand honderd miljard euro kan uitgeven. Dat kan niemand. Het probleem is dat honderd miljard kan worden omgezet in bedrijven, technologie, grond, informatie, infrastructuur, toegang, invloed en zeggenschap. En juist die macht kan zonder veel moeite landsgrenzen passeren. Daarom is extreme rijkdom geen Amerikaans probleem, geen Frans probleem en geen Nederlands probleem. Het is een internationaal machtsprobleem.

Van belasting naar begrenzing
Als we die analyse serieus nemen, ligt de volgende vraag voor de hand: moeten extreme vermogens onbeperkt kunnen blijven groeien? De precieze grens is uiteindelijk een politieke keuze. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een maximum ergens tussen 10 en 50 miljoen euro. Het belangrijkste principe is niet het exacte bedrag, maar de erkenning dat onbeperkte vermogensgroei ook onbeperkte concentratie van economische macht mogelijk maakt.

De vraag is daarmee niet alleen hoeveel belasting superrijken moeten betalen, maar ook hoeveel vermogen - en daarmee hoeveel economische macht - we een persoon maximaal willen laten bezitten. Want als extreme rijkdom extreme macht betekent, moeten we niet alleen vragen wat iemand bijdraagt aan de samenleving. We moeten ook durven bepalen waar de grens aan die macht ligt.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor