
Deze week vinden de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) plaats. Sinds 2008 volg ik het belangrijkste politieke debat van het jaar vanaf de publieke tribune. Vijf tips voor de hoofdrolspelers.
1. Durf te kiezen
‘Algemene beschouwingen’ betekent niet dat je alle actuele onderwerpen moet behandelen. Zo’n spreektekst klinkt als een lange boodschappenlijst en niets beklijft. Kies één of twee onderwerpen en werk die goed uit. Wat is je belangrijkste punt? Maak dát groot.
2. Coalitiepartijen: laat je niet in de verdediging drukken
De oppositie zal stellen dat jullie de begrotingsonderhandelingen slecht hebben aangepakt en dat dit minderheidskabinet weinig heeft bereikt. Erken wat nog niet is gelukt, leg uit waarom onderhandelen moeilijk is en benoem de vooruitgang. Maak de oppositie medeverantwoordelijk voor het uitblijven van resultaat. Straal redelijkheid uit. De meeste kijkers zijn immers redelijke mensen.
3. Oppositie: probeer het eens anders
De afgelopen twintig jaar is de overtuiging ontstaan dat je vooral boos moet zijn en er tijdens een debat hard in moet vliegen. Boosheid kan effectief zijn, maar wie voortdurend boos is, verliest overtuigingskracht.
Ook als je het de coalitie moeilijk wilt maken, kunnen nieuwsgierig doorvragen, tegenstrijdigheden blootleggen en de coalitie verleiden haar koers te verleggen minstens zo effectief zijn – ook electoraal.
4. Vermijd de Wilders-val
Geert Wilders domineert het APB-debat al achttien jaar. De helft van dat succes dankt hij aan zichzelf: hij verrast en is ongenadig grof en hard. Migratie is steevast zijn hoofdthema.
Maar de rest helpt hem. In colonne staan politici bij de interruptiemicrofoon om zijn uitspraken over migratie te weerspreken. Het resultaat: een debat over migratie. Wie heeft daar het meeste baat bij? Wilders.
Stop ermee. Blijf zitten. Laat de storm overwaaien en ga het debat met Wilders aan over totaal andere onderwerpen.
5. Kamervoorzitter: wees duidelijk en consequent
“Probeer uw interrupties zo kort mogelijk te houden” is nietszeggend. “Uw interrupties mogen maximaal dertig seconden duren” geeft duidelijkheid. Handhaaf die regel vanaf de eerste interruptie, met de stopwatch in de hand.
Is dat prettig om te doen? Nee. Levert het af en toe irritatie op bij de politici? Ja. Gaat het werken? Absoluut. Wie zijn er aan het einde blij mee? Iedereen.
Met gemengde gevoelens neem ik weer plaats op de tribune. Als liefhebber van het gesproken woord verheug ik me op een politiek feestje. Als inwoner van een land dat snakt naar stabiel en besluitvaardig bestuur, houd ik mijn hart vast.