
Dames en heren genoeg in dit land, maar hoeveel échte diva’s is ons land eigenlijk rijk? Meestal wordt het begrip verward met zakelijk succesvol, stijlvol gekleed, plat Bekende-Nederlanderschap of duidt men het gedrag van iemand in de homoscene, met name van de mannelijke kunne. Autenthieke grandeur, enige ‘je ne sais quois’ en een soort van gratie is immers nauwelijks te handhaven in een land van aardappeleters en vooral ‘niet-boven-het-maaiveld-uit’.
Er zullen zich in de hogere kringen (onttrokken aan ons eenvoudig burger-oog) ongetwijfeld enige exemplaren bevinden maar verder betreft het vooral een uitgestorven diersoort die hier nooit heeft bestaan.
Dat was althans mijn treurige conclusie na de confrontatie, enige jaren geleden, met een vrouw aan wie ooit wel degelijk dergelijke status kleefde. Behorend tot de coterie der hoofdstedelijke culturele elite kende ik haar slechts uit de pers en van t.v., immer vergezeld van schrijvers, acteurs en ander creatief volk van het betere slag.
Haar ambivalentie t.o.v. haar vader en moeder, de ooit bejubelde theater-Grande-Dame Ank van der Moer en (theater-)gezelschapdirecteur/acteur Guus Oster, had ze nooit onder stoelen of banken gestoken. Twijfel over de tol van de roem als innemende grondhouding. Zowel in de biografie die ze over haar moeder schreef, als in haar columns verhaalde ze vooral van wereldvreemde en afwezige ouders.
Aan de ene kant benoemde ze langs de neus weg hoe ze werd getroost door een pleegmoeder “..bij wie mijn echte ouders me een paar jaar van mijn jeugd hadden ondergebracht” om vervolgens met nauwelijks verhuld sarcasme te vervolgen;”..moeder, actrice in de verre, grote stad was mijn eerste grote voorbeeld. Alleen de weekeinden kon ze me hebben, meestal werd dat eens in de veertien dagen”.
Aan de andere kant schreef ze over het gemis van haar te jong gestorven vader die vond dat ouderdom “..hem niet stond” en beschreef ze liefdevol een foto van haar glamoureuze moeder; “..Wat staat ze er parmantig bij, met geheven kin, uitgespreide armen, een lach van oorbel tot oorbel. Bijpassend bloedkoraal krioelt in haar zondoorstoofde decolleté”.
Hoewel ze zichzelf in eerder genoemde columns ongegeneerd blootgaf bleef daar altijd die uitstraling en een zekere ingetogenheid die men niet zoveel meer ziet. Ladylike, enigszins gereserveerd naar de buitenwacht en ze kon nog zingen ook! Haar beroemde scène in het destijds baanbrekende t.v.-programma Hadimassa stond mij nog altijd haarscherp voor ogen, dus wat aardig om juist zo iemand te treffen op een informeel lezers-/schrijversfeestje op de Amsterdamse Kring.
Er waren wat voordrachten en vooral de talenten van de aanwezige dames werden flink in de schijnwerpers gezet. In gesprek met de schrijfster aangaande haar recente vertolking van enige nummers van Liesbeth List, deed mij de spontane vraag stellen daar wat van ten gehore te brengen. Het podium was open en de begeleiding aanwezig. Daarop poeierde mevrouw mij lachend af met de mededeling dat ik maar buiten moest gaan spelen. Er liepen daar vast gewillige vrouwtjes van mijn eigen leeftijd rond…
“Zelfgenoegzaamheid zal nooit meer hetzelfde betekenen!” riep schrijver Joost Zwagerman ooit met ironisch-dubbele tong uit.
Een heer houdt dan uiteraard de eer, hoewel verbijsterd, aan zichzelf. Zelfs met een slokje op behoort een diva haar waardigheid te behouden en vanwaar die aanmatigende toon? Pure ijdelheid corrumpeert blijkbaar werkelijk innerlijke beschaving, en spreekt men in zulke gevallen van arrogant of ordinair? Lastig te classificeren.
Die namiddag viel een dame knalhard van haar sokkel en werd duidelijk dat het diva-gen in elk geval geen erfelijke factor kent.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.