
De kracht van samendoen reloaded.
Dat de landelijke politiek het contact met mensen in Nederland steeds verder verliest, is geen geheim. Het vertrouwen in ‘Den Haag’ daalt al jaren gestaag, en het neoliberale het-kan-wel-enthousiasme heeft daar tot nu toe – wonderbaarlijk genoeg (sarcasme!) – nog weinig structureel aan veranderd. Sterker nog: terwijl het vertrouwen in de politiek afneemt, begint ook het geloof in de democratie zelf te wankelen. De hernieuwde opkomst van het fascistoïde Forum voor Democratie is daarvan slechts één symptoom.
De armoede en sociale deprivatie nemen razendsnel toe, het precariaat groeit gestaag – ongeacht hoe creatief de rekenmodellen worden aangepast. Kinderen vallen flauw op school van de honger. In sociale huurwoningen kruipt de schimmel langs de muren omhoog (en dan moet je nog dankbaar zijn überhaupt in een sociale huurwoning te mogen wonen). De verzorgingsstaat wordt steeds verder afgebroken. Dat zijn geen incidenten. Het zijn symptomen. Symptomen van een sociaal-economische crisis die het dagelijks leven steeds moeilijker maakt. En dat in Nederland – een van de rijkste (lees: vermogendste) landen ter wereld.
Maar geldt die crisis voor iedereen? Wordt het leven moeilijker voor iedereen? Nee.
In een land waar ongeveer 180.000 mensen – zo’n één procent van de bevolking – een kwart van het totale vermogen bezitten, moeten we ophouden te doen alsof iedereen dezelfde zitplaats in het collectieve schuitje heeft. De rijkste tien procent van de Nederlanders bezit 62 procent van het vermogen; voor de overige negentig procent (!!!!) blijft net iets meer dan een derde over. In dat licht klinkt herverdeling ineens een stuk minder radicaal en vooral een stuk minder nadelig voor een hele grote groep mensen. Het klinkt des te meer noodzakelijk.
Toch richt de politieke woede zich zelden naar boven. Het narratief van ‘werken moet weer lonen’ heeft de mythe van de middenklasse nieuw leven ingeblazen en de blik opnieuw succesvol naar beneden gericht, weg van het daadwerkelijke probleem. De woede richt zich op het handjevol uitkeringstrekkende ‘sociale hangmattoeristen’ à la ‘Fred en Ria’ (inmiddels ook wegbezuinigd trouwens). En ja, die uitkeringstrekkers bestaan, en nee, daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Maar door de overgewaardeerde focus op de groep onderaan de sociaal-economische ladder verdwijnt het idee om mensen ter verantwoording te roepen die bovenaan diezelfde ladder staan. En dan vooral de mensen die naast een morele ook nog eens een juridische grens van rijkdom overgaan (fraude, belastingontduiking).
Het patriarchaal-kapitalistische systeem lijkt het opnieuw te flikken: steeds zichtbaarder, steeds schaamtelozer en – misschien nog wel het meest verontrustend – steeds vanzelfsprekender.
Juist in zo’n tijd zou de sociaaldemocratie het voortouw moeten nemen. Het moment waarop zij een stille revolutie richting een eerlijker en rechtvaardiger systeem kan vormgeven, lijkt immers aangebroken. Toch weet zij de mensen in het land die daadwerkelijk aangewezen zijn op sociaal beleid niet massaal te raken. Niet te enthousiasmeren. Niet te overtuigen. Niet omdat zij het niet probeert, maar omdat het linkse verhaal iedere keer gewoonweg niet voldoende lijkt om daadwerkelijk ‘de grootste’ te worden. Iets wat trouwens niet af mag doen aan alle geweldige vrijwilligers die zich ondanks alles (zoals zich door gefrustreerde witte mannen verrot laten schelden) telkens weer als de daadwerkelijke hoeders van de democratie bewijzen.
En toch is er hoop. Niet in Den Haag, maar dichter bij huis.
Wie naar de gemeenteraadsverkiezingen kijkt, ziet iets opvallends. De grootste politieke kracht is daar al jaren niet één van de bekende landelijke partijen, maar de verzamelcategorie ‘lokale partij’: honderden zelfstandige bewegingen die samen een aanzienlijk deel van het politieke landschap vormen. Ze worden vaak weggezet als de bron van de obligate campagne-memes die iedere vier jaar onze tijdlijnen overspoelen – maar daarmee doen we ze tekort. Want juist op lokaal niveau blijft de verbinding tussen burger en democratie het sterkst voelbaar.
Daar waar landelijke politiek steeds abstracter wordt, blijft de lokale politiek concreet. In de straat. In de wijk. Soms op het niveau van een speeltuin, een parkbankje of een verkeersdrempel – ogenschijnlijk kleine kwesties die voor de mensen die er wonen allesbehalve klein zijn. De nabijheid van politiek wordt pas echt voelbaar in lokale context (wat onderbouwd wordt door de verschrikkelijk hoge cijfers van bedreigingen richting lokale politici).
Het is precies die nabijheid die lokale politiek kracht geeft. Lokale politici weten vaak wat er speelt in de wijken en straten van hun gemeente. Ze kennen de verhalen achter de cijfers, de gezichten achter de statistieken. En ze durven het systeem aan te pakken waar het zichtbaar faalt, vaak zonder het systeem als zodanig als boosdoener te identificeren. Ook het fenomeen ‘lokale partij’ mag daarom in zijn democratische, en tegelijkertijd systeemkritische, opdracht niet worden onderschat.
Politieke nabijheid - dat is echt geen nieuw idee. Het is het hart van de sociaaldemocratie: geloven in de kracht van samendoen. In solidariteit die niet alleen in abstracte beleidsstukken bestaat, maar in concrete relaties tussen mensen. Dit credo vertaalt zich echter vooral naar succes als het niet wordt gepropageerd door een partij die met de Derde Weg het fundament voor de hedendaagse crisis heeft gelegd. Aspecten van sociaaldemocratie vinden we zodoende steeds meer terug bij lokale partijen – en het lijkt te werken. En ja natuurlijk, een heel groot deel van die lokale partijen zijn inhoudelijk ook gewoon maar slappe aftreksels van een PVV of erger. Maar er zitten parels in het slijk en dat betekent: de sociaaldemocratie leeft (en doet dat voor nu vooral lokaal).
Deze lokale partijen bestaan vaak naast gemeentelijke afdelingen van de grote landelijke rood-groene partij en dat betekent in verkiezingstijd maar al te vaak, dat men ook tegenover elkaar staat. Dat is in veel gevallen inhoudelijk zeer goed te begrijpen, maar neemt niet weg dat juist dan, wanneer binnen hetzelfde kader van sociale rechtvaardigheid en democratische gelijkwaardigheid wordt gehandeld, het de taak van beide bewegingen is elkaar te versterken. De duidingsmacht over wat sociaaldemocratisch is en wat niet ligt immers al lang niet meer bij die éne landelijke partij (en lag daar misschien ook wel nooit).
Juist daarom is het interessant om te kijken naar een aantal lokale partijen die dat gedachtegoed vandaag opnieuw vormgeven. Neem bijvoorbeeld ‘EVE – Eindhoven voor Elkaar’, een beweging die in Eindhoven laat zien hoe sociale betrokkenheid, democratische vernieuwing en lokale identiteit samen kunnen gaan. Of ‘Zeker Zuid’ in Amsterdam, waar bewoners zich organiseren rond concrete vraagstukken in hun eigen omgeving. Samen met vele anderen bewijzen deze bewegingen dat sociale en democratische waarden opnieuw relevantie krijgen wanneer ze vanuit een lokale identiteit worden doorgegeven. In steden én in dorpen.
En nee, ze doen dit niet vanuit een in zichzelf gesloten ideologie; 100% sociaaldemocratisch is nu eenmaal moeilijk. Dat maakt ook dat het belang van een landelijke sociaaldemocratie onverminderd blijft bestaan. Maar juist in de omarming van deze lokale partijen ligt de inspiratie voor een nieuw begin. Ook landelijk. Vanuit de verschillende variaties op de sociaaldemocratie, een veelal doodverklaard begrip dat op deze manier concrete betekenis krijgt, moet het mogelijk zijn een beweging te vormen die de mensen raakt, juist omdat ze vanuit de mensen zelf komt.
De sociaaldemocratie heeft een toekomst. En die toekomst zie je terug in de mensen die bereid zijn haar waarden en idealen te vernieuwen. Een vernieuwing die niet in eerste instantie voelbaar wordt aan de vele talkshowtafels, maar juist in de dorpen en wijken, steden en straten in het land.
Is dit beeld van de bindende kracht van lokale partijen nu iets te geromantiseerd?
Ja, waarschijnlijk. We mogen ook hier niet vergeten hoe persoonlijke ruzies en achtergronden, gecombineerd met lokaal chauvinisme van het soort ‘not in my backyard’ een stempel drukken op de politieke uitingen van lokale partijen. Maar toch, als je het mij vraagt, dan ligt de kans om mensen massaal te overtuigen van de noodzaak van sociaal, economisch beleid daar waar het ontbreken daarvan een naam en een gezicht krijgt. Een stem krijgt in plaats van een cijfer in het landelijke armoederapport. En het is die menselijke connectie die de lokale politiek kan, en de sociaaldemocratie moet maken!
Dan is het ineens ook geen nadeel meer dat veel lokale partijen vooral de woede van burgers tegenover (de lokale uitingen van) ‘het systeem’ kanaliseren. Dat systeem werkt namelijk niet. Niet voor 90% van de bevolking. En of het in het concrete geval dan gaat over het behoud van een speeltuin of een parkbankje – het is een begin en het is herkenbaar. In die herkenbaarheid ligt de sleutel. Geen theorieën of concepten, cijfertjes of rekenmodellen, maar het besef dat het persoonlijke politiek is én politiek persoonlijk.
Wanneer woede lokaal wordt georganiseerd, kan ze veranderen in iets productiefs. In betrokkenheid. In solidariteit. In politiek handelen op weg naar een beter systeem. Voor iedereen. En misschien ligt daar wel de belangrijkste les voor de sociaaldemocratie. Niet alles hoeft opnieuw te worden uitgevonden. Veel van de ideeën, waarden en idealen bestaan al. Ze leven alleen niet altijd meer op de plekken waar we ze verwachten.
De sociaaldemocratie leeft. Maar op dit moment vooral lokaal. En misschien is dat helemaal geen zwakte, maar juist een kans.
Want uiteindelijk blijft één politieke waarheid overeind: mensen stemmen niet massaal op systemen, modellen of ideologieën. Mensen stemmen op mensen. Op mensen die er voor ze zijn. Dat betekent hoop. Niet alleen voor de sociaaldemocratie, maar veel belangrijker nog: voor de democratie!
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.