Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De gemeente is niet meer van ons

Vandaag
leestijd 4 minuten
576 keer bekeken
ANP-553121655

Op 29 november 1989 moesten de inwoners van een flink aantal gemeenten in de Kop van Noord-Holland naar de stembus in verband met een gemeentelijke herindeling. Deze herindeling zou op 1 januari 1990 in werking treden, waarbij elf kleine gemeenten werden samengevoegd tot vijf grotere gemeenten. Zijpe werd samengevoegd met Callantsoog om de zogenoemde bestuurskracht te versterken door middel van schaalvergroting. Op de verkiezingsdag, 29 november 1989, werden de raadsleden van de nieuwe fusiegemeenten gekozen. Eigenlijk was alleen D66 tegen de herindeling. In één klap was er nu een ‘gemeente’ Zijpe met 11.173 inwoners. De inwoners van beide dorpen wilden dit helemaal niet.

In de nieuwe gemeente was de opkomst slechts 53,8%, terwijl die bij de verkiezingen ervóór nog 74,9% was. Deze verkiezingen markeerden het einde van een tijdperk voor enkele kleine, zelfstandige gemeenten in de Kop van Noord-Holland. Vanaf 1990 zouden de nieuwe, grotere gemeenten hun taken overnemen, in de hoop efficiënter en effectiever te kunnen besturen.

De herindelingen gingen gewoon door. Zijpe en Callantsoog maken nu deel uit van de gemeente Schagen, samen met nog enkele dorpen. Al die dorpen kunnen worden gezien als ‘gemeenschappen’ en zijn in die zin gemeenten in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Hun zelfstandigheid is hun ontnomen in naam van efficiency, effectiviteit en bestuurskracht.

Doordat gemeenten steeds groter worden, is het voor raadsleden onmogelijk om hun kiezers goed te vertegenwoordigen. Een ‘samengestelde’ gemeente bestaat meestal uit meerdere dorpsgemeenschappen met een eigen cultuur en verenigingsleven. In veel gemeenten is sprake van samenvoeging van dorpsgemeenschappen waarin inwoners vroeger nauw contact onderhielden met hun vertegenwoordigers, terwijl daar na herindelingen geen sprake meer van is. Je zou kunnen zeggen dat iedere vergroting van een gemeente ten koste gaat van het democratische gehalte van de besluitvorming.

Veel inwoners kennen niet eens de namen van hun vertegenwoordigers, die steeds meer op afstand van de bevolking opereren, dikwijls zonder hun kiezers te raadplegen. Dat doen ze vaak alleen in verkiezingstijd. Inwoners verliezen daardoor hun interesse in de lokale politiek, en ook hun vertrouwen.

Toch staat er letterlijk in de Gemeentewet dat er in elke gemeente een raad moet zijn die de gehele bevolking vertegenwoordigt. Als maar ongeveer de helft van de kiesgerechtigden de moeite neemt om naar de stembus te gaan, kun je niet meer zeggen dat de raad de gehele bevolking vertegenwoordigt. Hoogstens kun je zeggen dat de raad degenen vertegenwoordigt die hebben gestemd.

Roos Abelman van KRO-NCRV’s Spraakmakers lanceert iedere dag ‘de stelling van de dag’. Vandaag stelt zij dat ‘de gemeente er voor mij is’, en daarmee slaat zij de spijker op z’n kop. Want de gemeente is niet meer ‘van’ ons, maar ‘voor’ ons. De gemeente is verworden tot een organisatie die ons diensten verleent: een instantie die producten levert, zoals rijbewijzen en paspoorten, en diensten uitbesteedt aan particuliere ondernemers. Zelfs een deel van de zorg wordt vaak overgelaten aan bedrijven die in de eerste plaats winstgevend willen zijn.

De gemeente is helaas niet meer van ons. We kiezen gemeenteraadsleden van wie we denken dat zij de komende vier jaar onze belangen zullen behartigen. Maar het zijn vaak goedwillende, gedreven amateurs die er niet in slagen succesvol tegenwicht te bieden aan de ambtelijke machthebbers die grotendeels het beleid bepalen. De gemeenteraad vormt zo een doekje voor een ‘bloedende democratie’, die vooral te wijten is aan de herindelingswoede.

Dat gemeenteraadsverkiezingen niet populair zijn bij de kiezer, blijkt uit de steeds lagere opkomst. Toen de gemeente nog wel van ons was, lag de opkomst op een hoog percentage: zo’n 70 à 80% van de kiezers vond het de moeite waard om te stemmen. Sindsdien hebben echter vele herindelingen plaatsgevonden, waardoor ‘onze’ gemeente langzamerhand van ons werd afgepakt. Dat is terug te zien in de opkomst, die tegenwoordig doorgaans is gedaald tot 45 à 55%. Slechts de helft van de kiezers neemt nog de moeite om te stemmen en invloed uit te oefenen op de samenstelling van ‘het doekje voor het bloeden’: de gemeenteraad. In hoeverre kun je dan nog spreken van een lokale democratie?

Wim Voermans noemt de herindelingswoede een ‘religie’. Volgens hem heeft ‘de niet-aflatende drang van de bestuurlijke en politieke elite om de gemeentelijke dienstverlening te optimaliseren de burger als eigenaar van zijn buurt, wijk of publieke dienst op afstand gezet’. De gemeente wordt volgens Voermans bedreigd door de kloof tussen bestuurders en politici en door uit de hand gelopen schaalvergrotingen en herindelingen. Het zijn gemeenten geworden die worden gerund door hoogopgeleide managers, die zich ergeren aan amateuristische pottenkijkers - met de gemeenteraadsleden voorop. Langzamerhand lijkt de democratie van onderop te worden uitgehold.

In de jaren vijftig werd een boekje uitgereikt aan nieuwe stemgerechtigden, waarin het volgende werd gesteld: ‘Je zou dat het wonder van de democratie kunnen noemen, dat daar naast elkaar de treinconducteur en de onderwijzer, de fabrieksarbeider en de winkelier, de landarbeider en de advocaat, de huisvrouw en de fabrieksdirecteur tezamen het overheidsbeleid bepalen.’ Kortom, de samenstelling van een gemeenteraad zou een afspiegeling van de lokale samenleving moeten zijn. Van zo’n democratisch samengestelde raad is al lang geen sprake meer. En dat zij gezamenlijk het overheidsbeleid bepalen, is inmiddels een sprookjesachtig denkbeeld, een utopie…

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor