
In Frankrijk is een eerste geval van ebola opgedoken. Het gaat om een arts die terugkeerde van een humanitaire missie in de Democratische Republiek Congo. Dat meldt The Guardian. De arts is overgebracht naar een gespecialiseerde afdeling en bevindt zich in stabiele toestand. Volgens het Franse ministerie van Volksgezondheid zijn alle voorzorgsmaatregelen genomen, waaronder isolatie, en wordt het risico voor de Europese bevolking als ‘zeer laag’ ingeschat. Iedereen met wie de patiënt de afgelopen weken in contact is geweest wordt opgespoord, zij moeten 21 dagen thuis in quarantaine.
De uitbraak in Congo, geconcentreerd in de provincie Ituri, groeit ondertussen verder. Op 21 juni stond de teller op 1.048 bevestigde besmettingen en 267 doden. Ook buurland Oeganda meldt inmiddels twintig gevallen en twee sterfgevallen. De Wereldgezondheidsorganisatie riep half mei een internationale gezondheidsnoodtoestand uit, maar deskundigen vermoeden dat het virus al weken eerder ongezien circuleerde, waardoor het werkelijke aantal besmettingen vermoedelijk hoger ligt dan de officiële cijfers.
Het gaat om het zeldzame Bundibugyo-virus, waarvoor geen vaccin of goedgekeurde behandeling bestaat. Volgens modellering van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC zou deze uitbraak weleens de grootste ooit kunnen worden, groter nog dan die in West-Afrika tussen 2014 en 2016, die destijds meer dan 28.000 besmettingen en ruim 11.000 doden telde. Dat de uitbraak zo laat pas is vastgesteld, is deels te wijten aan de racistische bezuinigingen die het Trump-regime heeft doorgevoerd op internationale hulp, destijds geleid door biljonair Elon Musk en zijn departement DOGE. Als gevolg van die bezuinigingen zijn zo’n 800.000 mensen – voornamelijk kinderen – om het leven gekomen. De ebolarespons in Congo wordt momenteel ook gehinderd door een slepend conflict in de naburige provincies Noord- en Zuid-Kivu, waar de door Rwanda gesteunde rebellengroep M23 actief is.