
Ooit behoorde de balkonterrassen van dit schitterende klassieke strandhotel toe aan de beter bedeelden maar zoals de nivellering overal genadeloos toesloeg, zo is het hier niet anders gesteld. Waar ooit heren dineerden en dames flaneerden gaat aan het tafeltje schuin voor mij een telefoon af. Aan een ander tafeltje, tegen de ballustrade van kunstig bewerkt gietijzer zitten twee dames. Een van hen verwerft zich het prachtig uitzicht op strand en zee door haar stoel een kwartslag van de tafel af te draaien en haar gebruinde benen, gestoken in knalwitte sneakers, gestrekt tegen de monumentale ballustrade te planten.
De werkelijkheid is nu eenmaal maakbaar en etiquette, waardigheid en enig benul van, en respect voor de historische locatie zijn hier allang door het zeewater weggespoeld. De man met de telefoon zit er zo te zien al een tijdje. Twee lege koffiekopjes en twee lege flesjes mineraalwater zijn daarvan de stille getuigen. Ook hij heeft het zich gemakkelijk gemaakt en zit er huiselijk bij. Één van de vier terrasstoelen is zijwaarts tegen de ballustrade gewerkt en dient als veredelde voetsteun. Hier presenteert zich het nieuw type zakenman, gympen-spijkerbroek-polo-shirt. Wijdbeens onderuitgezakt zit hij in het volle zomerlicht een zonnesteek te kweken. Gemak dient de mens dus het gesprek dient op speakerstand gevoerd en is daardoor bijna woordelijk te volgen.
Een over-articulerende, enigszins geaffecteerde stem van de perfecte secretaresse houdt een hele verhandeling die de man, bijna zonder commentaar, aanhoort. De woorden klinken zeer weloverwogen en ingestudeerd als voor de casting van die éne felbegeerde hoofdrol. “Of hij nog in Hannover zit...” De man ontkent noch bevestigt.
Het besprokene betreft geen brisant materiaal aan de ontspannen lichaamstaal van de man te zien. Zoals op een apenrots een zich onbespied wanende gorilla stoïcijns en schaamteloos zichzelf kan zijn, zo bewegen nu zijn handen zich van neus, naar oor, naar verbrande speknek. Ook zijn korte, grijze haar wordt werktuigelijk en in een zekere genoeglijke cadans gekrauwd. Even lijkt het gesprek van zakelijk naar privé te meanderen. Een negenentachtig jarige vader blijkt niet meer zo energiek als voorheen en een partner werd na veertig jaar opzij geschoven om plaats te maken voor de nieuwe vriendin van de andere partner.
Het glijdt allemaal als zonnestralen van de man af en direct klinken alweer belangwekkende zakelijke flarden uit de smartphone, die hij nu eens op de tafel legt en dan weer met zijn linkerhand in het luchtledige laat zweven. “Er moet gas worden gegeven op projecten..” en “..ingediend bij gemeenten..”.
Van zijn kant klinkt in licht zangerig Limburgs iets over subsidies. Doen malafide projectontwikkelaars tegenwoordig op dit soort luchtige wijze hun duistere deals? Er moet in elk geval gereisd naar Zwitserland en Zweden maar als er geïnformeerd wordt “..of hij alleen in de auto zit” blijft de verwachte wending van het gesprek teleurstellend uit.
Het behoort natuurlijk tot de mogelijkheden dat deze zakenman zich standaard met een open sportwagen verplaatst want het overduidelijk geruis van de branding en de overvliegende zeemeeuwen brengen aan de andere kant van de lijn blijkbaar niet de minste vertwijfeling. Gedurende de gehele monoloog blijft de man pulkend, peuterend en krauwend naar de verre horizon staren.
Het gesprek wordt afgerond en gaat onmiddellijk over in een geparkeerd wisselgesprek. “Dag schatje..!” klinkt het joviaal. Hij zit heerlijk aan het strand, in het zonnetje naar de kite-surfers te kijken.
Dat valt mee, het thuisfront van de parvenu krijgt in elk geval wél de waarheid te horen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.