
Maar dat gebeurde vanwege het principiële antifascisme.
Dit is in de geschiedenis van de publieke omroep uniek! Deze opmerking wordt vaak gemaakt naar aanleiding van minister Letscherts voorgenomen besluit Ongehoord Nederland uit de publieke omroep te gooien. Weliswaar verdween in 2008 de omroep Llink van het toneel maar dat was omdat deze zich in de ogen van de landelijke Visitatiecommissie Publieke Omroep te weinig van de overige aanbieders onderscheidde.
Er bestaat één geval dat in hoge mate vergelijkbaar is: De Vrijdenkers Radio Omroepvereeniging (VRO), die per 1 januari 1937 haar uitzendrechten verloor.
De VRO was in 1928 opgericht vanuit de Dageraad, een organisatie die toen al sinds 1854 het ongeloof propageeerde. Multatuli was een belangrijk sympathisant van het gedachtengoed. Leden waren voornamelijk mensen van radicaal liberale, socialistische en anarchistische snit.
Onkerkelijken vormden in de eerste helft van de vorige eeuw een kleine minderheid. Ze werden door de massa van de gelovigen als onmaatschappelijke elementen beschouwd. Het tijdschrift De Dageraad werd dan ook in neutrale enveloppes naar de abonnees verzonden. Zo voorkwamen de leden problemen met de buren. Dat waren over het algemeen mensen van linkse en vaak anarchistische snit.
Tekst gaat verder onder de afbeelding

Zelfs de sociaaldemocraten hielden afstand van de Dageraadsmensen omdat ze katholieke en protestantse arbeiders niet nog meer van zich wilden vervreemden. Voor de VARA-microfoon waren prominente vrijdenkers dan ook niet welkom. Vandaar dat ze besloten een eigen omroep te stichten, die het na enige propaganda tot 9.000 leden bracht. De VRO werd zowaar tot het verzuilde omroepstelsel in wording toegelaten en mocht op 29 september 1929 voor het eerst een programma verzorgen. Men zond een feestelijke bijeenkomst van De Dageraad rechtstreeks uit.
Voor de microfoon verscheen Jan Hoving, voorzitter van de Dageraad. Hij sprak over het thema Mussolini als Vrijdenker en onderdrukker van de vrijheid van gedachte. In die dagen luisterde een Radio-Omroep Controlecommissie, in de wandeling aangeduid als Rococo altijd mee. Die liet al gauw de zender afschakelen. Niet alleen had Hoving de minister-president van een bevriende mogendheid beledigd, hij had zich ook niet ontzien de paus aan te duiden als "Het Opperhoofd van de Rooms-Katholieke Kerk". Op hun bijeenkomst namen de leden van de Dageraad nog diezelfde ochtend een protestmotie aan.
Toch werd de VRO in 1932 als ieniemini-zuiltje erkend. Ze kreeg één uur zendtijd per maand. Die vulde het omroepje vooral met gesproken woord. Jan Hoving liet zich niet onbetuigd. Datzelfde gold voor een jonge anarchistische activist, Anton Constandse, die op zijn oude dag in de jaren zeventig nog een gewaardeerd commentator voor de VPRO zou worden. Zij lieten hun emoties wel eens de vrije loop. Voor de rustige overtuigingskracht moest men bij de filosoof en jurist Leo Polak zijn, hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Rotterdam en de Universiteit van Groningen. Misschien waren het daarom juist zijn betogen die blinde woede veroorzaakte, in katholieke, calvinistische en fascistische kringen.
Alle spreekteksten moesten de omroepen eerst voorleggen aan de radiocontrolecommissie. Als de teksten van de VRO binnenkwamen, schrapte die er alles uit wat zweemde naar een aanval op de godsdienst of op bevriende staatshoofden. En nog werden de uitzendingen regelmatig onderbroken of zelfs geschrapt. De VRO mocht het atheïsme wel bepleiten maar geen aanvallen doen op andersdenkenden. Ook lette men er scherp op of een nieuwe wet uit 1932, die godslastering strafbaar stelde, niet werd overtreden. Toch zagen Hoving, Constandse en Polak kans fascisme en nationaalsocialisme er binnen hun beperkte speelruimte behoorlijk van langs te geven. Tussen de bedrijven door lieten ze ook hun afkeer blijken van de preutsheid en de intolerantie op seksueel gebied die onder katholieken en gereformeerden hoogtij vierde.
In 1936 ging het uiteindelijk mis. De publieke omroep viel onder de verantwoordelijkheid van minister van Binnenlandse Zaken J.A. de Wilde. Deze was achter een masker van goedgemutstheid een antirevolutionair, die zelfs zijn premier Colijn wel eens te steil was. Zo liet hij de burgemeestersloopbaan van zijn jonge partijgenoot Sieuwert Bruins Slot er onder lijden, omdat diens vrouw op zondag voor het raam zat te borduren. In 1919 had hij zich nog krachtig tegen het vrouwenkiesrecht verzet. Het benoemen van vrouwen in publieke functies achtte hij onchristelijk.
Het is duidelijk dat deze bewindsman elke gelegenheid zou aangrijpen om organisaties als de Vrijdenkers Radio Omroep de nekslag te geven.
In de herfst van 1936 begon de NSB een felle campagne tegen de VRO om de tóón van de uitzendingen en het beleid van de vereniging De Dageraad in het algemeen. In het dagblad van de communisten, De Tribune, kon men lezen waarom:
"De sprekers, tw. C. Bosman, de Ronde, Muller en Hoving, hebben gerwezen op de noodzakelijkheid om de strijd tegen der godsdienst niet als de naastliggende taak te beschouwen, maar de strijd tegen het fascisme en wel voornamelijk in zijn theorieën over rassenwaan, chauvinisme, Joden haat, het kweken van oorlogs-psychose als het allervoornaamste directe doel is te stellen."
Met andere woorden: bij De Dageraad en de VRO vond men fascisme en nationaal socialisme zo gevaarlijk dat de strijd tegen de godsdienst maar even moet blijven rusten.
Eind oktober 1936 stelde Graaf M.V.E.H.J.M. de Marchant d'Ansenbourg, die voor de NSB in de Eerste Kamer zat, minister De Wilde de volgende vragen:
"Is de Minister van Binnenlandsche Zaken bereid aan de uitzending door den Vrijdenkers Radio Omroep een einde te maken?"
"Is de Minister van Justitie bereid de godloozen-organisatie, genaamd de Vrijdenkers Vereeniging „De Dageraad", als hebbende ten doel aanranding en bederf der goede zeden, te verbinden en te ontbinden??"
Tekst gaat verder onder de afbeelding

De katholieke kranten in heel het land haassten zich een en ander te publiceren. Ze voegden er vaak een bericht bij over een protest van een Comité van Actie tegen Zedenverwildering. Dat deed deze pressiegroep telegrafisch bij de minister na elke uitzending van de VRO. De Federatie van R.K. Vrouwenbonden sloot zich hierbij aan. Dit comité van actie verzette zich overigens niet alleen tegen de VRO maar ook tegen misstanden als het gemengd zwemmen.
De Wilde liet zich de kans niet ontgaan de zendtijd van de VRO in te trekken.
De gerenommeerde leider van de diamantbewerkers Henri Polak schreef naar aanleiding hiervan in Het Volk van 28 november 1936
"De N.S.B. (die geheel uit puur godvruchtige christenen, plus enige hoogst godsdienstige Joden bestaat) gaat in de laatste tijd geweldig tegen De Dageraad te keer. De R.K Vereniging tegen Zedenverwildering stuurt den minister protest-telegrammen, telkens wanneer in de radiogidsen een uitzending van de V.R.O. wordt aangekondigd, dus zonder te weten wat er zal worden uitgezonden. Confessionele dag- en andere bladen vallen De Dageraad aan; christelijke Kamerleden doen in het parlement insgelijks Blijkbaar is de minister onder de indruk van dit misbaar, en aldus tot zijn betreurenswaardig voornemen gekomen. Zeer wel kan ik mij voorstellen, dat hetgeen men de vrije gedachte noemt gelovigen niet welgevallig is. dat dezulken zich aan hare uitingen ergeren. Dus verbieden, onderdrukken? Maar wij, sociaaldemocraten, ergeren ons aan de even talrijke als boosaardige en vaak lasterlijke aanvallen op de S.D.A.P Dus coûte que coûte onderdrukken, verbieden? Neen, dit vragen wij niet, en wij zouden er tegen opkomen als er op zou worden aangestuurd, omdat wij verlangen, dat elke eerlijke overtuiging zich moet kunnen doen gelden, mits zij op redelijke, behoorlijke wijze wordt vertolkt. Deze opvatting heeft sinds onheuglijke tijden hier te lande gegolden en wij zijn er niet slecht bij gevaren. Het dreigt nu anders te zullen worden. Een bepaalde richting zal, voor zo ver het één, doch zeer belangrijk uitingsmiddel betreft, de mond worden gesnoeid. Bedenkelijke beknotting Niet omdat hetgeen zij tot nog toe door de microfoon heeft verkondigd, of heeft willen verkondigen, strijdig was met de wet, met de goede zeden, met de openbare orde — niet omdat het obsceen, of zelfs maar grof en onbehouwen is geweest — doch uitsluitend omdat het bepaalde groepen medeburgers niet bevalt."
Dat was de spijker op de kop maar het maakte geen enkele indruk op minister De Wilde. De vrolijke Frans van het politieke calvinisme haalde vol overtuiging een definitieve streep door het maandelijkse uurtje zendtijd van de vrijdenkers.
En zo was het in 1936 antifacisme dat een omroep de kop kostte.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo'n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de overwinning van de AfD.