Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De dreiging van buitenaf krijgt aandacht, het geweld van binnenuit blijft stil

Gisteren
leestijd 3 minuten
1451 keer bekeken
ANP-556573139

Onlangs publiceerde CNN een onderzoek waaruit bleek dat wereldwijd duizenden mannen actief zijn op websites en Telegramgroepen waar zij tips uitwisselen over het drogeren en verkrachten van hun eigen partner. Hier delen ze instructies, verkopen slaapmedicatie, en filmen hun gedrogeerde vrouwen terwijl ze controleren of ze diep genoeg slapen om niets te merken. Ook Nederlandse mannen deelden er eigen materiaal. In Nederland werd hierover op 23 april Kamervragen gesteld.

Twee dagen later, op 25 april, gingen in Loosdrecht honderden vrouwen de straat op. Ze droegen roze vestjes en op sommige borden stonden hartjes, met slogans zoals “is onze veiligheid niet belangrijk meer?” of “Wij eisen de nacht op.” Dit ging niet over het CNN-onderzoek, maar over iets heel anders. Een tijdelijke noodopvang voor asielzoekers.

De vraag die deze tegenstelling oproept is er een die ik in mijn promotieonderzoek steeds weer tegenkom. Waarom roept dreiging van buitenaf zoveel publieke mobilisatie op, terwijl geweld van binnenuit vaak minder publieke verontwaardiging veroorzaakt? Als het gaat om “onveiligheid voor vrouwen,” waarom hebben we het amper over deze dreiging van binnenuit? Het laat zien dat we niet alleen reageren op gevaar zelf, maar vooral op verhalen over gevaar.

Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat seksueel geweld niet gebonden is aan één afkomst, cultuur of sociale klasse. Onderzoek toont aan dat de meeste plekken vrijwel geen extra overlast laten zien na de opening van een nieuwe opvanglocatie, en dat de gevreesde toename van geweld in de praktijk veel kleiner is dan vaak wordt voorgesteld.

In Nederland wordt gemiddeld eens per acht dagen een vrouw vermoord. In ongeveer de helft van deze gevallen was een (ex-)partner de dader, en niet een vreemde. Door iemand die ze kenden, vertrouwden of liefhadden. Kamervragen over duizenden mannen die hun partners drogeren en verkrachten, maar geen mars.

Dit patroon staat centraal in mijn promotieonderzoek. In mijn promotieonderzoek laat ik zien hoe extremistisch gedachtengoed de mainstream binnendringt. Niet via de achterdeur, maar via de voordeur. Het sluit goed aan bij wat mensen al voelen, vrezen of vanzelfsprekend vinden. En dan kan het zomaar binnenkomen, zonder dat iemand het doorheeft.

De Vrouwenmars in Loosdrecht is daar een voorbeeld van. Deze vrouwenmars laat zien hoe een idee dat sterk aanwezig is in radicaal-rechtse denkbeelden, namelijk dat het gevaar vooral van buitenaf komt, ook aansluiting vindt bij bredere gevoelens van onveiligheid. Juist daarom oogde het sympathiek en herkenbaar. Hier worden vrouwenrechten ingezet om bredere anti-migratiestandpunten kracht bij te zetten. Het sluit aan bij echte angsten, maar richt de aandacht vooral op een specifieke vorm van dreiging. Wanneer vrouwenrechten worden ingezet als wapen, verliezen vrouwen daar uiteindelijk zelf het meeste bij.

Als een samenleving massaal mobiliseert rond een relatief zeldzame dreiging, maar grotendeels zwijgt over structureel geweld, zegt dat iets over welke vormen van gevaar zichtbaar worden gemaakt. De dreiging van binnenuit krijgt minder aandacht omdat ze zo vertrouwd is. Zo ontstaat normalisering: sommige vormen van geweld worden politiek en maatschappelijk zichtbaarder gemaakt dan anderen. Politici verspreiden zulke frames, waarna de media ze vaak versterken. Wij reageren er niet kritisch op. Ik geloof zeker dat de vrouwen in Loosdrecht bang waren. Maar die angst ontstaat niet in een vacuüm; ze wordt voortdurend gevoed.

Zolang we massaal mobiliseren tegen een veronderstelde dreiging van buitenaf, maar zwijgen over geweld van binnenuit, vertellen we iets over wat we normaal vinden, en wie we eigenlijk beschermen.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor