Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Eindelijk weer contact met familie in Iran

Vandaag
leestijd 4 minuten
483 keer bekeken
ANP-547260079

Ik ben ontroerd. Meer dan ik had verwacht. Niet alleen door de mensen uit mijn directe omgeving die appjes stuurden, belden, bleven vragen hoe het ging. Maar ook door reacties van mensen die ik niet ken. Op dit platform. Mensen zonder gezicht, zonder geschiedenis in mijn leven, maar met mededogen. Zoals keekje1. Ik weet niet wie hij of zij is. Maar ik barstte bijna in tranen uit toen ik las: “Ik merk dat ik hier iedere dag kijk of er al nieuws is. Laat je het ons weten?”

Dat is ook de reden dat ik nu, aan het einde van deze dinsdagavond, opnieuw achter mijn toetsenbord zit.

Sinds vanochtend sijpelt er nieuws naar buiten. Druppelsgewijs. Vanuit Iran is er weer beperkt contact mogelijk met het buitenland. Via sociale media, via Iraanse zenders die vanuit Londen en Washington uitzenden. Tegelijk klonk meteen de waarschuwing: wees voorzichtig. Deel niets wat je geliefden in gevaar kan brengen. Het is verdacht dat dit ineens wordt toegestaan. De angst is tastbaar dat het regime deze opening gebruikt om tegenstanders te identificeren. Om leiders van de opstand te lokaliseren.

Die angst is niet theoretisch. Mensen bij wie via Starlink beelden en informatie naar buiten kwamen over de gruweldaden van de afgelopen dagen, krijgen inmiddels bezoek. Niet om te praten.

Voor mij was dit nieuws de aanleiding om vanaf vanochtend niet meer een paar keer per dag, maar een paar keer per uur te proberen mijn ouders te bellen. Tevergeefs. Steeds weer. Tot ik werd gebeld door een neef. Hij vertelde dat er in onze familie – en dat is een grote familie – voor zover nu bekend geen doden of gewonden zijn gevallen.

Maar nog voordat ik daar enige opluchting bij kon voelen, zei hij dat de situatie te erg voor woorden is.

Dat mortuaria geen plek meer hebben. Dat lichamen in zwarte zakken buiten liggen. Dat bij ingangen digitale lijsten hangen met de hoofden van afgeslachte Iraniërs, omdat de schaal van het geweld zo buitensporig is geworden dat het onmogelijk is om als ouder, als broer, als tante, één voor één zakken te openen om te kijken of jouw kind, jouw zus, jouw vader erin ligt.

Terwijl hij sprak, was het korte geluksmoment van ons gesprek allang verdwenen. Ik dacht alleen nog aan hem. Aan zijn zoontje van anderhalf. Aan zijn vrouw. En aan het feit dat hij, door dit tegen mij te zeggen, misschien zelf ineens een doelwit zou kunnen zijn. Ik kapte het gesprek abrupt af. Met maar één verzoek: of hij mijn vader wilde bellen en vragen contact met mij op te nemen. Omdat het mij inmiddels bijna een week niet was gelukt.

Twintig minuten later ging mijn telefoon.
Mijn vader.

Ik was opgelucht. Intens. Blij. En tegelijk schaamde ik me voor die opluchting, terwijl ik moest denken aan al die zwarte zakken op straat. Aan ouders die niet weten waar ze moeten zoeken.

Mijn vader was angstvallig kortaf. Hij zei dat het goed met ze ging. Dat mijn moeder naast hem zat en meeluisterde. Dat er in hun buurt weinig van demonstraties te merken was. Dat het erop leek dat het regime weer alles onder controle had. Ik geloofde nauwelijks wat ik hoorde. En tegelijk dacht ik maar één ding: we worden afgeluisterd.

Hij zei dat dit gesprek niet goedkoop was, omdat hij me rechtstreeks belde en niet via internet. Dat hij wilde ophangen. Ik kon hem alleen nog vragen of hij mij over een paar dagen terug wilde bellen, omdat het mij nog steeds niet lukte hen te bereiken. Toen verbrak hij de verbinding.

Ik bleef achter met twijfel. Had hij me de waarheid verteld? Of zei hij wat hij dacht te móéten zeggen? Was hij bang? Of probeerde hij mij te beschermen? En terwijl ik deze column afrond, denk ik opnieuw aan die zwarte zakken. Aan lichamen opgestapeld op straat, in de hoop herkend te worden door iemand die van hen houdt.

Op de achtergrond staat CNN aan. De melding dat Trump vanavond nog een toespraak zal houden over een mogelijke aanval op Iran. Op sociale media circuleren schattingen van het aantal doden: ergens tussen de 12.000 en 16.000. Voor morgenochtend, woensdag, zijn de eerste openbare executies aangekondigd. Galgen. In het openbaar.

En als ik mijn eigen woorden teruglees, weet ik niet of ik blij moet zijn dat ik mijn vader heb gesproken. En ik weet niet of keekje1 zich gerustgesteld voelt na het lezen van deze column. Wat ik wel weet, is dat het gevoel van onmacht inmiddels volledig verdwenen is. Dat verdween vanochtend, toen minister Van Weel meldde dat hij de Iraanse ambassadeur op het matje heeft geroepen.

De zakken op straat zijn waarschijnlijk opgelucht.

Meer over:

opinie, iran
Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor