Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De Loe de Jong-lezing die zichzelf tegenspreekt

Gisteren
leestijd 3 minuten
2114 keer bekeken
ANP-448392427

Op 25 maart 2026 werd in Den Haag de eerste Loe de Jong-lezing uitgesproken door schrijver Adriaan van Dis, tijdens de Werkconferentie Holocausteducatie. De lezing is een initiatief van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding en bedoeld als jaarlijks nationaal reflectiemoment over de betekenis van Holocaustonderwijs. Een week later stemde het Israëlische parlement in met het wettelijk invoeren van de doodstraf voor Palestijnen, wetgeving die in haar wettelijke rassencodificatie doet denken aan de Neurenbergerwetten van nazi-Duitsland. Zelfs apartheid-Zuid-Afrika – waar Van Dis in zijn jonge jaren tegen protesteerde – kende geen wettelijke rassencodificering van de doodstraf.

Men mag aannemen dat de kern van Holocaustonderwijs te vatten is in 'never again for anyone'. Na het lezen van Van Dis' lezing betwijfel ik deze interpretatie.

Van Dis spreekt over slachtoffers van antisemitisme, de bombardementen op Gaza, de aanhoudende bommenregen op Libanon en de aanval van Hamas op 7 oktober. Hij pleit voor het niet langer verantwoordelijk houden van individuen voor het beleid van hun regering. Nobele gedachten. De bombardementen op Gaza worden wel benoemd, maar los gepresenteerd van de historische tijdlijn van koloniale bezetting en de Nakba die eraan voorafgingen. De aanval van Hamas op 7 oktober wordt zo losgekoppeld van de koloniale bezetting waar ze uit voortkwam.

Opvallend is ook hoe Van Dis de pro-Palestijnse studentenprotesten presenteert als bedreiging voor het campusleven van Joodse studenten en wetenschappers. Hij erkent niet dat deze studenten (waaronder ook veel Joodse studenten) protesteerden tegen koloniaal staatsgeweld — specifiek de rol van de Nederlandse overheid daarin — en dus niet tegen de Joodse gemeenschap. Evenmin noemt hij dat diezelfde studenten als reactie op hun protest het volledige staatsapparaat tegenover zich vonden: met extreem politiegeweld en juridische vervolging als gevolg. Van Dis negeert zowel de kern van hun protest alsook dat deze studenten zelf slachtoffer werden van serieus staatsgeweld.

Daarbij isoleert Van Dis de regering-Netanyahu als verantwoordelijke voor de massamoord op Palestijnen, waarmee de genocide wordt losgekoppeld van decennia Israëlisch apartheidsbeleid en onafgebroken etnische zuiveringen. Bovendien wil hij het woord 'genocide' expliciet niet gebruiken in zijn lezing wanneer hij refereert aan de massamoord op Palestijnse bevolking — dit ondanks rapporten van Amnesty International en de VN die in 2024 en 2025, respectievelijk, al hebben vastgesteld dat er sprake is van genocide.

Dit niet-benoemen is geen neutrale keuze. Genocideontkenning dient een praktisch doel: het creëert een moreel vacuüm dat effectief overheidsoptreden verhindert. Zonder internationaal sanctiebeleid wordt Israëls apartheidspolitiek steeds dodelijker en steeds efficiënter; de recente legalisering van de doodstraf voor alleen Palestijnen illustreert dat proces. Een lezing ter bevordering van Holocausteducatie die dit niet durft te benoemen, ondermijnt haar eigen bestaansrecht.

Het is in dit licht veelzeggend terug te kijken op Van Dis' beruchte interview met journalist Willem Oltmans in 1985. In dat interview ondermijnde Van Dis op systematische, koloniale wijze de geloofwaardigheid van Oltmans, die verslag deed van leiders in voormalige Nederlandse koloniën en het regelmatig oneens was met de politieke lijn van Buitenlandse Zaken. Hij deed dit o.a. door Oltmans impliciet van omkoperij door buitenlandse regeringen (waaronder Suriname, Indonesië en Rusland) te beschuldigen, en te suggereren dat zijn rapportages gemotiveerd zouden zijn door een fascinatie met bruine dictatoren (refererend aan o.a. Sukarno en Oltmans’ homoseksualiteit). Veertig jaar later lijkt Van Dis' geopolitieke perspectief weinig verschoven — alleen de toon is milder, en het kader is Holocaustonderwijs geworden.

Diezelfde Oltmans zei in 2002 over het Palestijnse verzet: 'Die Palestijnse jongens worden hier terroristen genoemd, maar ik noem hen Freedom Fighters. Wanneer wij een trein opbliezen in de oorlog tussen Den Dolder en Amersfoort noemde Hitler ons terroristen. Maar wij waren Freedom Fighters'. Oltmans, die meehielp in het verzet tegen de Duitse bezetter, was niet bang om zaken in hun historische context te plaatsen. Dat lef ontbreekt in de eerste Loe de Jong-lezing volledig.

'Never again' heeft alleen betekenis als het voor iedereen geldt. Zonder effectief internationaal optreden tegen Israëls apartheidsbeleid — waarvan de recent gelegaliseerde doodstraf voor Palestijnen de meest recente uiting is — zal de genocide voortduren en het antisemitisme in de samenleving groeien. Een lezing over Holocausteducatie die werkelijk wil verbinden en voorkomen, vraagt om stemmen die kolonialisme, vervolging en racisme vanuit eigen ervaring kennen. Een jaarlijks reflectiemoment dat de actuele genocide niet erkent, is geen reflectie. Het is een politieke bijdrage aan haar herhaling.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor