
Het begint vaak onschuldig: een foto in een Facebookgroep over de jaren veertig of vijftig. Je ziet een gezin rond de tafel. Vader leest de krant, moeder breit en opoe zit in de hoek met haar voeten op een stoof. Binnen enkele minuten stromen de reacties binnen. 'Toen was geluk nog heel gewoon of toen hadden we nog geen beeldschermen, geen migranten en heerste er tevredenheid.’ ‘Toen had iedereen nog respect voor elkaar.’
'Is dit van voor of na de Tweede Wereldoorlog?' kan ik dan niet nalaten te vragen.
Op die platforms heerst een opmerkelijke dubbele moraal. Dezelfde mensen die moord en brand schreeuwen als een hond een duw krijgt, plaatsen even later foto's van bergen vlees op de barbecue. ‘Als men de mensen leert kennen, gaat men van de dieren houden’, is een zin die daar veel voorkomt. Ontbreekt het daarom vaak aan empathie voor kwetsbare mensen die een liedje zingen of een afwijkend uiterlijk hebben.
'Ha ha, wat een mongool,' schrijft een vrouw onder een filmpje. Als ik haar profiel bekijk, zie ik een tijdlijn vol hartverwarmende spreuken. 'Zo eenvoudig is aardig zijn.' 'Vandaag opgestaan na een mooi compliment; mijn dag kan niet meer stuk!' 'Misschien ook eens op anderen toepassen,' typ ik vilein.
Waar komt toch die romantisering vandaan?
De jaren veertig en vijftig waren voor heel veel mensen helemaal niet zo gelukkig. Het was een tijd van armoede, tochtige huizen, overvolle klaslokalen en de verwerking van de trauma's van een wereldoorlog. Minderheden hadden nauwelijks een stem. Vrouwen moesten stoppen met werken zodra ze trouwden. Alles wat afweek was al snel gek. Homo's en lesbiennes bestonden zogenaamd niet.
Door alles door een roze bril te bekijken, ontstaat een valse geschiedschrijving. Het gevaar daarvan is dat we het heden ten onrechte als mislukt beschouwen.
Is de aarde aan het opwarmen? 'Welnee,' klinkt het op Facebook. 'Vroeger hadden we het ook warm, tegenwoordig kunnen mensen nergens meer tegen.' Een merkwaardig verschijnsel: als jij nergens last van hebt, bestaat de ellende van een ander blijkbaar ook niet. Code rood is dan aanstellerij.
Die onwil om kritisch naar het verleden te kijken, werkt ook door in onze hedendaagse cultuur. 'Het is maar een grapje,' hoor je vaak wanneer cabaretiers clichés over vrouwen of minderheden herhalen. Hun humor kan vooroordelen bevestigen en in stand houden. Onder het mom van traditie of humor blijven oude denkbeelden ongemerkt voortbestaan. Neem bijv. 'rokjesdag', ooit geïntroduceerd door Martin Bril. Wat door velen wordt gezien als een vrolijke viering van de lente, legt ook pijnlijk bloot hoe diep de mannelijke blik nog in onze cultuur verankerd zit. Waarom moet de eerste warme dag worden gemarkeerd door de blote benen van vrouwen? Bestaat er ook een 'mannen-in-korte-broekjesdag'? En geldt 'rokjesdag' eigenlijk ook voor oude benen en dikke dijen?
Een rokje in de ochtend is vast heerlijk op de fiets, maar 's avonds terug naar huis voelt voor veel vrouwen minder vanzelfsprekend. En als ze vervolgens klagen over intimidatie, krijgen ze nog altijd te horen: 'Dan moet je je maar anders kleden.'
Zodra je dit bespreekbaar maakt, zelfs in een kring met mannen die allesbehalve vrouwonvriendelijk zijn, ontstaat er vaak ongemak. De term 'woke' wordt al snel als defensief schild gebruikt om het gesprek af te kappen. Maar de werkelijkheid is dat vrouwen nog steeds worden geconfronteerd met de schaduwzijde van die zogenaamd onschuldige blik.
Het is de plicht van een samenleving om tradities, herinneringen en humor langs de meetlat van voortschrijdend inzicht te leggen. Dat betekent niet dat we oude foto's moeten verbranden. Het betekent wel dat we moeten durven erkennen dat 'vroeger' vooral beter leek omdat we de ogen sloten voor het leed en de ongelijkheid van anderen.