
Wat een donker weekend hebben de voorstanders van de liberale democratie achter de rug. Binnen twee weken tijd eiste de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) opnieuw een klinkende verkiezingsoverwinning op in een Duitse deelstaat. Eerst in Saksen-Anhalt en afgelopen zondag in Mecklenburg-Voorpommeren.
Ik heb oprecht te doen met Duitsland. Het is een land dat de afgelopen tachtig jaar niet geprobeerd heeft zijn pijnlijke verleden of de foute keuzes van het fascisme te ontkennen, maar juist met oprecht schuldbesef – Vergangenheitsbewältigung – steen voor steen heeft gebouwd aan een democratische rechtsstaat. En toch waait er nu een gure geurwind door het land.
De erfenis van de eenwording
Er is sinds de eenwording gaandeweg iets fundamenteels misgegaan. Iets dat niet is gezien en niet is begrepen. Voor de echte integratie van Duitsland was meer nodig dan het uitdelen van een gemeenschappelijk paspoort en het bieden van gelijke rechten binnen de liberale verzorgingsstaat.
Het multiculturele West-Duitsland was door de liberale democratie vele malen vrijzinniger geworden; een baken van diverse levensstijlen. Dit stond in schril contrast met de oostelijke landgenoten, die ruim veertig jaar lang waren gevormd onder een autoritair en gesloten regime. Uit gemakzucht susten politici zichzelf in slaap met de gedachte dat robuuste instituties hun emancipatorische werk vanzelf wel zouden doen.
Die aanname hield stand zolang de wereld overzichtelijk bleef. Maar middenin een grenzeloze oceaan van globalisering, digitale netwerken en verhoogde migratie is het smeden van eenheid uit diversiteit een volstrekt andere opgave geworden. Het vraagt om visie, om een krachtig narratief en bovenal om leiderschap dat doordrongen is van de noodzaak om van verscheidenheid een duurzame eenheid te maken.
De echo op het Malieveld
Die gure, antidemocratische wind bleef afgelopen weekend helaas niet aan onze oostelijke grens steken. In het zwart gestoken demonstranten trokken naar het Haags Malieveld en wilden het politieke hart van Nederland bestormen. In hun handen hielden zij de Prinsenvlag – een vlag met een beladen geschiedenis die in de jaren dertig door de NSB werd geclaimd en nu geldt als hét symbool voor extreemrechtse nationalistisch nostalgie – en White Pride-symbolen. Sommigen brachten zelfs openlijk de Hitlergroet en scandeerden “Wij zijn het volk”.
Er is geen naïeve één-op-één relatie te leggen tussen de politieke aardverschuiving in Duitsland en de paar honderd zwarthemden in Den Haag. Maar de onderstroom is identiek. Van de Verenigde Staten – waar Donald Trump en zijn beoogd vicepresident JD Vance, geflankeerd door tech-machtige hoofdsponsors als Elon Musk, openlijk knipogen naar extreemrechtse krachten, ook in Europa – tot aan Engeland, Frankrijk en ons eigen, vanouds 'tolerante' Nederland. Overal groeit een grimmige stem van intolerantie jegens immigranten, moslims, asielzoekers, de LHBTQ+-gemeenschap en in toenemende mate ook in de vorm van antisemitisme.
De olifant in de kamer
Het ontkennen van die onderstroom als een directe aanval op de liberale democratie is gevaarlijk. Door de verklaring uitsluitend te zoeken in de sociaal-economische achterstelling van de regio's, door het af te schuiven op sociale media-algoritmes, of door het enkel aan asiel toe te schrijven, kijken we weg van de olifant in de kamer.
Dat was precies het vraagstuk dat bij de Duitse eenwording over het hoofd werd gezien: hoe smeed je een diep gevoel van eenheid zonder de verscheidenheid geweld aan te doen, zodat iedereen met recht kan zeggen: "Wij allen zijn het volk"?
Componist en dirigent
Het antwoord op de grimmige kreet van uitsluiting ligt in een dubbele opgave van inclusief leiderschap. Een inclusieve leider moet allereerst de geest bezitten van een componist: de visie en de verbeeldingskracht hebben om de rijkdom aan maatschappelijke verscheidenheid van een gedeelde ordening te voorzien. Een partituur waarin iedereen tot zijn recht komt en het geheel onbetwist meer wordt dan de som der delen.
Daarnaast heeft een leider de legitimiteit en de moed nodig van een dirigent. Geen leider die de rauwe werkelijkheid of de maatschappelijke spanningen van vandaag ontkent, maar iemand die met vakmanschap en innerlijk vuur de visie voor het land van morgen durft uit te dragen. Een dirigent die de gezamenlijke groep tot een harmonieuze samenzang weet te brengen.
Van uitsluiting naar samenzang
Het is tijd dat we de leus "Wij zijn het volk" niet langer overlaten aan de polariserende krachten. In handen van de zwarthemden is het een uitsluitende strijdkreet, een dof en monotoon gebrul dat de ander ontkent.
Het inclusieve antwoord pakt diezelfde claim op en transformeert hem in één beweging tot iets positiefs: geen gebrul van een krampachtig 'wij', maar een gelaagde samenzang van ons allemaal, opgebouwd uit talloze klankkleuren. De remedie tegen de zwarthemden is niet het negeren van hun kreet, maar het installeren van leiderschap dat ons samen een gedeeld lied laat bezingen.