
Schadenfreude ist die schönste Freude, aldus een oude Duitse zegswijze. Over het algemeen heb ik daarvan niet zo veel last, maar voor twee politieke partijen maak ik dolgraag een uitzondering: de Republikeinen van Donald Trump en de VVD van Dilan Yesilgöz. De eersten hebben afgelopen nacht ongenadig de klop gekregen - in de VS kan de vlag uit - en bij de tweeden hoop ik daarop straks.
Wat beide nu gemeen hebben - en dat lag vroeger tenminste genuanceerder - is een onuitstaanbare combinatie van domheid, lafheid, kwaadaardigheid, rijkeluis-egoïsme en brutale arrogantie - plus beledigde majesteit als je daarvan wat zegt.
Zeker: in het Nederlandse geval is dat natuurlijk allemaal van Nederlandse proporties, dus gepaard met een zekere kneuterigheid, maar toch. Ik wil hier overigens nadrukkelijk onderscheid maken tussen de evident ontspoorde landelijke VVD en veel keurige plaatselijke burgemeesters, waarvan er een aantal zich ook al terecht openlijk tegen het plat-populistische opportunisme van hun Haagse partijgenoten - bijvoorbeeld in AZC-zaken - hebben gekeerd.
De VVD staat er zeer slecht voor in de peilingen: 12 zetels bij Maurice de Hond. Christianne van der Wal - tijdens Rutte-IV nota bene niet de beroerdste minister - verweet prompt bozig de fractie van PRO met taart feest te vieren, nadat een belangrijk politiek punt ten bate van de gewone hardwerkende Nederlander was binnengehaald. Dat is namelijk zo vreselijk pijnlijk voor de VVD-achterban.
Misschien mag ik even herinneren aan het triomfalisme waarmee diezelfde VVD amper een half jaar geleden, toen de nu al twaalf maanden lopende permanente kabinetsformatie met het aantreden van het kabinet-Jetten een voorlopige tussenmijlpaal bereikte, op schreeuwerige borden in de weilanden haar successen uitventte. Eén ervan was het bij voorbaat uitsluiten van PRO: dat was een speerpunt in de campagne geweest waarmee Yesilgöz rechts-extremistische kiezers weer aan boord had weten halen, en het verlies zo tot een minimum kon beperken.
Het zou de VVD niet misstaan om, in plaats van af te geven op de taartjes van PRO, eens de hand in eigen boezem te steken. Maar daarin is deze partij vanouds niet erg sterk. Dat zagen we ook al bij Henk Kamp: als minister in de naoorlogse geschiedenis uniek omdat zijn onderbuik als enige medeschuldig was aan beíde grootste schandalen van de afgelopen decennia (de toeslagen en de aardbevingen), maar toch tot VVD-erelid gepromoveerd. Hoe diep kan een partij zinken?
Kijk: het is heel goed mogelijk dat gestarte onderhandelingen voor een vierpartijenkabinet wegens te grote verschillen tussen VVD en PRO op niets waren uitgelopen - maar dat was dan een acceptabele uitkomst geweest. Nu betuigde Yesilgöz tegelijk met haar boycot van PRO haar voorliefde voor JA21, dat er uitermate twijfelachtige opvattingen over de rechtstaat op nahoudt. Dat is voor de VVD kennelijk minder een punt dan verhoging van de vermogensbelasting.
Wat dat betreft bracht het opereren van VVD-minister Eelco Heinen op Financiën de afgelopen weken de totale deconfiture, zette deze een streep door de laatste restanten van politiek fatsoen. Terwijl breed was afgesproken om geen politieke steun te zoeken bij Gidi Markuszower nadat deze impliciet tot het vermoorden van toekomstige Palestijnse vluchtelingen aan de Nederlandse grens had opgeroepen, zocht Heinen doodleuk op eigen houtje met hem contact.
Alles wordt in het werk gezet om vooral de allerrijksten te sparen; in één van de plannen dreigden zelfs de middelgrote vermogens daaraan opgeofferd te worden, en dat ging vervolgens zelfs de VVD-achterban te ver. Na de eigen ambtenaren kraken nu ook de Raad van State, de belastingdienst en de banken Heinens vermogenswinstplan als onuitvoerbaar en overhaast, met een ongedekte rekening bovendien. De verzonnen pseudo-oplossing voor dat laatste bestaat in deze fase - morgen ziet het er vast weer anders uit - uit het aantrekkelijk maken van nu cashen door belastingverlaging, waardoor vandaag inderdaad de begroting rondkomt, maar morgen een gigantisch gat ontstaat. Wie dan leeft, wie dan zorgt.
Voor de VVD is dat om de eigen politieke huid te redden in elk geval geen punt. Want de onrust in de club over de beeldvorming is groot, nu Jetten vanwege de absurde randvoorwaarden van het trio JA21-BBB-SGP alleen over links een stabiele meerderheid voor eigen plannen kan vinden, zoals in het stikstofdossier.
Speerpunt tijdens de VVD-verkiezingscampagne, aldus de rechtse houwdegen Fred Teeven, op 19 oktober door Tom-Jan Meeus geciteerd in de NRC, was de belofte van rust in de portemonnee. Je moet maar durven. Eén regel daarvoor werd namelijk zijn kompaan Uri Rosenthal geciteerd, die hekelde dat het bezuinigen op uitkeringen zo snel was opgegeven. Het maakt Teevens uitspraak tot een gotspe. Rust in de portemonnee is er wat de VVD betreft kennelijk alleen voor miljonairs. De rest kan de pot op.
Een van de eerste kabinetsbesluiten, op haar instigatie tot stand gekomen, was dit voorjaar het versoepelen van een bonusplafond voor bankiers, want denivellering is VVD-speerpunt nummer één. Hoe meer ongelijkheid hoe beter. Het economische mensbeeld van de VVD is namelijk simpel. Als anderen weinig verdienen moeten ze nog minder verdienen, want dan gaan ze tenminste harder werken. Als ze zelf daarentegen al heel veel verdienen moeten ze juist nog meer gaan verdienen, want anders gaan ze zelf minder hard werken.
Nu de bomen niet meer tot in de hemel groeien, blijkt waar de prioriteiten liggen. Om de privileges van een bevoorrechte bovenlaag te redden, wordt de gewone burger opgeofferd, en kan via samenwerking met extreemrechts ook de rechtstaat bij het grofvuil. Het maakt de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie inmiddels tot de grootste bedreiging voor volk, vrijheid en democratie.