
Nico schrijft een serie over oorlog, dit is aflevering 123
Er zijn mensen die beweren dat we al in oorlog leven. Die zien oorlog begrijpelijkerwijs als een internationaal fenomeen en ze wijzen daarbij op Gaza en Oekraïne. Ik vind dat we voorzichtig moeten zijn met het elkaar als het ware aanpraten van de oorlog. Eerder is het mijns inziens opvallend dat het in Nederland nog steeds niet echt oorlog is. Hoe langer dat zo blijft, des te beter.
In het kader van de vredesweek, die al meer dan vijftig jaar plaats vindt, hebben we gisteren in Rotterdam uitbundig de vrede gevierd. In een samenwerking van het Verhalenhuis Belvedere, het Nieuwe Instituut en de afdeling Rotterdam van De Nieuwe Vredesweging ontmoetten we elkaar in het verhalenhuis op Katendrecht.
Ik beet het spits af met mijn neusfluit, om een term uit de oude krijgskunst te gebruiken. Nadat ik gevraagd had of iemand uit het publiek naast mij op het podium wilde plaats nemen, speelde ik de melodie van het kerstlied Ere zij God dat over vrede op aarde gaat. Ik vroeg Jackie, die mijn verzoek had ingewilligd, of zij die melodie herkende. Dat was niet het geval, maar anderen in de zaal hielpen een handje. Daarna las ik mijn inleiding voor.
Ik vertelde dat ik een oorlogskind (geboren tijdens WO II) was en dat mijn leven daarom grotendeels in het teken van ‘nooit meer oorlog’ stond. Ten tweede zoomde ik in op de vraag waarom de wereld, de politiek, de mensen en de media tegenwoordig meer in de ban van de oorlog lijken dan dat men (ook) naar vrede streeft. En wat we kunnen doen om dat patroon te doorbreken? Het minste is wel om het gesprek met anderen aan te gaan. Daarbij verwees ik naar mensen die daar goed over hebben nagedacht. Zo pleit Ron Wijnberg voor de humanisering van de ander, oftewel ‘altijd de mens in de ander blijven zien’. Ook is hij van mening dat we het leven moeten vieren. Actievoerders zijn vaak ernstige betweters die vooral de eigen parochie bereiken, maar actievoeren moet ook licht, vrolijk, grappig en gezellig zijn. Ik citeerde Hannah Arendt die waarschuwde dat ‘het meeste kwaad wordt aangericht door mensen die nooit een bewuste keuze hebben gemaakt tussen goed en kwaad.’ Tot besluit zei ik dat verzet neerkomt op een simpele keuze. Die keuze is aan jou.”
Ik vroeg Jackie wat ze van mijn verhaal vond. Ze vond het lang en ingewikkeld en zei er zich enigszins door overvallen te voelen. “Ik ben trots op mijn zoon die het leger in wilde toen Rusland de oorlog met Oekraïne was begonnen.” Daarop reageerde ik dat ik geen mensen wil doden die ik niet ken. “De vijand in de loopgraaf tegenover mij zou een vriend kunnen zijn.” Jackie zei ook dat ze een goed boek had gelezen waarin de kogel de hoofdrol vertolkte. Ik was blij met haar aandeel in ons gesprek.
Els Desmet van het Verhalenhuis had een mooi gevarieerd programma voor deze bijeenkomst bedacht. Centraal stond een maaltijd, gekookt door de Syrische kokkin Anahid Darwish.
Rond het menu droeg ‘dichter voor vrede’ Edwin de Voigt poëzie voor; de korte Syrische film Back werd vertoond en Manuël Kneepkens verkocht zijn kleurtekeningen, waarvan de opbrengst naar Gaza gaat. Hoogtepunt was het optreden van de Oekraïense zangeres Maryana Golovchenko. In haar liederen klonk ‘vrede, verzet en hoop’ door. Ook was er aandacht voor op vrede gerichte initiatieven in Rotterdam, waartoe ook de bekende stadmaker Ineke Palm opriep.
De Italiaanse filosoof Rosi Braidotti hield, voorafgaand aan de ‘Volkskeuken van vrede en verzet’ een drukbezochte lezing over de vraag: Hoe bouw je een cultuur van vrede? Daarbij gaat het om de beweging van angst naar veerkracht. De lezing is onderdeel van de After Summer School, een project van het Nieuwe Instituut. Braidotti ging als een bevlogen spraakwaterval te keer. Ze had het in het Engels over de oorlog als realiteit en het kapitalisme als een crazy system. En over de barbaarse destructie van warmachines. Ze riep op om de wanhoop te bedwingen en het slechte nieuws om te draaien. We moeten leren om de wereld niet te zien zoals die nu is. Daarvoor is het ontwikkelen van radicale fantasieën geboden. Toen we na haar spraakwaterval vragen mochten stellen wist ik niet goed waar ik moest beginnen. “Wie is uw favoriete filosoof?”, probeerde ik. “Spinoza”, reageerde ze onmiddellijk en opnieuw leek ze niet te stuiten met een overtuigend betoog. Baruch Spinoza was een Nederlandse filosoof van Vrede en Recht. (1632- 1677). Zijn bekendste werk is Ethica. Geen vrede zonder recht, zoals er ook geen vrijheid kan zijn zonder vrede.