Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De dierenarts is geen vangnet voor de rekening van onverantwoord huisdierenbezit

Vandaag
leestijd 5 minuten
18030 keer bekeken
ANP-561561150

De afgelopen tijd is er veel berichtgeving over de kosten van dierenartsen. Wie dagelijks in een dierenkliniek werkt, herkent zich niet altijd in het beeld dat uit de media naar voren komt. De waardering voor dierenartsen is groot en de dankbaarheid van veel eigenaren is misschien wel groter dan ooit. De meeste mensen willen het beste voor hun dier en vertrouwen gelukkig hun dierenarts. De problemen ontstaan vooral op de momenten waarop zorg en financiële mogelijkheden botsen. En dat is geen nieuw probleem.

De dierenarts wordt steeds vaker neergezet als onderdeel van het probleem: zorg zou te commercieel zijn geworden, tarieven zouden uit de hand lopen en er zou iets moeten gebeuren aan de kosten. Maar de vraag die daarbij vergeten wordt: wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor een dier dat iemand besluit aan te schaffen?

Een huisdier is geen luxeproduct, maar het is ook geen kostenloos bezit. Dat lijkt een ongemakkelijke boodschap geworden. Een dier betekent verantwoordelijkheid: voeding, preventieve zorg, vaccinaties, medische kosten en onverwachte situaties. Niemand koopt een auto en denkt alleen aan de aanschafprijs. Er wordt rekening gehouden met verzekering, verplichte APK, onderhoud, belasting en onverwachte kosten. Toch verwachten we niet dat garages verplicht worden om een kostenmaximum te hanteren wanneer iemand geen rekening heeft gehouden met onderhoud of de auto kado heeft gekregen.

Waarom zou dat bij dierenartsen anders moeten zijn?

Opvallend genoeg heeft de overheid diergeneeskundige zorg zelf deels als luxe behandeld door er het hoge btw-tarief op toe te passen. Tegelijkertijd wordt nu gezegd dat iedereen het houden van een dier moet kunnen bekostigen. Die tegenstelling verdient een eerlijk debat. 

Een dierenartsenpraktijk is geen liefdadigheidsinstelling. Moderne diergeneeskunde betekent dure apparatuur, geschoold personeel, medicatie, huisvesting en continue bij- en nascholing. Spoedzorg kost geld. Niet omdat dierenartsen buitensporige bedragen vragen, maar omdat er mensen en middelen beschikbaar moeten zijn wanneer een dier ’s nachts wordt aangereden of plotseling ernstig ziek wordt.

Die spoedzorg wordt vaak onderschat. Veel dierenartsen doen nog diensten naast hun gewone werkweek: na een volle werkweek een avond- of nachtdienst, een weekenddienst en daarna weer verder. In kleinere praktijken is de vergoeding voor die beschikbaarheid vaak geheel niet in verhouding tot de verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd verwachten eigenaren terecht dat er hulp is wanneer het nodig is. Die 24/7 beschikbaarheid heeft een prijs. 

De discussie over hoge kosten kwam mede op gang doordat eigenaren tijdens diensten vaker terechtkwamen in grotere spoedklinieken. Bij de mensenzorg accepteren we dat zorg geld kost en dat er organisaties, personeel en infrastructuur nodig zijn om die zorg te leveren. Het grote verschil is dat de financiering daar anders is geregeld: via collectieve systemen, verzekeringen en publieke middelen. De patiënt betaalt niet rechtstreeks de volledige kosten van een behandeling aan de zorgverlener. In de diergeneeskunde ligt die verantwoordelijkheid vrijwel volledig bij de eigenaar. Daardoor wordt een maatschappelijk vraagstuk direct een gesprek tussen dierenarts en eigenaar in de behandelkamer. Diergeneeskunde bevindt zich op het snijvlak van ondernemerschap en zorg en dat maakt het ingewikkeld.

Ook wordt regelmatig geopperd om een verplichte huisdierenverzekering in te voeren. Dat klinkt overzichtelijk, maar brengt een wezenlijk ander risico met zich mee: wanneer financiering volledig bij verzekeraars ligt, verschuift de beslissingsmacht over behandelingen deels naar commerciële polissen en vergoedingsvoorwaarden. Niet alleen de dierenarts bepaalt dan wat medisch verstandig is, maar ook wat contractueel wordt toegestaan. Daarmee komt de professionele autonomie onder druk te staan, omdat keuzes niet langer uitsluitend medisch-inhoudelijk zijn, maar ook financieel worden gefilterd door derden.

