
In navolging van de tien Rotterdamse kroegen die eind vorig jaar het predikaat ‘Immaterieel Erfgoed Nederland’ ontvingen volgde deze week ook de rest van Nederland.
De bijschrijving van deze ‘Inventaris’ moet volgens de criteria o.a. aan het volgende voldoen: “In het Borgingsplan laten de betrokkenen/beoefenaars zien dat ze nagedacht hebben over de toekomst van hun erfgoed. Zij maken inzichtelijk wat ze nu al doen en wat ze gaan doen om hun immaterieel erfgoed toekomst te geven. Waar nodig worden aanvullende acties benoemd om knelpunten in de overdracht naar volgende generaties op te lossen”.
‘Aanvullende acties’? ‘Knelpunten’? Het gaat hier toch juist om het preserveren van een bestaande entiteit teneinde deze voor het nageslacht veilig te stellen? De mededeling van deze club dat “..erfgoed dynamisch is..” doet echter anders vermoeden. Zou er erfgoed bestaan wat naderhand alsnog uit de gratie kan geraken? Moet de kroeg mét asbak uiteindelijk toch ruimte geven aan vape-bakjes om de status van Hofleverancier te behouden?
Erfgoed is uiteraard vooral erfgoed omdat het helemaal niet dynamisch is. Integendeel, het is statisch, en wel statisch door de tijden heen; derhalve ‘Immaterieel’ erfgoed.
In de onlangs uitgebrachte documentaire ‘Meer dan Babi Pangang’ zien we maakster Julie Ng o.a. ijveren om ook deze meest bestelde Chinese schotel (die helemaal niet Chinees blijkt te zijn) die felbegeerde status te doen verkrijgen. Een exotisch gerecht, zo verworden tot Hollandse hap dat e.e.a. door haar inspanningen inmiddels tot Neerlands erfgoed is verklaard. Geinig, maar dat schept een precedent. Benieuwd wanneer afhaal-pizza, sushi, tapas en het broodje shoarma dezelfde eer ten deel valt.
Over de kroeg en zijn onvermijdelijke bitterbal hoeven we ons hoofd in elk geval niet meer te breken. Sterker nog, het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland heeft ook deze lekkernij allang op haar lijst van bedreigde diersoorten geplaatst: “..Wij vinden het in Nederland maar heel normaal om een portie bitterballen te bestellen, maar ze zijn onderdeel van een typisch Nederlandse borrelcultuur. Een feest is pas echt een feest op het moment dat er een schaal met dampende bitterballen langskomt”. In elk geval een heerlijk heldere Hollandsche taal die de herinnering aan cabaretier Toon Hermans onmiddellijk weer tot leven doet vlammen (zijn vlammetjes inmiddels ook al immaterieel?); “..ja en het gekke is, ik zag de appelmoes voorbij gaan, want ik dacht nog “Hee, daar gaat de appelmoes”. En ik wou niet vragen “Waar gaat de appelmoes naartoe?”. En ik weet nu nog niet…”. Enfin, cabaret van de allerbovenste plank dat Nederland ooit had (Is Toon’s gehele oeuvre eigenlijk al Nationaal erfgoed?).
Het is aldus te hopen dat de kroeg zijn beschermde status zal koesteren en nooit ook maar éen modieuze stap naar enige vernieuwing zal doen. Vooral de nachtelijke (kroeg-)horeca is immers van een troost die men bij daglicht nimmer vind. Het haastig dagritme is vervlogen, het ‘Grote Moeten’ is uit de dag verdwenen en er heerst enkel nog de verwachting van het warm huiselijke gevoel. Die ene borrel, dat warme troosthapje, de kop soep etc.
Links en rechts is hier hetzelfde. Alleen het gelijk van de bittertafel geldt. Daarop het liefst een sleets smyrnakleedje. De ‘Heren’ standaard uitgerust zonder bril omdat die smerige kerels toch alleen maar vuile ongein uithalen op de plee. Dezelfde plee overigens waar geviltstifte graffiti (Kut + Lul = Neuken/God is dood) allang is vervangen door veel minder onschuldig, activistisch stickergeweld.
Waar waarheden als ‘Van geld word je niet gelukkig, maar van het gebrek er aan ook niet’ zomaar door de lucht zweven.
Prachtige instelling en vanaf nu, Handen af! Immaterieel Erfgoed. Hoera!
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.