
In de eerste weken na de verkiezingen schreven Rob Jetten en Henri Bontenbal samen een brief die geen regeerakkoord wilde zijn. Ze noemden het zelf een uitnodiging. "Dit is een uitgestoken hand," staat er, letterlijk, boven het document waarmee D66 en CDA de onderhandelingen begonnen. Een hand uitgestoken naar "andere partijen die met ons willen werken aan een plan om Nederland weer vooruit te helpen." Jetten en Bontenbal schreven dat ze hoopten dat meer partijen "deze handschoen" met hen wilden oppakken.
Ik heb die tekst deze week nog eens teruggelezen, met de kennis van nu. En het is een vreemde ervaring. Het leest als een brief aan een geliefde die nooit is aangekomen bij het juiste adres.
Vrijdag 28 augustus moet de begroting voor 2027 naar de Raad van State. Kabinet-Jetten heeft in zijn eentje geen meerderheid om die te dragen: 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer, 22 van de 75 in de Eerste Kamer. Deze week tekenen zich de eerste contouren af van wie die handschoen nu daadwerkelijk gaat oppakken. Niet Progressief Nederland. Wel JA21, SGP en BBB.
Stel dat het lukt. Stel dat Jetten er voor vrijdag uitkomt en dat D66 in september zijn eerste begroting moet verdedigen met een meerderheid die mede door deze drie partijen mogelijk is gemaakt. Dan is woensdag 16 september, rond tien uur 's ochtends, het moment waarop dat hardop wordt uitgesproken. Jesse Klaver, terug als leider van Progressief Nederland en aanvoerder van de grootste oppositiepartij, staat op voor het eerste grote debat na Prinsjesdag. En ik denk dat hij niet met een vraag opent. Ik denk dat hij met die brief van Jetten en Bontenbal opent.
Want dat is het wrange van dit verhaal. Klaver hoeft niet zijn eigen verkiezingsprogramma erbij te pakken om D66 aan te vallen. Hij kan gewoon voorlezen wat D66 zélf, samen met het CDA, al had opgeschreven voordat VVD aan tafel kwam.
Wat er in die hand zat
De agenda die Jetten en Bontenbal die eerste weken schreven, heette "Samen aan de slag voor een sterker Nederland." Geen dichtgetimmerd akkoord, schreven ze er zelf bij, maar een uitnodiging om mee door te praten. En als je leest wat erin staat, snap je waarom een deel daarvan bij Progressief Nederland niet had misstaan.
Op wonen kozen D66 en CDA voor 100.000 nieuwe woningen per jaar. Precies het getal waarmee ook GroenLinks-PvdA zijn eigen woonhoofdstuk opende, tot en met de dikgedrukte honderdduizend in een kader op de bladzijde. Twee partijen die vanuit heel verschillende tradities op exact hetzelfde aantal uitkwamen.
Maar het scherpste punt zat verstopt in een alinea over belastingen. Daar schreven Jetten en Bontenbal: "Om de woningmarkt toegankelijker te maken passen we de eigenwoningregelingen aan. Dat betekent onder andere geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek." Geen vaag voornemen. Een concrete belofte, met een tijdpad en een terugsluis in de inkomstenbelasting zodat huiseigenaren niet in de knel zouden komen.
Twee zinnen verderop stond er nog een: "We hervormen de autobelastingen... en voeren het systeem van betalen naar gebruik, plaats en tijd in." Rekeningrijden dus. Niet als verre stip op de horizon, maar als iets waar D66 en CDA samen hun handtekening onder hadden gezet.
Dit zijn nou precies de twee dossiers waarop D66 en GroenLinks-PvdA elkaar al jaren vinden. Allebei willen ze van bezit naar gebruik. Allebei willen ze dat de rijkste huizenbezitters niet langer worden gesubsidieerd door de rest. Er lag, kortom, een aanknopingspunt. Iets waarmee de partij die Klaver nu leidt, in theorie had kunnen instappen.
De hand die niet werd vastgepakt
Dat gebeurde niet. VVD kwam aanschuiven, en de prijs van die deelname was tweeledig: GroenLinks-PvdA moest van tafel, en een aantal van de scherpste punten uit "Samen aan de slag" moest mee de deur uit.
De hypotheekrenteaftrek werd niet langer afgebouwd. In het uiteindelijke regeerakkoord van D66, VVD en CDA staat simpelweg dat de fiscale behandeling van de eigen woning "ongewijzigd" blijft. Rekeningrijden verdween van tafel; ervoor in de plaats kwam een verlenging van de accijnsverlaging op benzine en een voorzichtig onderzoek naar een andere rekenformule voor de motorrijtuigenbelasting, met de uitdrukkelijke garantie dat automobilisten er niet op achteruit mogen gaan.
Dat is niet een kwestie van nuance of van "de uitvoering bleek toch lastiger." Het zijn twee concrete, getekende beloftes die zijn ingeruild op het moment dat er een derde handtekening bij moest. En de partij die daarvoor moest wijken – Progressief Nederland – was precies de partij die op die twee punten wél had kunnen tekenen.
Dezelfde hand, drie andere partijen
Wat mij nu bezighoudt, is dat het patroon zich lijkt te herhalen, alleen een stap verder naar rechts. Kabinet-Jetten heeft zijn eigen founding document al één keer uitgekleed om VVD binnen te halen. Nu zoekt het, voor dezelfde begroting, ook nog steun bij JA21, SGP en BBB – drie partijen die op wonen, mobiliteit en belastingen geen van allen enige aanleiding geven om ooit weer terug te bewegen richting wat er in januari nog op papier stond. Iedere volgende handtekening die dit kabinet nodig heeft, duwt de agenda verder weg van het punt waar hij begon.
Dat is precies waarom Klaver op 16 september niet met eigen verwijten hoeft te komen. Hij kan de brief van Jetten en Bontenbal gewoon meenemen naar het spreekgestoelte. "Dit is een uitgestoken hand," kan hij voorlezen. En dan de vraag stellen die er eigenlijk al die tijd al lag: aan wie was die hand nou precies gericht, en wie heeft hem uiteindelijk vastgepakt?
Wat ik daarvan denk
Ik schrijf dit als D66-lid, en ik zeg niet dat het makkelijk regeren is met 66 zetels in een Kamer van 150. Een kabinet dat voor elke wet ergens anders moet aankloppen, is geen kabinet dat zich kan veroorloven principieel te zijn op elk dossier. Dat snap ik.
Maar ik heb die brief van Jetten en Bontenbal nu een paar keer gelezen, en ik kan niet wegkijken van wat erin stond en van wat ervan over is. Geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Rekeningrijden. Dat waren geen bijzaken, het waren de punten waarmee D66 zichzelf destijds nog durfde te onderscheiden. Ze zijn niet verwaterd door de uitvoering. Ze zijn weggegeven, op het moment dat er een handtekening van rechts nodig was in plaats van een handtekening van links.
Ik hoop dat Klaver het scenario dat ik hier beschrijf niet krijgt om over te spreken. Maar als hij dat wel krijgt, hoeft hij niet veel te verzinnen. Hij hoeft alleen de uitgestoken hand van januari naast de vuist van nu te leggen, en te vragen wie hem heeft laten vallen.