
Het is een van de hardnekkigste misverstanden in de Nederlandse politiek: dat macht zich concentreert in Den Haag, en dat wat daarbuiten gebeurt vooral decor is. Gemeenteraadsverkiezingen? "Lokaal gedoe." Provinciale Staten? "O ja, die bestaan ook nog." Maar wie denkt dat progressieve idealen alleen in het parlement tot wasdom komen, is niet alleen naïef, maar ook strategisch blind.
De verkiezingen van 2025 hebben ons een kluwen aan politieke realiteiten opgeleverd: D66 de grootste, PVV vlak erachter, VVD gekrompen maar niet gebroken, en de radicaal-rechtse flanken (JA21, FvD) die vrolijk doorbloeien als Japanse duizendknoop in het politieke landschap. En dan was er nog iets: het midden won. Althans, op papier. In de praktijk is dat midden fragieler dan een kartonnen koffiebeker in een regenstorm.
De formatie tussen D66, CDA en VVD is een soort Netflix-serie geworden waar je niet om hebt gevraagd, maar toch blijft kijken — gewoon om te zien wie er als eerste afhaakt. En ondertussen? Ondertussen bereiden JA21 en FvD zich voor op de échte machtspoker: de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 en de Provinciale Staten in 2027. Want wie daar wint, bepaalt indirect wie in de Eerste Kamer de lakens uitdeelt. En laat dat nou net de plek zijn waar wetten alsnog sneuvelen of doorstomen.
Als we deze periode strategisch analyseren — en dat moeten we — dan zien we vier plausibele scenario's voor de komende twee jaar. Scenario A: het centrum houdt stand, het kabinet levert zichtbaar beleid en D66 weet haar verhaal succesvol lokaal te vertalen. Scenario B: radicaal rechts wint lokaal terrein, de flanken groeien en bestuurbaarheid komt onder druk. Scenario C: de formatie mislukt alsnog, we krijgen nieuwe Tweede Kamerverkiezingen en de Statenverkiezingen worden een referendum over Haagse chaos. Scenario D: het kabinet valt vlak voor 2027 en de statenverkiezingen worden gegijzeld door landelijke onvrede.
Welke van deze scenario’s het meest waarschijnlijk is? Waarschijnlijk een hybride tussen A en D. Een moeizaam werkend kabinet, waar D66 de motor is van progressieve stabiliteit, maar dat onder vuur ligt van buiten én binnen. In dat scenario is lokale én provinciale zichtbaarheid van levensbelang. Want wat in Den Haag sneuvelt, kan in de provincie alsnog worden geborgd. Of juist omgekeerd: een zwakke uitslag in de Statenverkiezingen kan de progressieve agenda in de Eerste Kamer volledig blokkeren.
Progressieve partijen — en D66 in het bijzonder — hebben de neiging om vooral in Den Haag het gevecht aan te gaan: met mooie woorden over mensenrechten, klimaatambitie, onderwijskansen en een rechtvaardige economie. Allemaal broodnodig. Maar als dat verhaal niet landt in de wijken, dorpen en regio's, dan blijft het een Haagse monoloog. En dan krijgen we straks gemeentebesturen waar de grootste zorg niet betaalbaar wonen is, maar de kleur van de regenboogvlag in het gemeentehuis.
De afgelopen jaren zagen we het al: lokale partijen blijven groeien, radicaal-rechtse partijen veroveren raadszetels, en de opkomst bij decentrale verkiezingen is bedroevend. Dat is geen natuurverschijnsel. Dat is een gebrek aan strategie.
D66 heeft het momentum. De winst in 2025 was geen toeval. Maar wie denkt dat je op nationale goodwill vier jaar kunt teren, zit straks met een kater die je niet met bestuurlijke paracetamol wegkrijgt. Gemeenteraadsverkiezingen in 2026 worden de eerste lakmoesproef: is D66 ook in staat om lokaal verschil te maken? Zijn de idealen van klimaatneutraliteit, kansengelijkheid en democratische rechtstaat ook zichtbaar in Waalwijk, Delfzijl en Roermond?
En dan komt de grote test: de Statenverkiezingen van 2027. Die bepalen wie er in de Eerste Kamer terechtkomt. Wie daar geen meerderheid heeft, kan elke ambitieuze klimaatwet, onderwijshervorming of rechtvaardigheidsagenda in de shredder gooien. Dat klinkt dramatisch. Is het ook. Kijk maar naar eerdere kabinetten die hun tanden stukbeten op een vijandige Senaat.
Wat moet D66 (en progressief Nederland in bredere zin) doen? Niet nog een nota schrijven. Niet nog een spreidingswetje met goede bedoelingen. Maar strategie voeren alsof je leven ervan afhangt. Want politiek is geen debatwedstrijd, het is macht organiseren.
Dat betekent: alle hens aan dek richting maart 2026 en 2027. Niet om nog een flyer te drukken of een poster met een frisse glimlach op te hangen, maar om het verhaal van progressieve verandering te vertalen naar concrete, voelbare lokale winst.
Laat lokale D66'ers vertellen hoe zij in hun gemeente luchtkwaliteit verbeteren, jongeren betrekken bij beleid, woningen bouwen waar starters wél terecht kunnen. Laat zien dat landelijk beleid pas echt werkt als het lokaal wordt omarmd. En vooral: laat niet toe dat de Eerste Kamer straks het afvoerputje wordt van radicaal-rechtse onvrede, gevoed door lage opkomst en strategisch onbenul.
Verkiezingen win je niet met retoriek alleen. Je wint ze met voorbereiding, precisie, en een verhaal dat klopt van de Schilderswijk tot de Veluwe. De decentrale macht is geen bijzaak — het is de arena waarin progressieve politiek zijn bestaansrecht moet bewijzen.
Dus D66, GL-PvdA, Volt en alle anderen: dit is geen tussenjaar. Dit is oorlog. Lokaal, provinciaal, en straks weer landelijk. En wie nu zijn troepen niet in stelling brengt, verdient het om straks in de Eerste Kamer machteloos toe te kijken hoe anderen het speelveld herscheppen. Met dank aan uw afwezigheid.
Decentrale macht is geen bijzaak. Het is de laatste linie — of de eerste stap naar toekomstig falen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.