Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De woningcrisis is ook een ontwerpcrisis, zes ontwerpstrategieën die het woningtekort kunnen halveren

Gisteren
leestijd 9 minuten
2911 keer bekeken
ANP-539259209

Stel je een jas voor die zo intelligent is ontworpen dat hij zich aan verschillende situaties kan aanpassen: wanneer je aankomt of afvalt, voor informele en formele gelegenheden, en voor zowel winter als voorjaar. In plaats van meerdere jassen heb je aan één veelzijdig kledingstuk genoeg. Woningen kunnen — en zouden — op dezelfde manier ontworpen moeten worden. Toch zijn de meeste woningen nog altijd afgestemd op één statisch type huishouden, alsof huishoudens nooit veranderen.

Het woningdebat draait vooral om cijfers: 100.000 woningen per jaar, één miljoen voor 2030. De onderliggende redenering is eenvoudig: het woningtekort is het gevolg van onvoldoende aanbod, dus moeten we meer en sneller bouwen. Maar wat als de woningcrisis niet alleen een kwantitatief probleem is, maar ook een ontwerpprobleem?

Woningen worden steeds vaker opgevat als marktproduct in plaats van als sociale infrastructuur. Plattegronden zijn nauwelijks meer dan driedimensionale vertalingen van Excel-sheets: steeds rigider en verder gestandaardiseerd, terwijl de samenleving juist diverser en dynamischer is dan ooit. Denk aan samengestelde gezinnen, terugkerende kinderen die weer thuis komen wonen, alleenwonende ouderen, mensen van wie de kinderen het huis uit zijn, gedeelde huishoudens, een groeiend aantal alleenstaanden, scheidingen en jonge volwassenen die nauwelijks een woning kunnen vinden.

Wanneer woningontwerp voorbijgaat aan de werkelijkheid van bewoners, raken woningen verouderd. Naarmate huishoudens veranderen, worden mensen gedwongen te verhuizen — niet omdat hun woning te klein is, maar omdat die niet langer aansluit op hun behoeften.

Met veelzijdige, aanpasbare plattegronden en slimme ruimtelijke strategieën zouden veel huishoudens langer in dezelfde woning kunnen blijven en zelfs extra woningen kunnen creëren zonder bij te bouwen. Daardoor zou de behoefte aan nieuwe woningen sterk kunnen afnemen. Goed woningontwerp verbetert niet alleen het dagelijks leven, maar vergroot ook de capaciteit en veerkracht van de woningvoorraad.

De plattegrond is het krachtigste instrument dat we hebben om woningen te verbeteren. Na jaren van onderzoek naar woningbouw ontwikkelden we een reeks aanpasbaarheidsprincipes, die we toepasten in ons project START-Ivry in Groot-Parijs. Door veerkracht en circulariteit op woningniveau te introduceren, helpen deze principes de behoefte aan nieuwe woningen te verminderen, zonder hogere bouwkosten of extra vloeroppervlak. Ze vertalen zich in ruimtelijke strategieën waarmee woningen kunnen meegroeien met veranderende huishoudens.

9_Todays-section©STAR

1 — De superveelzijdige driekamerwoning (met twee slaapkamers)
De meeste appartementen met twee slaapkamers zijn ontworpen voor één statisch huishouden. In werkelijkheid zouden ze twee huishoudens kunnen huisvesten — en dat gebeurt vaak ook: ouders met een volwassen kind, twee woningdelers, een oudere die samenwoont met een student of mantelzorger, of een stel dat een kamer verhuurt.

Standaardplattegronden ondersteunen zulke situaties zelden. Gebrek aan privacy en een slechte ruimtelijke organisatie maken samenwonen belastend. Daardoor worden deze woonvormen ontmoedigd en zoeken bewoners afzonderlijke woningen — vaak tegen hogere kosten — waardoor de vraag naar woningen verder toeneemt.

Een goed ontworpen driekamerwoning kan daarentegen met enkele eenvoudige ruimtelijke ingrepen comfortabel plaats bieden aan twee huishoudens: duidelijk van elkaar gescheiden, niet-aangrenzende slaapkamers met visuele privacy; één slaapkamer dicht bij de entree, voorbereid op de latere toevoeging van een kleine kitchenette; en twee compacte badkamers.

In zo’n configuratie kunnen twee huishoudens comfortabel een woning delen en toch een hoge mate van autonomie behouden. Een intelligente plattegrond kan zo de noodzaak van een extra woning voorkomen.

2

2 — De splitsbare woning: verborgen wooncapaciteit benutten
Dit kernprincipe heeft betrekking op grotere woningen. Woningen met drie of meer slaapkamers raken vaak onderbewoond zodra de kinderen het huis uitgaan. De ouders blijven wonen in een huis dat niet langer bij hun behoeften past, terwijl verhuizen moeilijk is door hun emotionele verbondenheid met zowel de woning als de buurt, financiële beperkingen of simpelweg een gebrek aan geschikte alternatieven.

Splitsbare woningen zijn zo ontworpen dat al bij voorbaat rekening wordt gehouden met de functionele, technische en juridische vereisten voor een toekomstige opdeling. De eigenaar behoudt een eigen deel van de woning, terwijl het niet-gebruikte gedeelte kan worden omgevormd tot een kleine zelfstandige woning voor een volwassen kind, een toekomstige mantelzorger, of om via verhuur of verkoop extra inkomsten voor de oude dag te genereren.

Deze eenvoudige strategie is economisch, sociaal en ecologisch duurzaam: er wordt een woning aan de woningvoorraad toegevoegd zonder extra vloeroppervlak te bouwen. Zo wordt latente wooncapaciteit geactiveerd. Als woningen de afgelopen veertig jaar op deze manier waren ontworpen, zou het huidige woningtekort aanzienlijk kleiner zijn.

3

3 — De extra kamer: kleine ingrepen, grote impact
Soms heeft een woning slechts één extra kamer nodig om te kunnen blijven beantwoorden aan de veranderende behoeften van haar bewoners: bij de komst van een kind, om thuis te kunnen werken, om voor een ouder op leeftijd te zorgen of om een kind dat afwisselend bij beide ouders woont een eigen plek te geven.

Om dit mogelijk te maken, ontwikkelden we verschillende ruimtelijke mechanismen waarmee zo’n extra kamer kan worden gecreëerd zonder dat de bewoners hoeven te verhuizen.

Een daarvan is de ‘plug’: een afsluitbaar balkon dat kan worden omgevormd tot een verblijfsruimte van ongeveer 9 m². Een andere oplossing is de ‘modulaire woonkamer’, die niet in de diepte maar in de lengterichting langs de gevel is georganiseerd en ten minste twee ramen heeft. Daardoor kan een deel van de woonkamer worden afgescheiden tot een extra kamer. In sommige gevallen introduceerden we ook de ‘verplaatsbare keuken’ — toen de keuken nog een eigen ruimte had, iets wat in hedendaagse woningen steeds zeldzamer wordt. De keuken kan dan naar de woonkamer worden verplaatst, waardoor de oorspronkelijke keukenruimte vrijkomt als extra kamer.

In alle gevallen worden de ruimtelijke, functionele, technische en juridische vereisten al in het ontwerp meegenomen.

Dankzij deze extra kamer kan een woning nog vele jaren met het huishouden meegroeien. Dat verlengt haar levensduur en vermindert de behoefte aan nieuwe woningen.

4

4 — Co-residence: gedeeld wonen opnieuw doordacht
Gedeeld wonen wordt vaak geassocieerd met studenten of tijdelijke huisvesting. Wanneer het goed wordt ontworpen, kan het echter een doeltreffend antwoord bieden op het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens.

Met dat doel ontwikkelden we in 2012 een nieuwe typologie voor gedeeld wonen, die we co-residence noemen. Iedere bewoner beschikt over een eigen privé-eenheid — met een ruime slaapkamer en een eigen badkamer — terwijl de keuken, woonkamer en eetruimte worden gedeeld. De typologie is ontworpen voor drie tot zes bewoners.

Vergeleken met zes afzonderlijke appartementen kan een co-residence voor zes bewoners zowel het vloeroppervlak als het energieverbruik met maximaal 45 procent verminderen. Nog belangrijker is dat deze woonvorm sociale netwerken en wederzijdse steun creëert, die voor veel alleenwonenden essentieel zijn.

In tegenstelling tot co-living, met zijn hotelachtige karakter en grootschalige gemeenschappelijke voorzieningen, werkt dit model op de intieme schaal van de woning. Het biedt privacy zonder de gemeenschap op te offeren.

5

5 — De PLUS-typologie: voorbij het aantal slaapkamers
Woningtypologieën worden doorgaans bepaald aan de hand van het aantal slaapkamers. Toch valt een groeiend aantal huishoudens tussen deze categorieën in: alleenstaande ouders, gescheiden ouders met een weekendregeling of thuiswerkers. Zij hebben extra ruimte nodig, maar de volgende ‘slaapkamercategorie’ is vaak te groot en onbetaalbaar.

Om hierop in te spelen, ontwikkelden we de PLUS-typologie: een nieuwe woningcategorie tussen de conventionele categorieën in. Het bepalende element is de PLUS-ruimte: een compacte ruimte die in open verbinding staat met de woonkamer en is voorzien van een eigen raam, verwarming, verlichting en alle benodigde aansluitingen. Hoewel compact, is zij groot genoeg om als slaap- of werkplek te dienen.

Als een woning met één slaapkamer bijvoorbeeld 43 m² groot is en een woning met twee slaapkamers 62 m², dan meet een woning met één slaapkamer PLUS ongeveer 52 m². Het doel is de prestaties van de volgende woningcategorie — in termen van kwaliteit en gebruiksmogelijkheden — zo dicht mogelijk te benaderen, zonder de volledige extra oppervlakte toe te voegen. Zo kan de woning aan aanvullende behoeften voldoen en toch betaalbaar blijven, met name voor kwetsbaardere huishoudens zoals alleenstaande ouders.

De PLUS-typologie stemt de woninggrootte af op de werkelijke ruimtelijke behoeften van huishoudens. Ze laat zien dat enkele zorgvuldig ontworpen vierkante meters de behoefte aan veel meer vierkante meters aanzienlijk kunnen verminderen.

6

6 — Compacte woningen: elke vierkante meter laten tellen
Veel eenpersoonshuishoudens hebben moeite om een betaalbare woning te vinden. Dat komt deels door de terughoudendheid om woningen kleiner te maken, ondanks de snelle groei van kleine huishoudens in heel Europa.

Een compacte woning kan een uitstekende kwaliteit van leven bieden, mits zij zorgvuldig wordt ontworpen. Compacte woningen vragen om intelligent ontwerp dat ver boven de huidige standaard uitstijgt, zodat elke vierkante meter optimaal wordt benut. Hoe kleiner de woning, hoe intelligenter het ontwerp moet zijn.

Om dit te bereiken, ontwikkelden we verschillende strategieën: uiterst efficiënte plattegronden met nauwkeurig gepositioneerde deuren, ramen en radiatoren; hogere plafonds die tussenverdiepingen mogelijk maken; en een intelligente variatie in plafondhoogtes, afgestemd op het gebruik van de ruimte. Samen kunnen deze strategieën de vloeroppervlakte van een woning met 25 tot 40 procent verkleinen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van leven. Daarnaast ontwerpen we deze woningen zo dat ze later kunnen worden samengevoegd, zodat meerdere eenheden gecombineerd kunnen worden wanneer de behoeften van het huishouden veranderen.

Goed ontworpen compacte woningen zijn geen compromis, maar een strategie. Ze bieden kleine huishoudens een geschikter en betaalbaarder antwoord door de vloeroppervlakte af te stemmen op hun werkelijke behoeften. Tegelijkertijd beperken ze de gebouwde oppervlakte en de daarmee samenhangende ecologische en economische kosten.

7

Hoe beter woningontwerp de overheidsuitgaven verlaagt
Wanneer we het gecombineerde effect van deze zes strategieën bekijken, schatten we dat zij de behoefte aan nieuwe woningen met ongeveer 40 procent kunnen verminderen. Analyses met behulp van AI zijn zelfs nog optimistischer en illustreren hoe groot het potentieel van deze oplossingen is.

Geen van deze strategieën vereist echter nieuwe technologieën, hogere bouwkosten of grotere woningen — integendeel. Ze vragen simpelweg om beter ontworpen plattegronden.

Waarom blijft de woningsector dit dan over het hoofd zien? Misschien is het tijd dat ook andere sectoren bijdragen aan de verbeteringen die de woningbouw zo dringend nodig heeft. De gevolgen van slecht woningontwerp reiken immers veel verder dan de woningsector zelf.

Wanneer een woning niet langer aansluit bij de behoeften van haar bewoners, kan dat schoolprestaties negatief beïnvloeden, spanningen binnen het huishouden versterken, huishoudens uit elkaar drijven of ouderen noodgedwongen naar een zorginstelling doen verhuizen. Slecht ontwerp kan ook ondernemerschap belemmeren en huishoudens dwingen regelmatig te verhuizen, met verstoringen van onderwijs, werk en lokale gemeenschappen tot gevolg.

Een goed ontworpen plattegrond kan de overheidsuitgaven verlagen door stabielere woonomstandigheden te ondersteunen en de sociale, economische en ecologische resultaten op lange termijn te verbeteren.

De rol van ontwerp — en de rol van de architect
Er is echter een structureel obstakel dat de toepassing van deze principes in de weg staat. In het huidige model van woningproductie wordt het woningontwerp grotendeels bepaald door projectontwikkelaars en hun gestandaardiseerde plattegronden. Al te vaak worden architecten pas bij het proces betrokken wanneer de belangrijkste beslissingen over de plattegrond al zijn genomen, waardoor hun rol grotendeels beperkt blijft tot het ontwerpen van de gevel.

Het gevolg is dat plattegronden worden geoptimaliseerd voor efficiëntie op de korte termijn, in plaats van voor aanpasbaarheid op de lange termijn.

Standaardisatie en prefabricage worden steeds vaker gepresenteerd als oplossing voor de woningcrisis. Maar sneller meer slecht ontworpen woningen bouwen is geen duurzame oplossing. Met slecht ontworpen woningen dreigen we een hele generatie woningen vast te leggen in plattegronden die snel verouderd raken zodra huishoudens veranderen, waardoor de woningcrisis zichzelf blijft versterken.

De woningcrisis oplossen betekent daarom niet alleen méér of sneller bouwen, maar ook het herstellen van de centrale rol van intelligente plattegronden in de woningbouw.

Een nieuw narratief over wonen: focus op mensen, niet op Excel-sheets
De zes strategieën die in dit artikel worden gepresenteerd, creëren woningen die veelzijdiger, veerkrachtiger en beter in staat zijn mee te groeien met veranderende huishoudens.

Zulke woningen zouden niet alleen een grote maatschappelijke vooruitgang betekenen; ze kunnen ook de vraag naar nieuwe woningen aanzienlijk verminderen en de overheidsuitgaven verlagen. Het mooiste is: deze woningen zijn niet duurder (wij realiseerden ze in 2019 voor € 1.580–1.750/m² excl.) en vereisen geen grotere woningen of nieuwe bouwmethoden.

Toch dient het heersende technocratische narratief meer en sneller produceren, in plaats van minder maar beter ontwerpen vooral degenen die profiteren van een voortdurend woningtekort. Zoals een projectontwikkelaar mij ooit vroeg: "Waarom al die moeite om woningen te verbeteren, Beatriz? We verkopen toch alles, hoe slecht het ook is."

Woningen ontwerpen die zich aanpassen aan mensen, de maatschappelijke veerkracht vergroten en de behoefte aan nieuwbouw verminderen is geen utopie. Het is zowel een reële mogelijkheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Met ons project START-Ivry hebben we aangetoond dat woningen zowel sociale infrastructuur als economisch haalbaar kunnen zijn. Hun maatschappelijke functie negeren betekent een van de fundamentele verantwoordelijkheden van de architectuur verloochenen.

Er is dringend behoefte aan een nieuw narratief over wonen: een narratief dat woningen afstemt op de werkelijke behoeften van hun bewoners, en niet op Excel-sheets. Miljoenen slecht ontworpen woningen sneller bouwen is als miljoenen slecht passende jassen produceren: hoeveel we er ook bouwen en hoe snel we dat ook doen, ze zullen niet voldoen aan de behoeften van hun bewoners en hen uiteindelijk dwingen opnieuw een andere woning te zoeken.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor