Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De bezetting en de uitholling van de Israëlische democratie

•
Gisteren
•
leestijd 7 minuten
•
1325 keer bekeken
•
ANP-572953086

De komende vierentwintig uur zullen naar verwachting tot de meest dramatische momenten in de geschiedenis van de Israëlische politiek behoren. Opiniepeilingen en de publieke opinie wijzen erop dat het blok van Netanyahu-aanhangers na vele jaren aan de macht een nederlaag tegemoetgaat. Daar zijn tal van redenen voor: de sterke stijging van de kosten van levensonderhoud, de toenemende maatschappelijke en politieke polarisatie, de groeiende zorgen over de persoonlijke en nationale veiligheid, de sterke toename van de criminaliteit en natuurlijk de reeks beschuldigingen van corruptie en het aannemen van ongeoorloofde voordelen aan het adres van Netanyahu.

Het gevoel van urgentie dat veel Israëli's ervaren en dat hen ertoe brengt de huidige verkiezingen als beslissend voor de toekomst van het land te beschouwen, komt echter vooral voort uit hun vrees dat de stabiliteit van de Israëlische democratie wordt bedreigd. Die vrees is aangewakkerd door wetgeving die de regering-Netanyahu heeft doorgevoerd en die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrije pers en maatschappelijke organisaties heeft aangetast. De angst voor een regimeverandering naar Hongaars model, zoals onder Viktor Orbán, heeft de afgelopen vier jaar duizenden Israëli's ertoe gebracht week na week de straat op te gaan om te demonstreren.

Ondanks deze vastberaden en heroïsche strijd weigert de Israëlische samenleving echter de werkelijkheid onder ogen te zien en te erkennen dat de werkelijke bedreiging voor de veerkracht van de Israëlische democratie schuilt in de voortzetting van de bezetting. De voortzetting van de bezetting leidt, in een historisch proces dat vrijwel onvermijdelijk is, tot de ondermijning van de fundamenten van de Israëlische democratie. Een werkelijke strijd voor de Israëlische democratie moet daarom beginnen met een strijd om de bezetting te beëindigen.

De gangbare veronderstelling in het Israëlische publieke debat is dat de bezetting zich 'daar' afspeelt, achter een onzichtbare grens, terwijl binnen het soevereine Israël een stabiele liberale democratie bestaat. Zelfs de meest uitgesproken tegenstanders van de bezetting hebben de neiging deze kwestie te beperken tot het engere kader van het Israëlisch-Palestijnse conflict, alsof het slechts een ondergeschikt aspect van het buitenlands beleid betreft dat losstaat van de Israëlische samenleving zelf. Misschien vormt deze denkbeeldige scheiding een doeltreffend verdedigingsmechanisme, waardoor de Israëlische samenleving zich kan voorstellen dat langdurige controle over een ander volk haar morele, culturele en politieke karakter niet vervormt.

Een langdurige bezetting bestaat echter niet in een vacuüm. Zij vereist een heel stelsel van wetten, verordeningen, instellingen, handhavingsmechanismen, juridische precedenten en politieke taal. Wanneer dezelfde instellingen en functionarissen zowel in het bezette gebied als in het soevereine Israël actief zijn, is het moeilijk aan te nemen dat de normen die zijn ontstaan om de bezetting in stand te houden niet ook naar het soevereine Israël zullen doorsijpelen.

De normen van het bezettingsregime worden in stand gehouden door mensen, instellingen en taal. Een soldaat die op de Westelijke Jordaanoever dient en daar wordt blootgesteld aan geweld en discriminatie, is tegelijkertijd burger van het soevereine Israël. Juristen die de regels voor de Westelijke Jordaanoever formuleren, zijn ook binnen het soevereine Israël actief. Ambtenaren, politieagenten, politici en rechters bewegen zich tussen beide terreinen. Juridische precedenten die onder het bezettingsregime zijn ontstaan en de inperking van fundamentele vrijheden mogelijk maken, gaan deel uitmaken van het repertoire aan bestuurlijke maatregelen. Een veiligheidstaal die zich heeft ontwikkeld om beperkingen van de Palestijnse bevolking te rechtvaardigen, kan ook worden ingezet om beperkingen van de Israëlische samenleving te rechtvaardigen.

Het gaat niet alleen om een psychologisch effect op Israëli's die op de Westelijke Jordaanoever dienen of werken, maar om een institutioneel, cultureel en politiek proces. Wanneer een staat er tientallen jaren aan gewend raakt vergaande en ongelijke bevoegdheden uit te oefenen zonder doeltreffende controlemechanismen, is het moeilijk aan te nemen dat deze normen niet zullen doorsijpelen en ook de bezettende samenleving zelf zullen beïnvloeden. Met andere woorden: de vraag is niet alleen welk onrecht de Israëlische bezetting de Palestijnse samenleving aandoet, maar ook hoe de bezetting het karakter van de Israëlische samenleving vervormt.

Wanneer een samenleving de controle over een ander volk als een existentiële noodzaak beschouwt en iedere betwisting van deze vanzelfsprekendheid als verraad wordt gezien, toont zij niet alleen haar bereidheid haar morele waarden op te rekken en al haar middelen aan deze opdracht ondergeschikt te maken, maar ook haar bereidheid haar eigen karakter te vervormen. De invloed van de bezetting op het karakter van de Israëlische samenleving komt onder meer duidelijk tot uiting in de voortdurende aantasting van het gelijkheidsbeginsel, de toename van gewelddadige incidenten en de selectieve handhaving van de wet. Deze verschijnselen getuigen op zichzelf van een gebrekkige en verzwakte democratie.

