Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Jesse Klaver wil met links blok Nederland gaan verbouwen

Een heldere linkse agenda moet de kiezer overtuigen van een betere toekomst
Joop

Economen liegen meer dan anderen

  •  
28-01-2013
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
heerlijkoneerlijk
Wat kunnen we anders verwachten als we studenten de voordelen en logica van eigenbelang blijven onderwijzen?
Ik moet toegeven dat ik mezelf en mijn vrienden de economen goed onder de loep heb genomen.
Dat deden ze met een simpel experiment, waarbij een tweetal deelnemers de rol toebedeeld kregen van zender en ontvanger van informatie. De zender zat in zijn eentje voor een scherm waarop een blauwe of een groene cirkel te zien was. Hij of zij vertelde vervolgens de kleur van de cirkel aan de ontvanger, die noch de kleur, noch de zender kon zien. Zenders ontvingen 15 euro elke keer dat ze een groene cirkel doorgaven en slechts 14 als ze doorgaven dat de cirkel blauw was. De ontvangers kregen 10 euro, ongeacht de kleur, en hadden er dus geen belang bij of de zenders eerlijk of oneerlijk waren.
De zenders hadden dus vier mogelijke strategieën:
!: De waarheid spreken als een groene cirkel te zien was en zo het maximale bedrag opstrijken 2: Liegen bij een groene cirkel en zo een lagere betaling kiezen 3: De waarheid spreken bij een blauwe cirkel en zo een lagere betaling kiezen 4: Liegen als je een blauwe cirkel ziet en zo een extra euro binnenhalen
Als de zenders een groene cirkel te zien kregen, was er niets aan de hand, de waarheid spreken leverde de maximale hoeveelheid cash op ( je kan je voorstellen dat de tweede optie nogal impopulair was). Maar wat als ze een blauwe zagen? Ze hadden twee opties: de waarheid spreken en een euro verliezen, of liegen en meer betaald krijgen. De onderzoekers gingen er van uit dat zenders met een aversie voor liegen altijd de waarheid zouden spreken, ongeacht de kleur, terwijl zenders die worden gemotiveerd door winstmaximalisatie altijd groen zouden zeggen.
De deelnemers, met een grote diversiteit aan sociaal-economische en religieuze achtergronden, werden ook uit verschillende studierichtingen gerecruteerd. De onderzoekers bundelden hen in drie categorieën: business en economie, geesteswetenschappen en de rest (bètastudies, technische studies, psychologie). De uitslagen lieten weinig verschil in eerlijkheid zien tussen de socio-demografische karakteristieken of het geslacht. Maar de studierichting maakte wel degelijk verschil. Het bleek dat de studenten geesteswetenschappen, die het eerlijkst waren, in iets meer dan de helft van de gevallen de waarheid spraken. De brede groep ‘overig’ was iets minder eerlijk, met ongeveer 40%. En hoe zat het met de business- en economiestudenten? Zij bleven achter met 23% eerlijkheid.
Bedenk wel dat dit één studie was van één groep mensen. Maar het geeft wel aan dat de studie economie maakt dat mensen minder snel de waarheid spreken, omdat is wat ze willen. En daar zit ook wel wat in, economisch gesproken: 1 euro heeft een heldere en meetbare waarde, je kan het inwisselen voor een aantal zaken. Het voordeel van de waarheid vertellen heeft in deze situatie geen geldelijke waarde (waarmee ik niet zeg dat liegen in de financiële wereld niet kostbaar is -dat is het overduidelijk wel). Maar het rationaliseren, iets wat we allemaal doen, zou makkelijker kunnen zijn voor degenen die denken in termen van alternatieve kosten en winstpercentage.
Dit alles verbaast me niets in de context van het vak economie, dat wel is gekarakteriseerd als de studie van het egoïsme. Het idee van ‘de onzichtbare hand’ (inherent aan de notie van zichzelf corrigerende markten) gaat ervan uit dat mensen zich egoïstisch gedragen (hun winsten maximeren) en dat de markt al hun acties samenbrengt met een efficiënte uitkomst. Ook al is het waar dat markten soms zonder falen een serie gedragingen kunnen accommoderen, als we doorgaan met studenten de voordelen en logica van eigenbelang te onderwijzen, wat kunnen we dan anders verwachten?
Dit stuk is een vertaling van een column op de website van Dan Ariely.
Zijn laatste boek is in het Nederlands vertaald onder de titel Heerlijk oneerlijk

Meer over:

opinie, economie,

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (20)

harryo2
harryo228 jan. 2013 - 18:54

Het rationaliseren van zoiets subjectiefs als materieel eigenbelang en de uitkomsten ervan in objectieve termen presenteren IS liegen. The economy IS the problem, stupid!

MBosman2
MBosman228 jan. 2013 - 18:54

Volgende keer een groep studenten 'Bestuurskunde' erbij betrekken, die liegen of de circel nu blauw of groen is, en komen na het onderzoek vertellen dat ze graag de helft van de 10 euro die je hebt verdiend willen hebben omdat ze je de kans gaven uberhaupt dat geld te verdienen.

Woeki Hypo
Woeki Hypo28 jan. 2013 - 18:54

Economen liegen meer dan anderen. Wetenschap is leugenschap. En economie is “het” grote voorbeeld. Naast bijvoorbeeld de statistiek en de wiskunde. Ik overdrijf hier natuurlijk. Maar waarom ook niet? De huidige economie doet niets anders dan overdrijven, eufemistisch optimalisatie genoemd. In werkelijkheid is er positieve en negatieve wetenschap. Positieve wetenschap is universeel en is er voor iedereen. Negatieve wetenschap is elitair en is er voor elite en hogeropgeleiden. In het geval van negatieve wetenschap is wetenschap leugenschap voor hen die niet tot de elite en de hogeropgeleiden behoren. Dat geeft binnen de economie, maar ook buiten de economie ernstige problemen. Want de huidige economie, de neoliberale economie, een overdrijvende negatieve wetenschap, treedt op als boze stiefmoeder van de wetenschappen. Als vervanger van de humanistische filosofie of religie, als moeder der wetenschappen. Dat kan of komt omdat economisch denken globaal denken is. Globaal denken is denken dat uitstraalt naar of zich verspreidt over andere kennisdomeinen of wetenschappen. Een soort imperialisme en kolonisatie dus, ook wel “globalisme” genoemd. Bijvoorbeeld: de pedagogie, de didactiek en de onderwijskunde. Ook leerlingen en leraren zijn daardoor nu maximaal rendementsmachines, die je moet selecteren en opjagen, met dank aan de economen /EBE/. De wetenschap economie is een containerbegrip, een verzameling varianten dus. Deze varianten zelf zijn het duidelijke bewijs dat de economie als wetenschap niet waardevrij is. In het sociaal economische politieke spectrum van één dimensie, een rechte lijn, kunnen we deze varianten indelen van (extreem) radicaal links naar (extreem) radicaal rechts met allerlei gemengde of midden vormen. De neoliberale economie is zo’n variant. De huidig dominerende variant. Deze variant is een sociaal darwinisme, gebaseerd op de ondeugd, een anti moraal van heerszucht en hebzucht, een elitarisme en cliëntelisme van en voor de elite (en de hogeropgeleiden) en extreem radicaal rechts. Ik noem deze variant de egonomie, de wetenschap van het /maximaal/ egoïsme (of de wetenschap van de anti God Ego). In deze wetenschap wordt veel wiskunde gebruikt. Ik noem deze (toegepaste) wiskunde de egoïstische of marginale wiskunde. Marginaliseren is hierbij een synoniem voor differentiëren, een wiskunde term. We herkennen hier onmiddellijk niet toevallig de dubbele betekenis van het begrip marginaliseren: als wiskunde term en als kleiner maken van individuen of groepen (trappen naar beneden). Die tweede betekenis van marginaliseren zegt precies wat de variant egonomie in de samenleving te weeg brengt: “likken naar boven, trappen naar beneden”. Het Centrale Principe van het rechtse denken, “likken naar boven, trappen naar beneden”, is een vorm of variant van het Put Principe. Het extreem radicale volgt uit het veelvuldige of uitsluitende gebruik van de wiskunde termen maximaal of minimaal in deze variant van de economie: Overal, altijd, in alles. Met dank aan het neoliberalisme. Voor het bepalen van dat maximale en minimale wordt de wiskunde techniek marginaliseren of differentiëren gebruikt, vaak onder het eufemisme optimaliseren. Maar het is feitelijk extremisme. Het Put Principe heeft als basis schema: Ik (heer) de /maximale/ voordelen, jullie (slaven) de nadelen. Of: Ik (heer) /maximaal/ egoïstisch, jullie (slaven) moeten sociaal of solidair zijn. De uitdrukking “Privatisering van de winsten, socialisering van de verliezen” is een macro economische toepassing van het Put Principe. Het Put Principe is logisch strijdig met de Gulden Regel. Het /maximale/ concurrentie principe o.a., een verdeel en heers principe, “zorgt” er dan als een voorwaarde voor dat beslissers het Put Principe in de praktijk kunnen toepassen. Bijvoorbeeld: Met behulp van de wiskundige optimalisatie methode van de multiplicator van Lagrange. Bijvoorbeeld: De versoepeling van het ontslagrecht voor werknemers is bedoeld om deze concurrentie te bewerkstelligen, opdat de werkgevers de betreffende variant van het Put Principe (winstmaximalisatie) kunnen toepassen. Conclusie: De huidige economie, de neoliberale economie, is corrupt. En verspreidt haar corrupte karakter door het globale denken naar de andere wetenschappen. Er is dus van alles mis met de economische variant egonomie: ondeugd, antimoraal, onderdrukken, uitbuiten, liegen, bedriegen en eventueel fraude of corruptie. Woeki Hypo is gematigd liberaal.

toshiba
toshiba28 jan. 2013 - 18:54

[ De onderzoekers bundelden hen in drie categorieën: business en economie, geesteswetenschappen en de rest (bètastudies, technische studies, psychologie). ] En dat noemen we een obectieve studie of vooringenomen? De restgroep is namelijk wel erg breed, waardoor significante verschillen binnen die groep elkaar kunnen opheffen.

harryo2
harryo228 jan. 2013 - 18:54

Mensen zijn veel eerlijker dan gedacht. Dat blijkt tenminste uit enkele nogal simpele experimenten die door onderzoekers uit Bonn en Oxford zijn gedaan. Men vroeg telefonisch zevenhonderd personen om een munt op te gooien. Gooide men munt, dan zou men vijftien euro winnen; gooide men kop, dan kreeg men niets. De verleiding om te liegen over het resultaat kan groter, zou je denken. Temeer daar het resultaat van de worp niet te controleren viel. De uitkomst van dit experiment was dat 44,4% van de proefpersonen zei munt te hebben gegooid; zij wonnen. Ervan uitgaande dat de kans van óf kop óf munt te gooien 50% is, en gezien het feit dat meer dan de helft van de proefpersonen aangaf kop te hebben gegooid (en dus geen vijftien euro te hebben gewonnen) mag geconcludeerd worden dat mensen verrassend eerlijk zijn.

JoopSchouten
JoopSchouten28 jan. 2013 - 18:54

Economen hebben geen belang bij een fundamentele beschrijving van de economie, omdat daarmee hun eigen positie ondergraven wordt. Ik vond dit verhaal.: De basis van de economie, deel I 14 sep.2002 In de moderne economie spelen vele factoren een rol, en de economie als geheel lijkt daardoor een zeer ingewikkeld proces - iets dat zijn weerslag vindt in de huidige stand de economische wetenschap . Bij de mensen die de bestudering ervan als vak hebben, economen, leidt dat vaak tot grote fouten in hun uitspraken, uitkomsten, en methoden , en sommigen betwijfelen of het begrijpen van dat proces überhaupt mogelijk is. Hier zullen we ons niet storen aan dit soort dwaasheden, en de normale methode van de natuurwetenschap volgen: begin met eenvoudige gevallen, dan maken we ze later steeds ingewikkelder, hopende zo uiteindelijk een zinvolle uitkomst te krijgen. Het simpele basismodel dat hier gekozen is, is dat van het dorp en de steenkolenmijn, geplaatst in een wat verder verleden. Het dorp wordt bewoond door boeren die aardappelen telen. De boeren hebben dus te eten. Omdat de grond bij het dorp vruchtbaar is, hebben ze meer aardappelen dan ze voor hun eigen gezin nodig hebben. De mijnwerkers hakken steenkolen uit de mijn, omdat ze met die kolen hun huis kunnen verwarmen in de winter. Omdat ze hebben ontdekt dat het handig is om de taken te verdelen, vijf man hakken, twee verzamelen de brokken en gooien ze in wagens, en twee duwen de wagens naar de voorraadberg buiten, konden de mijnwerkers meer kolen hakken dan ze nodig hadden voor hun eigen huizen. De basis van de economie is het volgende: de mijnwerkers ruilen hun te veel aan kolen met het te veel aan aardappelen van de boeren. Het resultaat is dat zowel de boeren als de mijnwerkers zowel te eten als een warm huis in de winter hebben. Dit basismodel behandelt de primaire aspecten van de economie. Het kan makkelijk uitgebreid worden met de secundaire aspecten. Want zowel boeren als mijnwerkers worden wel eens ziek. De behandeling van ziekte is een kunde die zowel boeren als mijnwerkers niet goed beheersen. Het is dus lonend voor zowel boeren als mijnwerkers om iemand te zoeken die het genezen van zieken wel als specialiteit heeft. Deze persoon gaat de zieken van het dorp behandelen, in ruil voor aardappelen van de boeren, en kolen van de mijnwerkers. Nu hebben de inwoners allemaal te eten, een verwarmd huis, en verzorging van hun zieken. Het secundaire aspect van de economie kan aangevuld worden met een aantal van dit soort functies, afhankelijk van de grootte van het dorp: conflictbemiddeling, brandbestrijding enzovoort. Al deze mensen dragen bij aan het welzijn van het dorp als geheel, zonder een materiële bijdrage te leveren, maar door hun diensten uit te wisselen met de materiële meerwaarde van de boeren en de mijnwerkers. Men zou kunnen denken dat hiermee de maatschappij van het dorp af was. Op vele plaatsen en voor grote delen van de geschiedenis was dit inderdaad het geval. Er waren wel altijd storende elementen, zoals die mensen wier kwaliteit het hebben van een grote fysieke kracht was. Een deel van deze mensen zagen de voorraden van de boeren en de mijnwerkers, en namen met geweld aardappels en kolen van de boeren en de mijnwerkers. Dit soort mensen zijn in de geschiedenis bekend als soldaten, krijgshoofden, koningen, en dat soort volk. Hun rol en invloed wordt hier niet behandeld. Eén van de secundaire functies die ontstond was die van het regelen van werkzaamheden binnen de mijn. De boeren hadden ieder hun eigen taken, die ze grotendeels zelf konden