
Door Jannus van Wolferen en Martijn van Koolwijk
Democratie is geen vrijbrief om alles normaal te vinden wat een meerderheid acceptabel maakt. Toch verschuilen politici zich maar al te graag achter dat idee wanneer samenwerking met radicaal-rechtse partijen ter sprake komt. Dan klinkt het plots voorzichtig: “Het lijkt me geen prettige partij.” “We moeten eerst kijken wat er mogelijk is.” Of de ultieme boosdoener: “We leven in een democratie, dus iedereen mag stemmen wat hij of zij wil.”
Dat laatste is vanzelfsprekend waar. Democratie betekent dat iedereen vrij is om te stemmen. Maar democratie is meer dan een zetelverdeling. Ze is ook een rechtsstaat, waarin grondrechten en minderheden beschermd worden, óók wanneer een meerderheid daar anders over denkt.
Dat een partij via verkiezingen zetels behaalt, betekent niet automatisch dat haar ideeën verenigbaar zijn met de democratische basisprincipes. Samenwerking daarmee is geen neutrale bestuurlijke handeling, maar een principiële keuze.
Het argument dat je “de kiezer moet respecteren” wordt vaak gebruikt om die keuze te rechtvaardigen. Maar respect voor kiezers betekent niet dat elke politieke uitkomst zonder voorwaarden moet worden omarmd. Democratie vraagt óók om normatieve grenzen. Niet om mensen uit te sluiten van het stemhokje, maar om de spelregels van de rechtsstaat te bewaken.
Er is niets democratisch aan het normaliseren van antidemocratisch gedachtegoed. Wie geen duidelijke grens trekt, legitimeert indirect ideeën die fundamentele rechten relativeren. Dat kan worden verpakt als pragmatisme, als realisme, als ‘gewoon verantwoordelijkheid nemen’. Maar wanneer grondrechten onderhandelbaar worden in ruil voor macht of parkeerplekken, dan is dat geen volwassen middenpolitiek. Dan is het opportunisme. Waren het eerst nog enkel de partijen op het rechtervlak die het extreme gedachtegoed een podium bieden door taal en ideeën te kopiëren, inmiddels gaan ook middenpartijen met ze in debat. Hiermee zeggen deze partijen indirect: “Jullie opvattingen zijn gelijkwaardig aan de onze, we kunnen hier een gesprek over voeren.”, of “Jullie opvattingen doen ertoe en wij willen deze kosten wat het kost weerleggen.” Terwijl kiezersonderzoeken laten zien dat kiezers vanuit de extremere en radicalere hoeken nauwelijks (terug) overstappen op middenpartijen. Het enige wat zo'n debat de middenpartij dus oplevert is applaus van de eigen achterban en een groter bereik voor ineens serieus genomen radicale partijen.
Democratie is geen leeg systeem waarin alles wat verkozen wordt automatisch legitiem is. Ze rust op waarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, rechtsbescherming. Wie bereid is die waarden op te rekken voor politieke winst, bedrijft misschien strategische politiek, maar geen moedige.
En juist moed is wat de democratie nodig heeft.
Jannus van Wolferen studeert sociologie aan de Radboud Universiteit, Martijn van Koolwijk is sociaal werker. Beiden zijn kandidaat-raadslid voor de Partij voor de Dieren in Nijmegen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.