
We leven in een tijd van toenemende ontwrichting. Het klimaat verandert, geopolitieke spanningen nemen toe, de energievoorziening en de woningmarkt lopen vast, zorgmedewerkers en onderwijzers vallen uit en het vertrouwen in de politiek daalt. Wat vaak als losse problemen wordt gezien, hangt in werkelijkheid met elkaar samen.
Klimaatverandering zet de landbouw onder druk, dwingt mensen te migreren en veroorzaakt gevechten om grondstoffen. De opkomst van tech-oligarchen verstoort de informatievoorziening en vergiftigt het publieke debat. Onze manier van produceren en consumeren loopt tegen ecologische grenzen aan en schaadt de gezondheid van mens en natuur. In een onderling verbonden wereld verspreidt ontwrichting zich razendsnel.
De dominante politieke reactie? Juist meer groei, meer concurrentiekracht, harder werken. Maar de meeste mensen verlangen juist naar meer rust, meer zorg, meer gemeenschap. De spanning tussen wat nodig is en wat het systeem vraagt, wordt ondraaglijk.
Dit is geen toeval. De westerse moderniteit is gebouwd op een mentaliteit van verovering en uitbuiting. Een aanzienlijk deel van de westerse welvaart is tot stand gekomen via koloniale uitbuiting en het onttrekken van waarde elders in de wereld. Die mindset werkt nog steeds door: economische groei krijgt prioriteit boven ecologische grenzen, handelsketens blijven gebaseerd op goedkope arbeid en grondstoffen uit arme landen, en ook in eigen land is de gezondheid van mensen en natuur vaak ondergeschikt aan de winst van een kleine groep bedrijven. De intensieve veehouderij is hier een schrijnend voorbeeld van: ze vervuilt, schaadt en ontwricht en toch blijft het politieke debat steken in technische maatregelen en financiële compensatie. De fundamentele vraag over welk voedselsysteem wij eigenlijk willen, wordt niet gesteld.
Maar het kan anders. En het bégin is al zichtbaar.
Overal ontstaan hoopvolle initiatieven: regionale voedselnetwerken, energiecoöperaties, zorgcollectieven, nieuwe vormen van gemeenschapseconomie. Ze laten zien dat mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen en samen te werken aan een weerbaarder samenleving. Wat ze nodig hebben, is politieke ruimte en publieke investering.
Een groot obstakel hierbij is de manier waarop politieke besluitvorming werkt. Beleidskeuzes worden gevormd door lobbybelangen, coalitieakkoorden en electorale strategie. Kortetermijndenken wint het van wetenschappelijke inzichten. Fundamentele keuzes worden vooruitgeschoven. Maar wat vandaag politiek ongemakkelijk is, wordt morgen maatschappelijk ontwrichtend.
Wat nodig is, zijn twee dingen.
Ten eerste is dat systeemdenken: het vermogen om verbanden te zien bijvoorbeeld tussen klimaat, landbouw, gezondheid, economie en democratie. Om te begrijpen dat stikstof, energieprijzen, migratie en sociale onrust geen aparte dossiers zijn, maar onderdelen van één groter geheel van crises die elkaar beïnvloeden.
Ten tweede is dat de politiek weer gehoorzaamt aan de wensen en verlangens van de samenleving. Dat zou de basis van de democratie moeten zijn. Daarvoor moeten mensen niet alleen geïnformeerd worden, maar daadwerkelijk betrokken zijn bij het begrijpen en vormgeven van verandering. Wanneer burgers ervaren dat besluiten eerlijk tot stand komen en dat hun stem ertoe doet, groeit de bereidheid om moeilijke keuzes te dragen.
Het huidige partijpolitieke systeem is daartoe niet in staat. Vastgeroest in marketingframes, electorale concurrentie en een gebrek aan kennis, mist het de vermogens om het eerlijke verhaal te vertellen. Politici gaan voorbij aan de noodzakelijke ingrepen waar mensen naar verlangen, voor de korte én de lange termijn. De landelijke partijpolitiek is onderdeel van het probleem geworden. Ze moet daarom minder invloed hebben op het landelijk bestuur en ruimte maken voor een directe en deliberatieve democratie waar iedereen aan kan deelnemen.
Dit heeft haast. De mate van ontwrichting die we zullen ervaren, ligt niet vast, ze wordt mede bepaald door de keuzes die we nú nog kunnen maken. Als de samenhangende crises onbeantwoord blijven, versterken ze elkaar en verkleinen ze onze handelingsruimte. Maar wanneer we ons democratisch vermogen versterken, ons vermogen om samen te begrijpen, te besluiten en te handelen, dan vergroten we juist onze weerbaarheid.
De toekomst veiligstellen begint niet met een technologische doorbraak of een nieuw kabinetsakkoord. Het begint met ons. Met het vermogen om samen te begrijpen, te besluiten en te handelen. De macht moet terug naar de samenleving. Dat kan door het creëren van fysieke en online ruimtes waar mensen luisteren naar en leren van elkaar. Binnen kaders van een gedeeld beeld van wat eerlijk is, sociaal, intergenerationeel, internationaal en intersoortelijk. En gebaseerd op zo feitelijk mogelijke kennis en gezamenlijk besluitvorming. Zo kunnen wij wel goed zorgen voor elkaar en voor een leefbare aarde. Met een Democratie voor de Toekomst.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.