
"Pourquoi faites-vous ça?" schreeuwt de vrouw in paniek. Geëmotioneerd staat ze voor haar winkel. Wanhopige pogingen om demonstranten tegen te houden en aanspraak te maken op hun geweten zijn tevergeefs. Ze wordt aan de kant geduwd en kort hierop weggetrokken.
Wat zij echter niet lijkt te begrijpen, is dat de idealistische voorvechters van gedegen educatie haar winkel ontdoen van voorraad, louter met het oog op de strijd tegen lange lesdagen en het nijpende lerarentekort.
Context is alles.
De overvolle klassen worden daarentegen in een ander deel van de stad aangekaart. Een groep ijverige leerlingen besluit een Louis Vuitton-zaak van tekst en uitleg te voorzien; onvermoeid maken ze zich sterk voor gekoesterde idealen en zetten ze de dure tassen om in vers lesmateriaal.
Niet veel later bewijzen ook de tegenstanders van grootschalige bezuinigingen elders in het land dat de situatie onhoudbaar is, als ze het 143 jaar oude stadhuis van Limoges idealistisch prijsgeven aan de vlammen. Met de lessen natuur- en scheikunde in het achterhoofd komen ze daadkrachtig op voor edele belangen.
In een tijd dat er wereldwijd zoveel geluiden klinken over de drastische achteruitgang van de educatieve en cognitieve vaardigheden onder jongeren, stemmen deze beelden hoopvol. Met zoveel inzet, idealisme en vurige tongen wordt er gestreden voor de kwaliteit van onderwijs.
Dat ontroert…
''Niemand gaat dit begrijpen,'' zegt een vriend, nadat ik de bovenstaande tekst aan hem voordraag. ''Enerzijds bagatelliseer je de plunderingen, en anderzijds onderstreep je de achterliggende fundamentele drijfveren van de demonstranten niet voldoende.''
''Kies een kant, man!'' vervolgt hij geagiteerd.
''Is dit vóór of tegen mijn kamp?'' is de onbewuste vraag bij elk nieuwsbericht. We zijn murwgeslagen door de manier waarop wij informatie als hapklare digitale brokken tot ons nemen. We varen wel bij de taal die ons behaagt, de geluiden die goed resoneren binnen onze sociale kring en het narratief dat aansluit bij ons intellectuele vermogen en de bijbehorende visie op de werkelijkheid.
Als ik in mijn progressieve omgeving ook maar enigszins de suggestie wek dat naast economische motieven ook fundamentele culturele verschillen wellicht een rol spelen bij de rellen in Parijs, wordt er nog net geen guillotine bij gehaald. Daarentegen schrik ik direct van de commentaren onder de nieuwsartikelen: ''Je ziet wel weer direct wie het zijn, hè?'' of ''Wanneer gaan we ze nou eens massaal terugsturen?''
De angst om buiten de boot te vallen is immens. En daar wringt de schoen: deze starre echokamer staat elk genuanceerd tegengeluid structureel in de weg.
Ons gehoor lijkt permanent beschadigd aan de kant van het gelijk. Als we onszelf echter bewust of onbewust steeds maar weer reduceren tot handpoppen van polariserende systemen, zijn we dan ooit nog in staat tot maatschappelijke verbinding, nuancering of het denken buiten de grenzen van ons gelijk?