
Als staatsmacht op dwingende controle gaat lijken: academische vrijheid onder druk
De NOS-kop luidt: “Pentagon verbreekt banden met Harvard: ‘Willen krijgers opleiden, geen woke-aanhangers’.”
Die kop doet iets problematisch. Het neemt de taal van de machthebber over. Het conflict wordt gepresenteerd als een inhoudelijk meningsverschil in een cultuurstrijd van “strijders” versus “woke” academici. Maar wie met dwingende controle werkt herkent hier een ander patroon. Dit gaat niet in de eerste plaats over onderwijs. Dit gaat over machtsuitoefening via afhankelijkheid.
De zin “we willen krijgers, geen woke-aanhangers” is retoriek, slogantaal, emotionele framing. Als media die taal overnemen, verschuift de aandacht naar de vraag wie er gelijk heeft. Maar de relevantere vraag is wat de machthebber hier nou eigenlijk precies doet.
Wat hier gebeurt, is dat toegang tot staatsmacht expliciet wordt gekoppeld aan ideologische positionering. Dat is geen neutrale beleidskeuze. Dat is een voorwaardelijke relatie. Meedoen mag, maar alleen als je aan onze voorwaarden voldoet.
Dat mechanisme kennen we uit relationele machtsdynamiek. Het heet dwingende controle.
Dwingende controle werkt doorgaans niet met openlijke verboden. Het werkt subtieler en effectiever. Er is geen sprake van directe censuur, geen expliciet spreekverbod en er is geen formele sanctie op ideeën. In plaats daarvan worden er consequenties gekoppeld aan afwijking.
In relaties klinkt dat als: “Je mag die vrienden hebben. Maar dan trek ik me terug.”
“Je bent vrij om te kiezen. Maar niet vrij van de gevolgen.”
Formeel is er een keuze. Feitelijk is het dwang.
Als het Pentagon banden verbreekt met een universiteit op basis van ideologische framing, gebeurt precies dat op institutioneel niveau. Harvard wordt niet verboden iets te onderwijzen, maar de prijs van een bepaalde koers wordt verhoogd.
Dwingende controle is niet alleen gericht op degene die “gestraft” wordt. Het is performatief. Anderen moeten het zien.
In gezinnen gebeurt dat als één kind zichtbaar strenger wordt aangepakt. De boodschap (“dit zijn de grenzen”) is niet alleen voor dat kind, maar vooral voor de rest.
Op maatschappelijk niveau heet dat het chilling effect. Universiteiten hoeven geen instructie te krijgen. Ze gaan zichzelf al afvragen welke thema’s politiek risicovol zijn, welke samenwerkingen gevoelig liggen en hoe ver ze kunnen gaan zonder toegang te verliezen.
Zelfcensuur is het eindstadium van succesvolle controle. Dan hoeft macht nauwelijks nog direct in te grijpen.
Een belangrijk kenmerk van dwingende controle is de verschuiving van gedrag naar identiteit. De machthebber beweert niet dat een specifiek onderwijsprogramma niet deugt, maar dat ze een “woke” instelling zijn. Dat label maakt verweer lastig. Want hoe bewijs je dat je niet “te woke” bent, zonder je inhoudelijk aan te passen? Het conflict wordt existentieel. Het gaat niet meer over wat je doet, maar over wie je bent.
Dit gaat niet om de vraag of Harvard boven kritiek staat. Natuurlijk niet. Universiteiten zijn geen heilige huisjes.
Het gaat om het principe dat staatsmacht wordt gebruikt als drukmiddel in ideologische conflicten. Als samenwerking afhankelijk wordt van politieke of culturele conformiteit, verschuift de relatie tussen regering en universiteiten fundamenteel. Dan bewegen we van beleid naar gedragssturing. Van meningsverschil naar machtsdisciplinering.
Een kop als “Breuk met Harvard toont hoe staatsmacht wordt ingezet in conflict over academische autonomie” zou misschien minder spectaculair zijn, maar analytisch eerlijker.
Journalistiek die machtstaal letterlijk overneemt, helpt onbedoeld om die machtstaal normaal te maken. Journalistiek die het patroon benoemt, maakt zichtbaar wat er onder de retoriek gebeurt en dat is m.i. heel nodig in de huidige tijd.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.