
Kan het wat zachter?
Het automatische bandje in de bus vraagt steeds vaker of we zachtjes willen doen. 'Houd het gezellig, gebruik een oortje of zet je telefoon niet op de luidspreker', klinkt de vermanende stem. Wij die op dat moment stil zijn, knikken braaf naar elkaar. Wij zijn immers niemand tot last.
Vast van thuis meegekregen, niet op de trap rennen, niet te hard schreeuwen en rekening houden met de buren. Waarschijnlijk omdat mijn moeder slecht tegen geluid kon. Zij ergerde zich aan burengeluiden. Het leek wel of ze herrie als een persoonlijke aanval zag.
De verdieping boven ons had een houten vloer met een dun laagje zeil. Daar woonden onder anderen twee voetballende jongens met een enthousiaste herdershond en een extreem stuiterballetje. De hond rende graag door de kamers, zijn nagels tikten op het zeil. In een poging het dier wat te remmen, kocht mijn moeder een bot bij de slager. Urenlang hoorden we dat bot op de vloer bonken. Hij speelde er nog maanden mee, ook 's nachts.
We verhuisden uiteindelijk, maar de geluidsintolerantie ging met ons mee. Ook de volgende buren voldeden niet aan moeders norm. Ze liepen veel en zwaar door het huis. 'Heipaal!', schreeuwde mijn vader verzenuwd tegen het plafond, opgestookt door mijn moeder.
Toen deze buren uiteindelijk verhuisden, kwam er een jong gezin boven ons wonen. De baby huilde veel, ook 's nachts. 'En bam, dan staat ze weer naast haar bed', zei mijn vader onaardig. Het besef kwam, mijn ouders kunnen niet tegen leefgeluiden.
Woonplezier valt of staat met het geluid van de buren en je eigen tolerantie.
Wat angstig zag ik mijn eerste huurwoning in Amsterdam-West tegemoet, samen met mijn partner. Het gezin dat boven ons woonde, verwelkomde ons in het trapportaal. Ik zag een hele rits jongetjes met stevige schoenen en vreesde veel geren.
En inderdaad, de geluidsoverlast was groot. De vloer kraakte, de kinderen renden tot elf uur 's avonds. De vrouw des huizes en haar zusters liepen veel en zwaar. Toen de buurkinderen jong trouwden, slaakten we een zucht van verlichting. Het zou rustig worden. Maar ze trokken bij vader en moeder in, zo kregen we drie gezinnen boven ons.
Mijn partner had niet alleen moeite met de burenoverlast, hij ging zich ook buitensporig aan mijn leefgeluiden en later aan die van onze kinderen ergeren.
Etende mensen, knisperend papier, onrustige voeten, gesnuif, krakende jassen, pulkende vingers, een zenuwhoest, het dreef hem tot wanhoop.
Hij leed aan misofonie, haat tegen geluid. Het ging bij hem niet om een uitzonderlijk scherp gehoor maar om een neurologische kortsluiting bij specifieke, herhalende geluiden. Hij werd een grootgebruiker van wax-oordopjes en geluiddempende koptelefoons.
Ineens moest ik niet alleen met de buren rekening houden, maar ook op elk gewoon geluid van mezelf letten. Vooral op zachte, herhalende geluiden. De wetenschap zegt dat geluiden onder de 80 decibel veilig zijn voor het gehoor. Praten is ongeveer 60 decibel, snurken kan oplopen tot 75 decibel en de gemeentewerken voor de deur produceren al snel een flink volume van 80 decibel.
Toch zijn die wegwerkers makkelijker te pruimen dan de buurman die urenlang naar muziek luistert met een zwaar dreunende bas. Omdat bij die buurman het besef meespeelt dat hij onverschillig is, geen rekening houdt met...
Geluidshinder zit niet alleen in de decibels, maar ook in de sociale verhoudingen.
Vandaag de dag wonen we in een huis met een tuin. Geen bovenburen meer, maar het kwaad komt van de zijkant in de vorm van een buurman met een Black+Decker-obsessie. Zodra het zondag of een feestdag is, maakt hij van zijn tuin een kleine houtzagerij. Als het even stil is en de zaagselwolk gaat liggen, is dat omdat hij bij de Gamma schuurbanden haalt.
En als de buitenwereld dan eindelijk rustig is, vallen de interne geluiden op. Tinnitus, bestaande uit een hardnekkige bries, vogelgeluiden, een opstijgend vliegtuig of spookmuziek in je eigen hoofd. Muzikale hallucinaties, ook wel fantoomgeluiden genoemd, kunnen optreden bij gehoorverlies. Je kunt niet altijd aan geluid ontsnappen, zelfs niet als je alleen bent.
Als ik mijn zoon, met een beperking, eindelijk duidelijk heb gemaakt dat hij zijn telefoon op stil moet zetten in de trein. Hij wil geen oortjes in maar wel luisteren naar een luide TikTok-stream, denk ik een soort van bewondering in de blik van de zakenman tegenover ons te zien.
Maar hij neemt met luide stem zijn mobiel op en blijft de verdere reis met een vergadering meeschreeuwen.