
Nico schrijft een serie over oorlog. Dit is deel 111.
Wat ik maar niet kan en wil begrijpen is waarom de Haagse politiek zich doorlopend meer door oorlog laat leiden dan door vrede. Kort na de Tweede Wereldoorlog probeerde Europa een beleid te ontwikkelen dat gericht leek op het voorkomen van nieuwe oorlogen. Duitsland stelde zich terecht ook bescheiden op. Maar vooral sinds Trump in Amerika de lakens uitdeelt en Poetin een oorlog in Oekraïne is begonnen, is daar verandering in gekomen.
Op een sluwe manier worden we tegenwoordig in ons land gewaarschuwd voor en voorbereid op een Derde Wereldoorlog. Het begint met de drogredenering van de militaire adviseur van de NAVO Rob Bauer dat ‘wie vrede wil zich op oorlog moet voorbereiden’. Op de radio hoor ik spotjes waarin de vraag wordt gesteld wat we doen als de stroom uitvalt of er geen water meer uit de kraan komt. Allemaal bewust geprogrammeerde bangmakerij. We vinden het logisch om te enorme bedragen in defensie te investeren. Dat kan ook wat minder, bijvoorbeeld om te voorkomen dat Oekraïne zich niet langer beperkt tot het verdedigen van zijn grondgebied. En Trump wil dat Amerikaanse militairen zich terugtrekken uit Europa, maar dat geldt, denk ik, niet voor de kernkoppen die mogelijk in Volkel zijn opgeslagen. Als burgers hebben wij daar gek genoeg niks over te zeggen, terwijl een democratische meerderheid geen behoefte lijkt te hebben aan nucleaire wapens in Nederland.
Een ander goed voorbeeld is de nieuwe wet op defensie gereedheid (Wodg) die ze er misschien voor het zomerreces nog even door willen jagen. De rechtvaardiging voor deze wet wordt als volgt gemotiveerd. ‘De kans om betrokken te worden in een militair conflict wordt steeds groter.’ Het is net of wij dat stiekem willen. Je kan ook wetten bedenken die de kans daarop juist verkleinen. De Wodg ‘overrult’ in een aantal opzichten de omgevingswet. Het leger zegt meer te willen oefenen en heeft daar meer ruimte voor nodig. Worden de bosbranden die door oefeningen ontstaan ook door deze wet afgedekt? Gelukkig heeft de Raad van State op sommige onderdelen negatief geadviseerd.
Wat mij betreft kan het zo langzamerhand weinig kwaad de vraag te stellen of we onze militaire ambities niet beter wat kunnen temperen en bijstellen? Zingen we niet jaarlijks: ‘Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen’?
U heeft mij niet in reactie op mijn opinie voor de zoveelste keer uit te leggen hoe dom ik ben als ik onvoldoende oog heb voor de realiteit en te weinig van de details begrijp. Ik weet al hoe dom ik ben. Prettiger zou ik het vinden als u ingaat op die laatste vraag: Moeten we onze militaire ambities niet enigszins temperen of aanpassen, omdat vrede wellicht een verstandiger alternatief is?