
Over een week zou de top plaatsvinden tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Helaas gooide het aftreden van Keir Starmer roet in het eten, terwijl de top de Britten dichter bij Europa en de Europese CO2-markt had moeten brengen.
De onderhandelingen over een koppeling van het Britse emissiehandelssysteem aan het grotere Europese systeem lagen op koers, en ook een voedseldeal zou Britse exporteurs weer soepeler toegang geven tot de Europese markt. Tegelijkertijd wordt diezelfde klimaatmarkt in de EU van binnenuit opengebroken omdat Polen, Hongarije, Italië en Tsjechië andere prioriteiten hebben. Hetzelfde patroon van onbetrouwbaarheid in verschillende situaties.
Bedrijven aan beide kanten van het Kanaal rekenden op deze akkoorden. Een exporteur die zekerheid wil over tarieven, een producent die zijn investeringsbeslissing baseert op voorspelbare CO2-kosten: voor hen lag er eindelijk zicht op duidelijkheid. Nu begint de klok in het VK opnieuw. Starmers opvolger, Andy Burnham, moet het politieke vertrouwen en kapitaal weer opbouwen dat nodig is voor elke stap dichter bij de Europese markt.
Maar de EU zelf geeft geen overtuigend tegenvoorbeeld. Een bedrijf dat investeert in verduurzaming doet dat op basis van een verwachte CO2-prijs over tien jaar, niet over tien weken. Investeringen kosten tijd en vereisen zekerheid. Als die prijs meeschuift met de politieke coalitie van het moment, verdwijnt niet meteen de fabriek, maar de investeringszekerheid wel. Dat is wat er gebeurt als het fundament onder een systeem zichtbaar beweegt, een sluipend gebrek aan vertrouwen dat zich vertaalt in uitgestelde beslissingen, verschoven fabrieken en investeringen die elders landen.
Traagheid in de Europese besluitvorming is nauwelijks meer een fout te noemen; eerder een kenmerk. Consensusvorming kost tijd maar geeft stabiliteit op de lange termijn. Dat krijg je echter alleen als het proces doorloopt. Op dit moment is er aan beide kanten geen stabiliteit maar stilstand. Aan de Britse kant door een regeringscrisis die voltooide onderhandelingen in de wacht zet. Aan de Europese kant door onenigheid over spelregels voor de markt. Was het Europese Emissiehandelssysteem te ambitieus opgezet, of ontbreekt het aan doorzettingsvermogen als lidstaten met genoeg stemgewicht aan de bel trekken? Dat je die vraag moet stellen, zegt eigenlijk al genoeg over de betrouwbaarheid van investeren binnen de EU op dit moment.
Elk akkoord moet opnieuw worden opgebouwd zodra de politieke context verschuift. Er zijn te weinig mechanismen die lopende onderhandelingen beschermen tegen een kabinetsval, en geen automatische continuïteit als een nieuwe premier aantreedt. Aanhaken bij Europa betekent dat je moet kunnen rekenen op de houdbaarheid ervan. Anders kunnen de grote woorden en beloften over verbetering van de Europese concurrentiekracht voor bedrijven weer bij het grofvuil.
Burnham kan de deur voor de EU verder openzetten. Bedrijven en investeerders kijken daarbij verder dan goede intenties. Ze hebben investeringszekerheid nodig die standhoudt. Die moet de EU eerst zelf leveren.