Ook de opkomst van grote ketens wordt vaak genoemd als oorzaak van stijgende kosten. Er zijn natuurlijk nadelen aan de marktwerking van de ketens, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ketenvorming heeft ook verbeteringen gebracht: meer professionele ondersteuning, betere arbeidsvoorwaarden, verplichte nascholingen en goed georganiseerde spoedzorg. 

De emotionele belasting van het vak is groot. Niet alleen door bijvoorbeeld dierenleed, maar ook door het voortdurend dragen van verantwoordelijkheid voor moeilijke beslissingen.

Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk laat goed zien waar deze discussie voor mij schuurt.

Onlangs kwam er een jong poesje van zeven maanden oud bij ons binnen. Zij was aangereden en had ernstig open beenletsel. Bij onderzoek ontdekten we ook een hartruis. Zij had dringend zorg nodig. Tegelijkertijd bleek dat er financieel geen ruimte was voor behandeling. Het poesje was wel aangeschaft, maar was verder niet gevaccineerd, niet gechipt en niet gesteriliseerd.

Daar sta je dan als dierenarts. Voor je staat een jong dier met een behandelbare aandoening. Zij heeft pijn, maar er is gelukkig een oplossing mogelijk. Inslapen was medisch geen optie. Je kunt een dier niet met een open been laten wegkwijnen omdat de eigenaar de zorg niet kan of wil betalen.

De eigenaar heeft uiteindelijk een relatief klein bedrag betaald en afstand gedaan van het poesje. Daarna begon voor ons het werk. De wond moest worden gespoeld en gehecht, er waren verbandwissels om de dag, medicatie, controles, een hartecho, uiteindelijk een sterilisatie en het alsnog chippen en verder op orde brengen van haar zorg. Wekenlang hebben mijn team en ik tijd, energie en kennis in haar gestoken. Niet omdat daar financieel iets tegenover stond, maar omdat zij een levend wezen was dat afhankelijk was van onze beslissing.

En precies daar zit de complexiteit van diergeneeskunde. Wij werken niet met een defect apparaat dat vervangen kan worden. Wij werken met levende dieren die volledig afhankelijk zijn van de keuzes van mensen. En omdat wij die verantwoordelijkheid voelen, komen dierenartsen vaak in situaties terecht waarin wij zelf de consequenties opvangen.

Maar hoe rechtvaardig is het dat een dierenarts moet opdraaien voor het feit dat iemand onvoldoende heeft nagedacht over de kosten van een dier?

Dit soort situaties raakt dierenartsen ook emotioneel. Wij kiezen dit vak omdat we dieren willen helpen. Maar iedere keer dat een behandeling niet doorgaat omdat iemand de kosten niet wil maken, blijft dat gesprek hangen. Niet alleen vanwege het dier, maar ook omdat de verantwoordelijkheid steeds verder verschuift richting degene die de zorg verleent.

Natuurlijk zijn er grenzen. Niet elke behandeling is zinvol en niet elke medische mogelijkheid hoeft uitgevoerd te worden. Ook bij mensen maken we keuzes over behandelingen. Maar noodzakelijke zorg niet geven omdat de kosten ongemakkelijk zijn, is iets anders. Een dier is geen wegwerpproduct. Tegelijkertijd kan de dierenarts niet de financiële achtervang worden voor een samenleving waarin steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de verantwoordelijkheid die bij huisdierbezit hoort.

De oplossing ligt niet in het aanwijzen van de dierenarts als schuldige. Ook niet in het simpelweg opleggen van prijsplafonds of regels aan een beroepsgroep die zelf ook met stijgende kosten, personeelstekorten en zware arbeidsbelasting te maken heeft.

De belangrijkste vraag begint eerder: zijn we bereid eerlijk te kijken naar wat het betekent om een dier in huis te nemen? Een dier verdient goede zorg. Maar die zorg begint niet pas in de behandelkamer. Die begint op het moment dat iemand besluit een dier onderdeel van zijn leven te maken.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor