
Europa brandt. Zuid-Frankrijk, Griekenland, Spanje en Portugal. Hier op Mallorca liep de temperatuur deze week opnieuw richting veertig graden. Mijn temperatuur van de zwembaden gaat in de richting van de lichaamstemperatuur.
"Zie je wel, klimaatverandering." Roept iedereen in de linkse bubbel. "Nee hoor, vroeger hadden we ook hittegolven," roepen de klimaatontkenners.
Dit jaar krijgt die laatste groep zelfs een extra argument cadeau. We zitten opnieuw in een Super El Niño. Zo'n uitzonderlijk natuurverschijnsel dat gemiddeld eens in de vijftien tot vijfentwintig jaar voorkomt. Ook in 1878, lang voordat iemand van CO₂ had gehoord, zorgde een Super El Niño wereldwijd voor droogte, hongersnoden en extreme stormen. Voor zover historici dit kunnen meten komt El Niño al duizenden jaren voor.
Wie daaruit concludeert dat klimaatverandering niet bestaat, heeft het mis. Maar wie iedere hittegolf uitsluitend aan klimaatverandering toeschrijft, vertelt evenmin het hele verhaal. Het zal best zo zijn dat de gevolgen van een Super El Niño tegenwoordig groter zijn, juist omdat de gemiddelde temperatuur sinds 1878 flink is gestegen. Maar we kunnen ons ook weer beter weren dan in 1878 toen de wereld in een algehele hongersnoodramp terecht kwam.
Eigenlijk is de vraag waardoor deze zomer precies zo heet is veel minder interessant dan de manier waarop we er vervolgens met elkaar over praten.
Een paar jaar geleden werd ik uitgenodigd voor een socratisch debat met Nyenrode professor Bob de Wit (inmiddels emeritus). Tijdens corona stond hij bekend als een omstreden denker. Ik dacht dat het wel vuurwerk zou worden maar dat gebeurde niet.
We bleken het over Covid en de oorzaak van de klimaatcrisis (niet de mens volgens hem) totaal niet eens. Maar zodra we de vraag stelden hoe de wereld er over honderd jaar uit zou moeten zien, verdwenen veel van onze verschillen. Ineens bleken ze minder belangrijk dan we allebei dachten.
We waren het wel eens over iets anders. De klimaatcrisis is niet onze grootste crisis. De grootste crisis is dat we de wereld zijn gaan opdelen in losse problemen die allemaal door hun eigen experts, ministeries en belangengroepen worden bestreden.
Klimaat. Wonen. Landbouw. Migratie. Gezondheidszorg. Economie. Energie. Alsof het afzonderlijke dossiers zijn. Ze zijn allemaal onderdeel van hetzelfde systeem. En iedere oplossing die alleen naar één onderdeel kijkt, veroorzaakt bijna automatisch nieuwe problemen elders.
Dat is precies waarom de maatschappelijke discussies steeds harder worden. Niet omdat mensen dom zijn of kwaad willen, maar omdat iedereen een ander stukje van dezelfde olifant probeert te redden.
Ondertussen warmt de aarde verder op. Verdwijnen soorten. Groeit de ongelijkheid. Neemt de polarisatie toe.
Misschien zal iemand die in 2125 terugkijkt op onze tijd zich niet eens het meest verbazen over de hitte. Misschien zal hij zich vooral afvragen waarom we onze laatste kostbare decennia verspilden aan polarisatie, terwijl de systeemcrisis ongestoord verder groeide.