afhandelen. Hetzelfde gold voor de ziekenverzorger en dergelijke. De mijn is een ander geval omdat er zoveel mensen en zaken bij betrokken zijn, te denken valt aan gangenbouw, waterafvoer, veiligheid, enzovoort. Om dit allemaal te coördineren ontstond er de groep van organisatoren - die hadden in principe dezelfde ondersteunende, secundaire, positie als de ziekenverzorger en de brandweerman. In de praktijk is het anders gelopen. De organisators waren over het algemeen de wat slimmere bewoners van het dorp. Bij de afspraken over de verdeling van de goederen spraken ze af dat iedere mijnwerkers een deel van zijn gehakte kolen, zeg een tiende, zou afstaan aan de organisators, als ruil voor het werk van de organisators. Dat wil zeggen dat iedere organisator evenveel kolen krijgt als een mijnwerker, als hij werkt voor tien mijnwerkers. Er waren echter veel meer mijnwerkers, zodat de organisators veel meer kolen kregen dan een mijnwerker. Die extra kolen konden ze ruil voor allerlei andere producten naast aardappelen. De organisators kregen het dus beter dan de mensen voor wie ze werkten, of mensen in andere secundaire beroepen. Door de samenwerking van primaire en secundaire economie werd het dorp steeds welvarender. Hetzelfde gold voor de andere dorpen in de buurt. Er ontstond handel tussen de buurdorpen. Nu was het slepen met steeds grotere hoeveelheden goederen nogal omslachtig, zodat er uiteindelijk een simpeler ruilmiddel ontstond, waar alle betrokken partijen eenzelfde waarde toedichten, goud en zilver. De eenheden goud en zilver werden geld. De organisators konden hun extra kolen omzetten in extra goud. Kortom, de organisatoren werden rijk. Omdat er geen beperking was aan het proces van het rijk worden, konden de rijken uiteindelijk het eigendom krijgen over een heleboel andere zaken, waaronder de mijn zelf. De rijke organisatoren werden zo een nieuwe klasse, de eigenaren. Dit is voldoende detail voor het basismodel om de uitbreiding met de overige stappen naar de moderne maatschappij duidelijk te maken. Dat mag misschien een groot karwei zijn, maar het lijkt niet meer zo ondoenlijk als in het begin. De vraag is dan waarom de beroepseconomen, wier vak het is dit om soort dingen uit te zoeken, dit dan niet gedaan hebben. Het antwoord is voor de hand liggend. Want wat het bovenstaande basismodel laat zien, is dat de materiële producten die staan voor het inkomen van de secundaire en hogere beroepen afkomstig zijn van de arbeid in de primaire sector. In het basismodel kan je je wel een dorp zonder ziekenverzorger voorstellen: het leven wordt slechter, maar is leefbaar. Maar je kan je niet een dorp zonder boeren of mijnwerkers voorstellen; de primaire sector is dus essentiëler. Als je essentieel vervangt door belangrijk, is de primaire sector is dus belangrijker dan de secundaire. Als je belangrijkheid laat overeenkomen met inkomen, zou de primaire sector meer moeten verdienen dan de secundaire. De moderne werkelijkheid is dat secundaire en de verdere sectoren die inmiddels ontstaan zijn, waaronder de groep van de economen, veel meer verdienen dan de primaire. Het laatste laat zien dat economen dus geen belang hebben bij een fundamentele beschrijving van de economie, omdat daarmee hun eigen positie ondergraven wordt . Hier wordt die analyse wel gedaan, waarvan het voorgaande de eerste stap was . Als volgende stap wordt aan het bovenstaande model nog een laag toegevoegd in deel II, waar het gaat over de motor achter de moderne economie: de technologie, en hoe die economie is ontstaan. Bron.: http://www.rijnlandmodel.nl/economie/basis_economie_i.htm?list=6500 : )

[verwijderd]
[verwijderd]28 jan. 2013 - 18:54

"En daar zit ook wel wat in, economisch gesproken: 1 euro heeft een heldere en meetbare waarde, je kan het inwisselen voor een aantal zaken. " geld -heeft- geen waarde, zij -is een maat- voor waarde, zoals de meter een maat is voor afstand. en deze waarde is, anders dan de meter, helemaal niet helder, maar juist volatiel. bovendien zijn er verschiullende soorten euro's. je hebt onvervreembare euro's, zoals uitgekeerde bonussen van frauderende bankiers, en vervreembare euro's, zoals die in de pensioenkassen voorkomen.

2 Reacties
dino_radja
dino_radja28 jan. 2013 - 18:54

we moeten dus de waarde van de munt vastleggen, zoals ook de meter is vastgelegd. De lengte van een meter verschilt ook niet.

adriek
adriek28 jan. 2013 - 18:54

"geld -heeft- geen waarde, zij -is een maat- voor waarde, zoals de meter een maat is voor afstand." Voor lieden die 1 of meerdere miljoenen op de bank hebben heeft geld geen andere waarde dan het getal dat onder aan de afrekening staat. Voor een 'bijstandmoeder' is elke euro een kans op vers brood, of (of, niet en!) misschien over een paar weken een nieuw kledingstuk. De meetlatten verschillen nogal. Economen zijn gefocusd op geld in de vorm van overzichtelijke tabellen en grafieken. Ze zijn daarnaast gemotiveerd om het belang van hun eigen gereken zeer hoog te waarderen ten koste van materiele en menselijke zaken. Menselijke zaken zijn nauwelijks meetbaar en daarmee niet interessant. Materiele zaken (de maak-economie) zijn niet interessant omdat daarmee geen oneindige winsten gemaakt kunnen worden. Gisteren was op BNN Dirk Bezemer: een man met een verfrissend heldere kijk op de economie en met name op het verschil tussen de virtuele economie waar de financiele wereld zijn piramidespelletjes speelt en de echte economie waar echte mensen echte prestaties leveren. Lees http://goo.gl/xwuhr (Dirk Bezemer: Lessen uit de crisis: Waarom we opnieuw moeten nadenken over geld)

trujac
trujac28 jan. 2013 - 18:54

Lijkt mij sterk dat economen meer liegen dan de gewone mens. Wat inmiddels wel bewezen is dat economen minder verstand van economie hebben dan de gemiddelde huivrouw.

2 Reacties
karelkoning
karelkoning28 jan. 2013 - 18:54

Je kunt dus gerust stellen dat een econoom minder verstand heeft dan de gemiddelde huismoeder...

techneutje2
techneutje228 jan. 2013 - 18:54

Andere studies hebben ook laten zien dat er iets fundamenteels mis is met economen. Google maar eens zou ik zeggen.

JoopSchouten
JoopSchouten28 jan. 2013 - 18:54

Tja. Economen. Zij scheppen een economische wereld. Als goden. Leugengoden. Velen zijn openlijk en trots bezig onze maatschappij de neoliberale ethiek op te leggen. Je ziet ze overal. Ze hebben een positie als 'adviseur' of leiding gevende in het bedrijfsleven op universiteiten bij de overheid en semi-overheid tot in de politieke arena. Zij zien de armoede in hun wereld ook. Ze doen weinig aan. Voor velen onder hen is rampspoed iets natuurlijks en normaal. Iets wat erbij hoort. Er zijn economen die de 'kritische bezinning van het juiste handelen', oftewel 'ethiek', niet meer kunnen zien. Vreemd dat zoveel burgers dit ook accepteren. Net schapen. Een meerderheid accepteert dit roofkapitalisme. ... Aftroggelen mag kennelijk omdat niemand je tegenhoud. Het valt immers binnen de afspraken, wet- en regelgeving en een visioen.

1 Reactie
JoopSchouten
JoopSchouten28 jan. 2013 - 18:54

'Ze doen er weinig aan.'

hartpine
hartpine28 jan. 2013 - 18:54

Maar statistici liegen het meest.

1 Reactie
robvaniren
robvaniren28 jan. 2013 - 18:54

Waarschijnlijk heb je het spreekwoord: 'there are lies there are big lies there are statistics', verkeerd begrepen. De vertaling luidt niet: statistici maar statistieken. Daarmee wordt bedoeld, dat mensen (vaak politici maar over t algemeen allerlei soorten mensen) die statistieken gebruiken, dit onoordeelkundig doen. Er mankeert dus niks aan de statistiek, noch aan de statistici, maar aan het gebruik ervan.

Winston2
Winston228 jan. 2013 - 18:54

Hoewel dit maar één studie is, van één groep mensen, mag je de uitslag wat mij betreft erg serieus nemen; hij bevestigt namelijk alles wat we weten over oneerlijkheid en de kapitalistische economie. We zijn namelijk allemaal in meerdere of mindere mate "oneerlijk". De mate waarin we oneerlijk zijn hangt voor een groot deel af van de mate waarin we dat oneerlijke gedrag kunnen rationaliseren. En de mate waarin we kunnen rationaliseren hang weer voor een groot deel af van de afstand tussen onszelf en de effecten van het oneerlijke gedrag. Dan Ariely gaf ooit een mooi voorbeeld. Om oneerlijkheid te onderzoeken heeft hij een aantal jarenlang bij elk restaurantbezoek gevraagd aan het bedienend personeel of er ook manieren zijn in hun restaurant om te ontsnappen zonder voor het eten te betalen. Bijna altijd kwamen de mooiste tips binnen, maar gevraagd naar het aantal keren dat het ook werkelijk gebeurde, was het antwoord "nooit" of "bijna nooit". Bij restaurants gedraagt bijna iedreen zich eerlijk. ergelijk dat met illegaal downloaden; bijna iedereen heeft illegale muziek op de PC staan, maar bijna niemand voelt zich daar schuldig over. Een mooie rationalisering daarbij is vaak "muzikanten maken hun muziek om gehoord te worden" terwijl nooit iemand een restaurant verlaat zonder te betalen omdat "chefs hun eten maken om gegeten te worden." Of vergelijk het stelen van 10 cent uit de fooienpot met het stelen van een pen uit het kantoor: in het geval van de pen moeten we soms zelfs moeite doen om dat als stelen te zien, terwijl dezelfde waarde stelen uit de fooienpot wordt gezien als laag en gemeen. Het is niet zo moeilijk te begrijpen dat economen oneerlijker zijn dan gemiddeld. Hun wetenschap is immers één grote rationalisering van puur egocentrisch gedrag; inderdaad, de studie van het egoïsme. "Stelen" is in hun ogen dan rationeel, winstverhogend gedrag. Omdat "winst" goed is en de benadeelde een anonieme groep gezichtloze mensen is.

1 Reactie
Winston2
Winston228 jan. 2013 - 18:54

Hier, je legt het zelf veel beter uit :-) : http://comment.rsablogs.org.uk/2012/09/14/rsa-animate-truth-dishonesty/

christianalexanderwinter
christianalexanderwinter28 jan. 2013 - 18:54

Dit stukje verbaasd me niet, en ligt ook volledig in lijn met de conclusies van econoom Ha-Joon Chang in zijn boek "Bad Samaritans": Je wilt een land niet door economen laten leiden.

1 Reactie
JoopSchouten
JoopSchouten28 jan. 2013 - 18:54

Ding 23: Voor goed economisch beleid heb je geen goede economen nodig Het merendeel van de echt belangrijke economische kwesties in het beleid van landen valt binnen het intellectuele bereik van intelligente niet-economen. Aan de wieg van de zogenaamde ‘wondereconomieën’ van Zuid-Korea, Japan, Taiwan en China schitterden de economen door hun afwezigheid. Hier waren het voornamelijk juristen, ingenieurs en natuurwetenschappers. Er zijn zelfs redenen om aan te nemen dat de invloed van vrijemarkteconomie ronduit schadelijk kan zijn voor de economie.