Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De lessen uit de Tweede Wereldoorlog zijn toe aan herijking en herziening

Vandaag
leestijd 9 minuten
1866 keer bekeken
ANP-518388306

De kaarten van geschiedenis worden deze dagen live voor ons ogen opnieuw geschud. Wereldnieuws domineert opnieuw onze huiskamers, of het nu om oorlog in Iran gaat, in Oekraïne, om de verbale botsing tussen Duitse kanselier met Trump of om de wereldwijde energiecrisis en een mogelijke economische recessie in het kielzog daarvan.

Er zijn veel voortekenen dat we midden in tijden van wereldwijde grote veranderingen zitten. Hoe moet Europa deze turbulente tijd tegemoet treden, en hoe moeten wij ons als Europese burgers verhouden tot deze wereldwijde wervelstorm? Hoe te ankeren? Wat biedt ons een kompas midden in deze storm?

Ik ben terug gaan kijken en terug gaan lezen, zoekend naar een mogelijk begin aan nuttige antwoorden, of beter gezegd: vooral op zoek naar de noodzakelijke vragen. De Tweede Wereldoorlog werd mijn vertrekpunt.

Met naderende 4 mei-herdenking en de controverse die rondom 4 mei is ontstaan de laatste jaren, mede door genocidale oorlog van Israël tegen Palestijnen in Gaza, zijn we vooral geneigd om het gesprek te voeren over hoe we de slachtoffers van WO II behoren te herdenken: wie te herdenken en welke zaken op die dag wel en welke zaken vooral niet besproken behoren te worden. Relevante vragen die om noodzakelijke dialoog vragen, vooral nu de overlevenden van WO II nauwelijks nog onder ons zijn. Om het herdenken duurzaam te maken moeten we meer dan ooit het gesprek hierover voeren.

Maar nog urgenter is deze dagen een gesprek over hoe Europa na die vernietigende wervelstorm van WO II uit zijn as is herrezen. Wat kunnen we daar in deze tijd van leren? Daarnaast doemt de vraag op welke erfenis uit die naoorlogse Europese habitus wij achter ons moeten laten.

Zorgvuldig en voorzichtig en met veel politiek handwerk en stapsgewijze ontwikkeling is na de oorlog een Europese zienswijze en een Europees handelingskader ontstaan, met dank aan Europese denkers, politieke leiders en toptechnocraten. Het is een geslaagd traject gebleken. Maar het is ook een politiek-bestuurlijke cultuur geworden, en die cultuur is – meen ik – in sommige opzichten voorbij haar houdbaarheidsdatum. Die cultuur keert zich tegen de oorspronkelijke bedoeling, namelijk Europa krachtiger en rechtvaardiger maken en moreel verheffen.

Een organisatiecultuur dus die niet in alle opzichten bij de tijd is en die in vele opzichten tot een tunnelvisie leidt. Dat is een blok aan ons been, en dat in tijden dat van Europa souplesse en vindingrijkheid wordt geëist. Europa en het Europese denken zijn, kortom, toe aan herijking en herziening.

Hoe te beginnen?

Angst is niet altijd een slechte raadgever. Volgens Tony Judt (1948-2010) - een van meest briljante historici die zich over de naoorlogse geschiedenis van Europa heeft gebogen - was het juist de angst voor een mogelijke herhaling van de vernietigende oorlog die Europese denkers, politici en technocraten ertoe aanzette om Europa opnieuw uit te vinden (zie zijn magnum opus “Postwar”). Dit gebeurde met een ongekend succes. Het naoorlogse Europa, om te beginnen in West-Europa, werd een baken van sociaal-politieke stabiliteit en economische welvaart.

Het naoorlogse Europese wonder: de ongekende bloei en groei van de Europese economie, een sterke en onafhankelijke rechtstaat, het ontstaan van de verzorgingsstaat, versnelling en versoepeling van emancipatie van vrouwen, jongeren en minderheden. Deze hele rij is niet los te zien van de reactie op de rampzalige WO II. Het moest fundamenteel anders en beter.

Waar men ook goed in is geworden in Europa, en zeer waarschijnlijk scoort Nederland op de continentale ranking heel hoog hierin, is zeuren over de staat van Europa (en de Europese Unie in het bijzonder). Ook dat is deels toe te schrijven aan de goede emancipatie van de burgers. Zij zien de staat nauwelijks nog als de Leviathan, dat monsterlijke archetype van Thomas Hobbes: de oppermachtige ordebrenger. Laat staan dat ze een actieve herinnering zouden hebben aan de staat als een roofdier en een onderdrukker, terwijl dergelijke staten buiten Europa nog talrijk zijn. Werp eens een blik op mijn land van herkomst, Iran.

In Europa is het gevestigde beeld van wat een staat dient te zijn toch bovenal een verzorgingsstaat. Zonder enige twijfel is dit beeld te danken aan de naoorlogse inspanningen om aan de staat een meer dragende en dienende rol jegens de burgers toe te kennen. Dankzij de bijbehorende arrangementen zou het vertrouwen in de staat teruggewonnen worden en vreedzaam samenleven institutioneel gestalte krijgen.

Het naoorlogse Europa werd een dravend succes. Geen twijfel mogelijk. En zo werd en wordt Europa door de wereldbevolking ook gezien. Een van meest essentiële gewetensvragen die je je als mens kunt stellen over jouw geografische voorkeur is wat mij betreft: ‘waar wens je dat je kinderen opgroeien?’ Al meer dan vijftig jaar en steeds in grotere percentages beantwoorden de respondenten wereldwijd volmondig: Europa!

Dit glorieuze Europa heeft - aldus Judt - kunnen ontstaan vanuit angst als drijver. Een Europa van politieke checks & balances, zodat de staat niet weer het weergaloze roof-monster zou worden van het nazi-regime. Een Europa waarin het recht van het individu tegen het collectief, en minderheden tegen meerderheden diep verankerd zijn, zodat de democratie geen tirannie van meerderheid kan zijn. Een Europa dat de burger tegemoet treedt en voor behoeftigen zorgt. Een Europa dat door een sterke interne markt voor wederkerigheid, onderlinge afhankelijkheid en het belonen van interne vrede zorgt. Een Europa dat in de internationale arena voor diplomatie boven de ijzeren vuist van militaire actie kiest, en voor ontwikkelingssamenwerking en handeldrijven boven haar voormalige koloniale drang.

Dit Europa heeft de wereld veel moois te bieden en zou ook een lichtend voorbeeld kunnen zijn voor velen elders die zich in het epicentrum vinden van de huidige wereldwijde wervelstorm. Wat nu als in het Midden-Oosten alle partijen zich laten inspireren door the founding fathers van de EU, de pragmatische denkers, politici en technocraten?

Wat nu als men in Amerika het licht (opnieuw) ziet, en ziet dat in het huidige, ellendige politieke tijdperk van Trump niet de oorzaak is maar een teken des tijds? Dat het wildwest kapitalisme veel onbehagen mobiliseert en de terugkeer van het fascisme in de kaart speelt. Wat nu als de roep om een sterkere verzorgingsstaat à la de Europese daar in de VS niet meer gemakzuchtig wordt weggezet als onbezonnen socialistisch.

Europa heeft de wereld veel te bieden. Maar Europa zit zichzelf deze dagen (als ik kijk naar Nederland als een typisch Europees project in het klein) in de weg. De angst als drijfveer voor het positieve lijkt te zijn uitgewerkt. De perverse gevolgen ervan daarentegen lijken een steeds grotere tol te eisen. Laat mij drie van die perversiteiten benoemen:

Ten eerste: de verzorgingsstaat die decennialang bevrijdend en emanciperend werkte, voelt nu als een blok aan het been van de naar innovatie smachtende burgers. En het voelt als het zwaard van Damocles boven het hoofd van de burgers die op de een of ander manier niet voldoen aan de Jan Modaal-formules van de inmiddels oppermachtige en logge bureaucratie.

Het grande design van de verzorgingsstaat, aan de tekentafels van politici en de dienstdoende economen ontwikkeld in het naoorlogse Europa, werkte uitstekend voor de tamelijk voorspelbare leefwereld van een homogene natiestaat van toen, midden in een tamelijk voorspelbare wereldorde.

Maar het voelt verroest en frustrerend in tijden van globalisering, in tijden dat je als land en continent soepel en snel moet kunnen schakelen. Het voelt benauwend en belemmerend voor een geëmancipeerde en heterogene populatie, met veel meer verscheidenheid aan aspiraties en leefvormen. En erger nog, voor wie zich eens buiten de grofmazig convergerende logica van de bureaucratisch geordende paden van regelgeving en regulering bevindt, voelt het als een monsterlijk apparaat dat gehakt maakt van iedereen die niet in de rigide systeemlogica past. Denk aan de schandalen van de afgelopen jaren in Nederland: het toeslagenschandaal, de onrechtmatige uithuisplaatsing van kinderen etc.

Ten tweede: de trans-Atlantische verhouding met Amerika is een perverse fase beland. Europa, om te beginnen West-Europa, heeft in zijn naoorlogse geschiedenis zijn lot verbonden aan de VS. Mede door het Marshallplan kreeg Europa de economische impuls om uit de eigen as te herrijzen. Maar even belangrijk was ook dat de VS, in tegenstelling tot Stalins Sovjet-Unie, niet na het wegjagen van de nazi’s van bevrijder in een soort nieuwe bezetter veranderde. De Europese democratie kon groeien en bloeien, mede dankzij het respect van de VS voor de soevereiniteit van de volkeren die door de Amerikanen werden bevrijd. De VS heeft als betrouwbare bondgenoot geholpen om van het Europese project een succes te maken.

Maar die habitus om op de VS te leunen lijkt zijn verworden tot een toxische relatie. Nu er van alles misgaat met de VS wordt dit ongezonde patroon zichtbaar. Hoe lelijker en fascistischer de retoriek en interne politiek van Amerika ook worden, hoe minachtender het Amerika van Trump zich ook tegenover Europa gedraagt, en hoe roekelozer de Amerikaanse militaire agressie zich manifesteert (zie Venezuela, zie de oorlog tegen Iran), mainstream Europa (Nederland voorop) geeft nauwelijks een kik.

“Daddy” van de heer Rutte is even boos, maar omdat we voorlopig tot hem veroordeeld zijn, waait die boze houding hopelijk wel weer over — zo lijkt mainstream Europa te denken. De bully paaien werkt averechts; elk kind op het schoolplein weet dat. Dat Europa dat niet wil zien, zegt vooral veel over hoe diep de sporen van de naoorlogse Europese politieke cultuur zijn, met Amerika als ons eeuwige referentiepunt. We handelen richting Amerika vooralsnog vooral vanuit verlatingsangst.

Last but not least, de Holocaust. De lessen die we in Europa hebben getrokken uit deze beangstigend goed georganiseerde, voornamelijk tegen de Joodse Europeanen gerichte, monsterlijke genocide, hebben tot veel waardevols geleid. De verdiensten zijn talrijk. Dat we waakzaam moeten zijn voor de tirannie van de meerderheid. Dat we dehumaniserende stereotypen over welke groep dan ook moeten bestrijden. Het bestrijden van antisemitisme heeft ook de weg vrijgemaakt voor het bestrijden van racisme, seksisme en homofobie. Het bestuderen van opvoedingsstijlen en culturen die antisemitisme cultiveren, leidde tot een gezonde, kritische blik op autoritaire opvoeding en de autoritaire staat, enzovoort.

De Holocaust werd ook de katalysator voor een grote groep Joodse Europeanen om haast te maken met het stichten van een eigen staat: een land waar je niet vanwege je Joodse afkomst voortdurend in angst leeft voor een nieuwe ronde pogroms. Het stichten van Israël — en het kunnen legitimeren daarvan, ondanks al het leed dat het Palestijnen heeft gebracht — was nooit mogelijk geweest als dat grote menselijke drama van de Holocaust in Europa niet had plaatsgevonden.

Decennia later — spijtig, maar niet meer te ontkennen — lijkt dat utopische traject (op zijn zachtst gezegd) niet te hebben geleid tot het ontstaan van een modelstaat waarin het stichten van vrede in de regio, het tegemoetkomen aan Palestijnen en verzoening met de buren vooropstaan. Israël heeft er in de regel voor gekozen om volop in de aanval te gaan, en genadeloos ook, zo leert de menselijke tragedie in Gaza ons opnieuw.

De blinde agressie die Israël in toenemende mate tentoonspreidt, had niet kunnen plaatsvinden als Europa zich niet door eigen schuldgevoelens had laten gijzelen in de verhouding tot Israël. Maar Europa hééft zich in zijn Israëlbeleid wel laten gijzelen door zijn eigen beschamende verleden ten opzichte van de Joodse Europeanen.

Israël is het land waartegen de meeste resoluties van de Verenigde Naties zijn aangenomen. Maar Israël werd telkens ontzien door Amerika en Europa, of erger nog, volop gesteund. Daarmee heeft Europa zich medeplichtig gemaakt aan misdaden van Israël. Het heeft Israël ook belemmerd in zijn ontwikkeling tot een volwassen staat en aangemoedigd tot een nog minder realistische politiek in de eigen regio. Want ja, de diepe frustratie van Palestijnen en de verontwaardiging van de buurlanden deden er niet toe, zolang Amerikanen en Europeanen Israël de hand boven het hoofd hielden. Het Israëlbeleid van Europa heeft niet alleen bijgedragen aan het leed van Palestijnen en de frustratie van de buurlanden van Israël, maar heeft ook het rijpen van Israël als staat en de normalisering van de relatie met de landen in de regio belemmerd.

Tot zover drie prangende voorbeelden van de perverse gevolgen van de Europese naoorlogse habitus, die laten zien dat de lessen die we van de Tweede Wereldoorlog hebben getrokken, nodig herijkt of zelfs herzien moeten worden.

De angst voor de terugkeer van de nachtmerrie van de Tweede Wereldoorlog was wellicht lange tijd en in vele opzichten een gezonde drijfveer om Europa opnieuw uit te vinden. Maar de perverse gevolgen hiervan hebben inmiddels de overhand. Het wordt tijd voor een nieuw elan en voor het herijken van de lessen van het verleden.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor