Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De onzichtbare werkers achter de enorme hoeveelheid data in het voetbal

Vandaag
leestijd 6 minuten
453 keer bekeken
ANP-511236584

Wanneer het WK voetbal 2026 op 11 juni begint, wordt het gepresenteerd als het meest datagedreven toernooi uit de sportgeschiedenis: AI-ondersteunde buitenspeldetectie, een bal vol sensoren, 3D-scans van de 1.248 spelers en een AI-assistent voor elke nationale ploeg. Realtime tracking, recruitmentmodellen en tactische dashboards zijn allang alledaagse hulpmiddelen geworden in het profvoetbal. Achter elk van die datapunten gaan werkers schuil die bij de uitzending van het WK vrijwel nooit in beeld worden gebracht.

De gesprekken over technologie tijdens het WK gaan niet verder dan de schermen: de buitenspellijn, de VAR, de live-statistieken. Bijna niemand vraagt wie de data daarachter produceert, waar en onder welke omstandigheden. In mijn nieuwe onderzoeksproject “Techwerkers in het voetbal” (Tech Workers in Football), gefinancierd door Creative Labour and Critical Futures van de Universiteit van Toronto, breng ik de werkers in kaart die schuilgaan achter de datawaardeketens van het voetbal.

Kunstmatige intelligentie werkt, in welke context dan ook, met data, met menselijke arbeid die de data annoteert en controleert, en met een fysieke infrastructuur. Het voetbal is daar al veel langer van afhankelijk dan de huidige AI-hype doet vermoeden. Ruim tien jaar geleden kocht een van de grote Engelse clubs, Arsenal, een klein databedrijf waarmee het al samenwerkte, en bouwde dat om tot zijn interne afdeling datawetenschap. De wedstrijdbeelden van dat bedrijf werden op hun beurt gecodeerd door datawerkers in Cambodja en Laos. De overname vond plaats in 2012 en werd pas in 2014 openbaar. Achter de voetbaldata groeit al ruim tien jaar een hele beroepsgroep, vrijwel onopgemerkt.

Deze ketens bestaan uit drie grote lagen. Het dichtst bij het spel staan de clubinterne techwerkers: de analisten en datawetenschappers (data scientists) die de clubs rechtstreeks in dienst nemen en die zij aan zij met de technische staf werken. Zelfs binnen dezelfde competitie is er niet één manier om dat werk te organiseren: de afdelingen dragen verschillende namen, zijn op verschillende plekken in de club ondergebracht, de contracten lopen uiteen en de achtergronden zijn heel divers, van gepromoveerde natuurkundigen of wiskundigen tot mensen die zijn weggekocht bij de grote techbedrijven. En de clubs houden die structuren meestal geheim. Tot nu toe heeft nog geen enkel onderzoek het profiel van deze werkers gedocumenteerd.

Voorbij de clubs staan de dataleveranciers, en die zijn niet allemaal hetzelfde. Sommige verzamelen de officiële eventdata, het gestructureerde register van elke actie aan de bal, en hebben de rechten om die door te verkopen aan media en gokbedrijven. Andere hebben zich gespecialiseerd in tracking, met camera’s in de stadions die de positie van elke speler vastleggen, en het zijn hun ingenieurs die ruwe video omzetten in data. Een Franse startup bouwt zelfs tracking-data op uit niets meer dan de beelden van de uitzending. Een van de bekendste Nederlandse bedrijven is SciSports: met computervisie (het systeem BallJames) reconstrueert het de positie van elke speler uit camerabeelden, en het is dit bedrijf dat het analyseplatform waarop de hele Eredivisie draait levert. Maar de officiële data zelf komt grotendeels van buitenlandse partijen: de Eredivisie gebruikt Opta-eventdata van Stats Perform en tracking van TRACAB, die SciSports vervolgens samenbrengt.

Daaromheen draait een groter ecosysteem: fabrikanten van draagbare sensoren (gps en versnellingsmeters) die meten hoeveel en hoe intensief spelers lopen; videoplatforms die de wedstrijden opnemen en van labels voorzien; scoutingdatabases waarin clubs speuren naar hun volgende aanwinst; adviesbureaus die prestaties modelleren op basis van eigen of andermans data; bedrijven die uit de gokindustrie komen en tegenwoordig voorspellingen verkopen; en systemen die de belasting van spelers monitoren om blessures te voorspellen. In al die lagen zijn de mensen die het werk doen meestal vast in dienst, vaak gebonden door geheimhoudingsovereenkomsten en geconcentreerd op een handvol locaties. En het speelveld versmalt: een klein aantal bedrijven controleert de data waarvan de meeste clubs afhankelijk zijn (het Amerikaanse Hudl kocht in 2024 StatsBomb), te midden van overnamegolven, private-equitykapitaal en geld van de financiële markten, terwijl de sector consolideert.

Nog verder van het publieke oog verwijderd, helemaal onderaan, werken de datawerkers die annoteren wat er op het veld gebeurt: geen analisten die de cijfers duiden, maar taggers die elke pass, elk duel en elk schot met de hand omzetten in gestructureerde data, in een wedloop met de live-uitzending. Dat werk concentreert zich in steden met lagere lonen: ruim honderd taggers verwerken vanuit één kantoor in het Oekraïense Ternopil de wedstrijden voor het Italiaanse Wyscout, en een vergelijkbare ploeg doet hetzelfde in Caïro. Onderaan de ladder wordt een groot deel van die live-data verzameld door mensen die per wedstrijd worden ingehuurd en per klus betaald krijgen. Een Duits bedrijf, inmiddels onderdeel van een Australische groep, laat zijn wedstrijden annoteren door een team op de Filipijnen, waar één wedstrijd drie tot vier uur werk kan kosten.

In het boek Expected Goals vertelt Rory Smith dat elke nieuwe datawerker in Manila het vak leert aan de hand van één wedstrijd: de 7-1 waarmee Duitsland Brazilië wegspeelde in de halve finale van het WK 2014. Hoewel Brazilië vaker op doel schoot en meer balcontacten had, werd het elftal overlopen; en juist daaraan leer je welke andere factoren je moet meewegen bij het bekijken en annoteren van wedstrijden. Het is onzichtbaar werk: achter de tribunes, en in vrijwel het hele publieke debat over voetbal.

Deze lagen bepalen hoe het voetbal vandaag wordt bekeken en aangestuurd: de graphics van de uitzending, de winstkans in procenten op het scherm, de beslissingen over speeltijd en tactiek, de aanwinst die een club zojuist op basis van data heeft vastgelegd. Deze werkers zijn onmisbaar geworden, maar het grote publiek kent ze nauwelijks; zelfs de datawetenschappers, de zichtbaarste onder hen, zijn buiten hun club zelden bij naam bekend. Hoe lager in de keten, hoe onzichtbaarder het werk. Sommigen van de mensen die de data live verzamelen, belandden zelfs voor de rechter: supporters en studenten die nauwelijks meer verdienen dan de prijs van een toegangskaartje, gevangen in de juridische strijd tussen de datagiganten die zij met hun werk bevoorraden.

De waardeketen heeft ook een geografie. De hoogwaardige analyse zit geconcentreerd in een handvol rijke centra, terwijl het annoteerwerk plaatsvindt in steden in Oost-Europa, Afrika en Zuidoost-Azië. Clubs buiten de dominante competities betalen die leveranciers vaak in vreemde valuta. Toch zou het een vergissing zijn deze competities simpelweg als achtergebleven te zien: het Braziliaanse voetbal bouwt bijvoorbeeld zijn eigen structuren, met bedrijven die elke wedstrijd uit het tv-signaal vastleggen en adviesbureaus die analisten opleiden die de clubs elkaar vervolgens afsnoepen, rondom interne analyseafdelingen die van club naar club trekken. En steeds vaker laten investeerders die meerdere clubs in verschillende landen bezitten, methoden, data en personeel circuleren als interne transfers: zo is het Haagse ADO Den Haag, dat net is gepromoveerd naar de Eredivisie, onderdeel van de portefeuille van de Amerikaanse investeerder David Blitzer, die ook Crystal Palace, FC Augsburg en Brøndby bezit en spelers tussen zijn clubs heen en weer schuift.

Het WK zet de data en de AI van het voetbal op het grootst denkbare podium. Honderden miljoenen mensen zullen de wedstrijden volgen en de cijfers op het scherm becommentariëren. De datawerkers die jagen op de gegevens uit de uitzending, de leveranciers die die data aan derden verkopen, de analisten die rapporten schrijven en met de technische staf onderhandelen: zij verschijnen niet in beeld, en toch zou dit hele spektakel zonder hen niet bestaan. Het voetbal dat we zo gaan zien, draait evenzeer op hun werk als op dat van de spelers.

Onderzoekers, journalisten en zelfs de supporters moeten deze werkers serieus nemen en hun profiel leren kennen: wie ze zijn, waar ze werken, hoeveel ze verdienen en hoeveel zeggenschap ze hebben over de technologieën waarvan ze afhankelijk zijn. En anders dan bij honkbal geeft het voetbal zich nooit helemaal over aan de cijfers: het blijft magisch, onvoorspelbaar. Wij die van het spel houden, weten dat maar al te goed.

Rafael Grohmann is universitair docent Mediastudies aan de Universiteit van Toronto en directeur van het onderzoekslab DigiLabour.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor