Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De vergeten les van Joop den Uyl

•
Vandaag
•
leestijd 4 minuten
•
600 keer bekeken
•
ANP-462054359

Nieuwsberichten hebben het dagelijks over dingen die niet goed gaan in Nederland. Opvallend genoeg zijn dat vaak zaken die verband houden met publieke voorzieningen die door de overheid moeten worden gefinancierd. Zo zijn er in de gezondheidszorg al langere tijd wachtlijsten en personeelstekorten. Er worden te weinig sociale huurwoningen gebouwd, waardoor er sprake is van woningnood. De beschikbare kinderopvang is onvoldoende. Er is een nijpend lerarentekort. Het openbaar vervoer schiet tekort. In de jeugdzorg zijn er lange wachttijden en wordt onvoldoende passende hulp geboden. In de GGZ is het al niet anders. Ook bij de politie kampt men met personeelstekorten. De afvalstroom is door ons ongebreidelde consumptiepatroon steeds groter geworden, waardoor capaciteitsproblemen ontstaan. De infrastructuur kampt met achterstallig onderhoud. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het heeft allemaal te maken met het feit dat opeenvolgende kabinetten de publieke voorzieningen hebben verwaarloosd. Ze wilden het aan de markt overlaten. En nu zitten we met de gebakken peren. Op allerlei fronten loopt het vast. Er dient vanaf nu veel meer aandacht uit te gaan naar de publieke dienstverlening. Misschien moeten privatiseringen wel worden teruggedraaid in het belang van ons welzijn.

Iemand die zich daar in de jaren zestig als politicus volop mee bezighield, was Joop den Uyl. Hij had waarschijnlijk niet gedacht dat de problemen die zich toen aandienden, 63 jaar later nog steeds actueel zouden zijn. Welvaart betekent niet per definitie ook welzijn. Dat was wat Den Uyl betoogde en het is nog altijd van toepassing.

In 1963 hield Joop den Uyl (PvdA) een lezing met de titel Om de kwaliteit van het bestaan, naar het gelijknamige rapport van de Wiardi Beckman Stichting. Hij betoogde daarin dat economische groei zou moeten leiden tot meer gelijkheid, betere publieke voorzieningen en daarmee tot een hogere kwaliteit van het bestaan.

De welvaart was in die jaren flink toegenomen. De inkomens stegen en de meeste mensen hadden werk. Den Uyl wist te vertellen dat er in tien jaar tijd een half miljoen auto's, een miljoen bromfietsen en anderhalf miljoen televisietoestellen bij waren gekomen. Er werd volop geconsumeerd, vooral luxeartikelen. Nederlanders kochten kwaliteitsproducten.

Maar Den Uyl constateerde tegelijkertijd dat de publieke voorzieningen flink tekortschoten. Zowel kwalitatief als kwantitatief waren ze niet op orde. De groei van het nationale inkomen leidde volgens hem dan ook niet automatisch tot meer welzijn. De groeiende welvaart werd naar zijn oordeel niet op de juiste manier vormgegeven.

Hij vroeg zich af: waar komt die groei terecht? Wie krijgt er het meeste van in handen? Hoe moet de economische groei op de meest rechtvaardige manier worden verdeeld? En hoe kan economische groei bijdragen aan meer levensgeluk en een hogere kwaliteit van het bestaan?

Het waren retorische vragen waarop Den Uyl het antwoord al wist. Hij wees erop dat het nationaal inkomen nog altijd bijzonder ongelijk was verdeeld en dat slechts één procent van de bevolking de helft van het particuliere vermogen bezat. Vermogens werden volgens hem nauwelijks belast, terwijl een groot deel van de bevolking niet of onvoldoende deelde in de groeiende welvaart.

Daarom pleitte hij vurig voor het verkleinen van de inkomens- en vermogensverschillen. Om dat te bereiken zou de overheid ingrijpende maatregelen moeten nemen. Een belangrijke taak van de overheid was volgens Den Uyl het creëren en onderhouden van goede publieke en gemeenschappelijke voorzieningen.

Tegelijkertijd zag hij dat vooral veel luxegoederen werden gekocht: goederen die via grootschalige reclame aan de man werden gebracht en die we volgens hem eigenlijk niet nodig hadden. Die particuliere bestedingen zouden ten koste gaan van de gemeenschapsvoorzieningen. We zouden het geld beter kunnen besteden aan goederen en diensten waarvan de hele maatschappij profiteert.

Den Uyl zag een ‘disharmonie’ tussen particuliere en gemeenschappelijke bestedingen. Hij vond het belangrijk iets te doen aan de woningnood: er moesten meer en betere woningen komen. Ook moest er meer worden geïnvesteerd in het onderwijs om de kansengelijkheid te vergroten. Een flinke verhoging van de AOW zou volgens hem eveneens leiden tot een betere verdeling van de welvaart. In de gezondheidszorg moest een achterstand worden ingelopen. Ook de wegeninfrastructuur bleef achter bij de groeiende economie en het toenemende autobezit.

Kortom, Den Uyl pleitte voor minder particuliere consumptie en tegelijkertijd voor een rechtvaardiger verdeling van het beschikbare inkomen. Ook moesten vermogens zwaarder worden belast.

Als het linkse programma in de praktijk zou worden gebracht, zo stelde hij, zou ervoor worden gezorgd dat de ‘toeneming van het aantal auto’s iets minder snel gaat, er naar verhouding minder woningen in de vrije sector worden gebouwd en de consumptie van luxegoederen wordt afgeremd. Maar de jeugd zal beter worden toegerust, er zullen betere woningen worden gebouwd, meer gymnastieklokalen komen, voor zieke bejaarden zal ruimte komen in verpleeghuizen en sportverenigingen zullen hun wachtlijsten zien inkrimpen.’

Als de aanbevelingen van Joop den Uyl opgevolgd zouden worden zou er heel wat aan het huidige beleid veranderen. Meer (financiële) aandacht van de overheid voor volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer en infrastructuur. Je kunt namelijk niet alles aan de markt overlaten…

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor