
“De Russen?! Die hoeven toch helemaal niet te komme, die zijn er toch al?! Want blijkt straks uit jouw huishoudboekie dat jij elke avond tournedos eet in plaats van paardebiefstuk, dan komt de morbide-eenheid wel effe je trap op hoor, om je matras ope te knippe; Waar-jij-die-van-koop al die tournedosse? Met de groeten van Brenzev!”.
Éen van de legendarische uitspraken van het duo Jacobse en van Es (Kees van Kooten en Wim de bie), en dat zo’n zesenveertig jaar geleden…
In plat Haags bespraken de heren, beiden ‘vrije jongens’, wereldproblemen die tussen neus en lippen (en een pilsje) werden opgelost. De enormiteiten vlogen het geamuseerd publiek om de oren maar in de ‘wijsheid van de straat’ school veel waarheid. De onderbuik regeerde, en in kort bestek werd duidelijk gemaakt waar ‘de man in de straat’ mee in z’n maag zat.
‘De Rus’ was in die dagen vooral nog een communistische abstractie waarvoor minister van buitenlandse zaken Joseph Luns al vroeg waarschuwde. Gedurende zijn gehele ambtsperiode waarschuwde hij voor ‘het Russische Gevaar’ en zelfs na de Koude Oorlog bleef een zekere dreiging uitgaan van dat mysterieuze, koude land waarin de beruchte dictator Stalin zoveel slachtoffers had gemaakt. Ooit…
In de onlangs uitgebrachte speelfilm ‘The wizard of the Kremlin’ portretteert Jude Law op meesterlijk, onderkoelde wijze de rol van Vladimir Poetin die blijk geeft van een hoge achting voor deze illustere voorganger (Vooral diens ‘daadkracht’ strekt hem tot voorbeeld).
Voorafgaand aan de film laat een opmerkelijke disclaimer weten dat personages zowel als dialogen fictief zijn en dat terwijl mensen als Vladimir Poetin en Boris Jeltsin gewoon bij hun echte naam genoemd worden. Staaltje van schijterige politieke correctheid of probeert men zich hier in te dekken voor kritiek aangaande al te recente historische gebeurtenissen?
Law vertoont in elk geval, vooral in body-language, een opvallende gelijkenis met Poetin (Zijn wat nasale, Engelse tongval neigt meer naar die van Sting maar nemen we voor lief).
Paul Dano speelt de feitelijke hoofdrol van Vadim Baranov (losjes gebaseerd op de Raspoetin van de jaren negentig; Vladislav Surkov) als een irritant fluisterende, ijzig kalme, roboteske adviseur. Surkov muntte o.a. het begrip ‘soevereine democratie’, een vlag die de lading nauwelijks dekte, maar geldt als éen van de meest invloedrijke politieke spindoctors.
In opdracht van een groep oligarchen dient hij de opvolger van Boris Jeltsin warm te maken voor het ambt. De aanvankelijk kleurloze ambtenaar Poetin lijkt het ideaal kneedbare materiaal waaraan hij vervolgens zijn theorie aangaande verticale en horizontale macht uiteenzet. Leitmotiv in het geheel is het concept van ‘macht’ boven ‘geld’.
In eindeloos monotone bespiegelingen en conversatie ontvouwt Dano’s personage de machinaties achter het door Poetin verkregen presidentschap. Zijn gladde, plastic poppengezicht geeft zijn verschijning iets artificieels en dat geldt eigenlijk de hele film. Men spreekt in poëtische volzinnen en maakt filosoferende gedachtesprongen die nauwelijks iets met normale, dagelijkse communicatie te maken heeft. Het script, gebaseerd op een boek, etaleert éen grote verzameling aan wandtegels: “Stop inventing stories, start making reality”, en vergt veel concentratie van het bioscooppubliek.
Enig inzicht in de denk- en leefwereld van een contemporaine slechterik levert dat wel op maar de theatrale (taal-)vorm zal meniggeen murwgebeukt de zaal doen verlaten.
Nu ja, mocht de nood dan toch aan de man komen, wees verstandig en doe als Tedje van Es: “..ik heb toch eh, vijfhonderd paar nylons legge, in de kelder…Voor as de Russe kome. Ruile..!”.
Tegen zoveel gezond Hollandse koopmansgeest kan geen vijand op.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.