
De grote coalitie in Europa is voorbij. Het is tijd dat de mainstreampartijen breken met de Europese Volkspartij
Gedurende het grootste deel van de geschiedenis van de EU regeerden christendemocraten en socialisten samen. Toen hun meerderheid in 2019 verdween, haalden ze de liberalen erbij; in 2024 ook de Groenen. Op papier leverde dit de pro-EU-mainstream een ruime meerderheid op: de EVP, S&D, Renew en de Groenen bezitten samen ruim 450 van de 720 zetels. Toch kreeg Ursula von der Leyen, toen het nieuwe Parlement haar voor een tweede ambtstermijn bevestigde, slechts 401 stemmen, grotendeels dankzij de ECR van Meloni, de Patriotten van Le Pen/Bardella en de Soevereine Naties van de AfD. De stemming was geheim, maar de betekenis ervan was dat niet: de formele pro-Europese meerderheid was al aan het afbrokkelen, en de EVP ontdekte al dat ze naar rechts kon opschuiven wanneer centrumlinks haar in de weg stond.
Al vóór de verkiezingen was de EVP begonnen afstand te nemen van de Europese Green Deal, terwijl ze steeds meer extreemrechtse taal hanteerde op het gebied van migratie en milieubescherming. Sindsdien is het patroon onmiskenbaar geworden. Bij het ene na het andere onderwerp – van Venezuela tot de terugkeerverordening – heeft de EVP niet alleen geflirt met extreemrechts. Ze heeft een alternatieve meerderheid van gemak genormaliseerd. Telkens wanneer de cijfers krap zijn, slaat ze rechtsaf.
De hypocrisie is opvallend. In eigen land beroepen de Duitse leden van de EVP, dat wil zeggen de CDU/CSU van Merz, zich nog steeds op de “Brandmauer” tegen de AfD. In Brussel doorbreekt haar Europese familie diezelfde brandmuur telkens wanneer stemmen van extreemrechts van pas komen, waaronder die van de door de AfD gedomineerde “Europe of Sovereign Nations”.
Dit is de echte meerderheid die nu de koers van de Unie bepaalt: niet de formele coalitie van EVP, S&D, Renew en de Groenen, maar een informele rechtse meerderheid die dossier voor dossier en stem voor stem tot stand komt. Zij drijft de grootste afbouw van regelgeving in de geschiedenis van de EU door, of het nu gaat om klimaat, milieubescherming, digitale rechten of volksgezondheid, in naam van het concurrentievermogen. Een nieuw rapport documenteert ten minste 20 reeds aangenomen milieutechnische achteruitgangen, terwijl er waarschijnlijk nog 30 zullen worden aangenomen als er geen verzet komt. Dit zijn overduidelijk politieke keuzes, geen technische |”vereenvoudiging”, die enorme sociale en geopolitieke kosten met zich meebrengen voor Europeanen.
Dit werkt alleen omdat de rest van de pro-Europese mainstream het toestaat. Omdat de S&D, Renew en de Groenen er in 2024 niet in zijn geslaagd politieke garanties te verkrijgen alvorens von der Leyen te steunen, zitten ze nu gevangen in hun eigen inzet voor haar meerderheid. Ze zijn de democratische verzekeringspolis van de EVP geworden: onmisbaar wanneer een aura van legitimiteit nodig is, overbodig wanneer beleid vanuit rechts moet worden doorgedrukt. Door binnen deze regeling te blijven zonder echte kosten op te leggen, houden ze de afglijding van de EVP niet tegen. Ze maken deze juist mogelijk.
Sommigen zullen tegenwerpen dat weglopen de EVP simpelweg meer vrij spel geeft, waardoor er helemaal geen centrumlinkse tegenwicht meer overblijft. Maar het tegenwicht dat zij momenteel bieden, houdt het afglijden niet tegen. In plaats daarvan legitimeert het deze, en geeft het de schijn van brede consensus aan een meerderheid die in de praktijk, wanneer het erop aankomt, is samengesteld met de ECR, de Patriotten en de Soevereinisten.
Voortgezette steun voor deze regeling dient niet langer de sociaaldemocratie of de Europese integratie: het verzwakt de progressieve agenda, normaliseert rechtse alternatieven en stelt de EVP in staat de legitimiteit van het centrum te genieten terwijl zij vanuit rechts regeert. Nu het tiende Parlement halverwege is, zijn de omstandigheden die de grote coalitie ooit rechtvaardigden, veranderd. Wat Europa ooit heeft opgebouwd, draagt er nu toe bij het uit te hollen.
De S&D, Renew en de Groenen moeten kiezen: blijven ze ondergeschikte hoeders van een door de EVP geleide orde die vanuit rechts regeert, of trekken ze hun steun in, dwingen ze een afrekening af en bouwen ze een meerderheid op die progressief, ecologisch, sociaal en oprecht pro-Europees is? Wat ze niet langer op geloofwaardige wijze kunnen doen, is extreemrechts aan de kaak stellen terwijl ze de machinerie in stand houden die het aan de macht houdt.
De herverkiezing van het voorzitterschap van het Parlement is de eerste echte test. Het opnieuw steunen van Roberta Metsola, terwijl de EVP afhankelijk is van stemmen van alle drie de fracties rechts van haar, zou de nieuwe machtsverhoudingen bekrachtigen. Waarom zou men een voorzitterschap belonen dat zijn mandaat steeds meer op de proef stelt, een tweede CSAM-stemming afdwingt na een negatieve uitkomst en het Parlement vastlegt op ‘One Europe, One Market’ zonder echte steun vanuit de plenaire vergadering?
Dit zijn politieke vragen. De tussentijdse verkiezingen zijn de eerste echte kans om te beslissen of het Parlement verder afdrijft naar een door de EVP geleide, door extreemrechts gesteunde meerderheid, of dat er nog steeds een democratische tegenmeerderheid kan worden opgebouwd. Voor centrumlinks zou weglopen niet langer een protest zijn. Het zou politiek overleven zijn en een voorwaarde voor Europese vernieuwing.
Alberto Alemanno is Jean Monnet-hoogleraar Europees recht aan HEC Paris en Democracy Fellow aan de Harvard University (2024-2026)