
Hoewel het lang dagelijks op tv verteld werd, is het een fabel dat dieren precies als mensen zijn. Dat maakt het pijnlijk dat binnen de Partij voor de Dieren 21 jaar na oprichting een stroming ontstaan is die vanuit de gedachte ‘mensen zijn ook dieren’ wil dat de partij haar aandacht niet beperkt tot stemloze dieren, maar uitbreidt naar ‘menselijke dieren’.
Toen de Partij voor de Dieren in 2006 in het parlement kwam constateerde een Amerikaanse hoogleraar dat er nooit eerder een politieke partij geweest was met de belangen van ‘non-humans’ als uitgangspunt. Naast hoongelach in het parlement, waarin de ‘dierenpoezen’ werd toegesist dat ze moesten opletten bij een debat over onderzeeërs uit de Walrusklasse, zette de ontwikkeling toch de toon. Onderzoek van Tom Louwerse en Simon Otjes (Universiteit Leiden) liet zien dat in de eerste termijn in het parlement 17% van alle moties en amendementen betrekking had op dieren, landbouw en natuur terwijl dit in de periode 2003-2006 nog maar 3% was.
De onderzoekers merkten op: ‘de invloed van de PvdD op de andere politieke partijen blijkt zodanig groot, dat gevreesd moet worden dat zonder die druk de aandacht van andere partijen weer snel zal terugzakken in hun menscentrale denken.’
Dieren hebben al snel het nakijken
Antropocentrisme beschouwt de mens als superieur boven alle andere soorten, hoewel juist mensen een desastreuze invloed blijken te hebben op de leefomgeving. De mens als gelukzoeker die het leefgebied van de dieren sinds mensenheugenis via exploitatie en roofbouw decimeert of verwoest.
In de parlementaire traditie stonden altijd groepen mensen centraal. De Partij voor de Dieren bracht daar verandering in en dat riep groot ongemak op. Ook binnen de partij. Want exclusieve toewijding aan dieren ging sommige leden te ver.
Natuurlijk, de partij stemde wekelijks over tientallen onderwerpen en daarmee kwam een duidelijk beeld naar voren hoe de toetsstenen van de partij – mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid werden toegepast. Dat leidde tot stemgedrag dat volgens de schaduwkamer van Maurice de Hond op alle fronten meer overeen kwam met de wensen van PvdD-kiezers, dan het geval was bij de kiezers van andere partijen in relatie tot de partij van hun voorkeur.
Binnen de PvdD werd steeds vaker de opvatting gehoord “mensen zijn ook dieren” uitmondend in de roep om ook voor de diersoort “mens” meer initiatieven te ontplooien. Daarmee verdween het verschil met de antropocentrische partijen. De focus verschoof naar geo- en egopolitieke onderwerpen zoals het conflict tussen Israëliërs en Palestijnen, Rusland en Oekraïne, de vraag of een NAVO norm van 5% gerechtvaardigd was. En naar problemen van specifieke groepen achtergestelde mensen, kortom, de partij verbreedde haar focus naar veel meer dan dieren.
Soortendysphorie
De Partij voor de Dieren werd opgericht vanuit het overstijgend belang op te komen voor stemlozen los van de traditionele links-rechts tegenstelling. Ook veel liberalen voelden zich aangetrokken. Omdat stemloze dieren niet voor zichzelf op kunnen komen leefde er brede behoefte aan een politieke partij die hun belangen als uitgangspunt nam.
Het verschil tussen mensen en dieren is glashelder. Dierenartsen lijken op mensenartsen. Hun witte jas, hun stethoscoop, de aesculaap, er zijn veel overeenkomsten. Maar er is ook een belangrijk verschil. Dierenartsen behandelen geen mensen en mensenartsen geen dieren. Dat betekent geenszins dat dierenartsen geen empathie met mensen zouden hebben of mensenartsen niet op zouden kunnen komen voor dieren. De focus in beroepsmatige zin kent echter een messcherp onderscheid.
Ook de wijze waarop NGO’s op het gebied van belangenbehartiging georganiseerd zijn, loopt via heldere lijnen van dierenwelzijn of mensenwelzijn. Datzelfde onderscheid was er bij de Partij voor de Dieren. Nooit hoefden stemloze dieren te concurreren met de mens. Mensen kunnen opkomen voor hun eigen belangen, dieren niet. ‘Dieren kunnen hun eigen rechten niet effectueren en ze hebben geen plichten’, zijn redenen om inwoners van het dierenrijk rechten te onthouden.
Maar belangenbehartiging voor dieren die voortdurend het onderspit delven bij belangenconflicten met de mens, behoeft een exclusieve focus. In termen van ‘leedconcurrentie’ wordt het lijden van mensen al snel als erger beleefd dan het lijden van dieren, het belang van mensen al snel als groter beoordeeld en wordt de oplossing van conflicten en oorlogen tussen mensen al snel als belangrijker gezien dan het bepleiten van dierenbelangen. Paul McCartney zei ooit: ‘Het leven van een dier is voor dat dier net zo belangrijk als mijn leven voor mij’.
Die gedachte maakt exclusiviteit voor hun politieke belangenbehartiging logisch. Om niet te snel afgeleid te worden door mensenbelangen. Daar zijn talloze andere partijen zo intensief mee bezig dat ze aan dieren niet toekomen. Het mensdom heeft haar eigen politieke belangenbehartigers. Het dierenrijk heeft daar ook recht op.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.