De voortdurende aantasting van het gelijkheidsbeginsel, waarop de Israëlische samenleving vrijwel met volledige onverschilligheid reageert, laat wellicht duidelijker dan wat ook de invloed van de bezetting zien. Op de Westelijke Jordaanoever bestaat al tientallen jaren een situatie waarin Joden en Palestijnen die in dezelfde geografische ruimte wonen niet dezelfde rechten genieten: Israëlische kolonisten vallen onder het Israëlische burgerlijk recht, terwijl Palestijnen onder het militaire recht vallen. Bewegingsvrijheid, vrijheid van vereniging, toegang tot land, bescherming tegen willekeurig overheidsoptreden en andere rechten worden niet op gelijke wijze aan beide bevolkingsgroepen gewaarborgd.

In een advies van juli 2024 kwalificeerde het Internationaal Gerechtshof de juridische scheiding tussen beide bevolkingsgroepen als een schending van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (CERD).

Het bestaan van een dergelijke ongelijke norm, waarbij fundamentele mensenrechten niet als universele rechten worden beschouwd maar als voorrechten die aan de ene groep kunnen worden toegekend en aan de andere kunnen worden ontzegd, blijft niet beperkt tot de vage grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. Hetzelfde geldt voor de vanzelfsprekendheid waarmee het gelijkheidsbeginsel in naam van veiligheidsbelangen, nationale belangen of zelfs religie kan worden ingeperkt. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de Basiswet: "Israël - de natiestaat van het Joodse volk", waarin het gelijkheidsbeginsel niet uitdrukkelijk als grondwettelijk recht wordt vastgelegd.

Ook binnen Israël zelf zijn aanzienlijke verschillen zichtbaar tussen de Joodse en Arabische bevolking, onder meer op het gebied van persoonlijke veiligheid, werkgelegenheid, sociale infrastructuur en vertegenwoordiging in overheidsinstellingen. Officiële onderzoeken en rapporten van de Israëlische Rekenkamer wijzen op de verschillen tussen beide gemeenschappen en op het falen van de regering om deze te verkleinen.

Dit onderscheid wordt ook in het politieke discours nadrukkelijk gelegitimeerd. Een van de meest opvallende kenmerken van de Israëlische politiek is de wijdverbreide weerstand tegen deelname van Arabische partijen aan de regering. Uit de Israëlische Democratie-index van 2025 bleek dat 77 procent van de Arabische respondenten voorstander was van de opname van hun vertegenwoordigers in de regering, terwijl ongeveer 71,5 procent van de Joodse respondenten daartegen was.

Zodra het gelijkheidsbeginsel wordt verbonden met nationale, religieuze of politieke identiteit, is er weinig reden om aan te nemen dat de ontkenning ervan bij een onzichtbare grens zal ophouden. Bovendien zijn vergelijkbare patronen van ongelijkheid zichtbaar in de verhoudingen tussen seculiere en religieuze Joden, en zelfs in de uiteenlopende reacties van de regering-Netanyahu op protesten van haar eigen aanhangers en op protesten van haar critici. Die laatsten worden op een bijna gewelddadige manier behandeld en bestempeld als "anarchistisch links", dat "vergeten is wat het betekent om Joods te zijn".

De tweede uiting betreft de uitholling van de rechtsstaat. De manier waarop het overheidsgezag op de Westelijke Jordaanoever wordt uitgeoefend, kan helpen verklaren hoe de ongelijke rechtshandhaving, die in Israël vrijwel tot norm is geworden, functioneert. Joods terrorisme door kolonisten en de zogenoemde 'Heuveltopjongeren' op de Westelijke Jordaanoever wordt niet op dezelfde wijze aangepakt als Palestijns geweld, dat door de militaire autoriteiten als terrorisme wordt aangemerkt.

Het verschil blijkt uit de kloof tussen het aantal geopende onderzoeken en het aantal aanklachten en veroordelingen. Volgens gegevens van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din werd 93,6 procent van de onderzoeksdossiers die sinds 2005 zijn geopend wegens misdrijven van kolonisten tegen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever afgesloten zonder dat een aanklacht werd ingediend. Slechts 3 procent leidde tot een volledige of gedeeltelijke veroordeling. Deze cijfers wijzen niet alleen op stilzwijgende steun voor het nederzettingenproject, maar ook op het gedogen van selectieve en ongelijke rechtshandhaving.

Deze norm is allang doorgedrongen tot het soevereine Israël en komt tot uiting in het onvermogen van de staat om de persoonlijke veiligheid van Arabische Israëlische burgers te waarborgen. In 2024 lag het aantal moorden in de Arabische samenleving in Israël veertien keer zo hoog als onder de Joodse bevolking, terwijl het percentage opgeloste moordzaken onder Joden drie keer zo hoog was als onder Arabieren.

Een democratische staat wordt niet alleen beoordeeld op de vraag of zijn wetten gelijkwaardig zijn, maar vooral op de vraag of hij zijn burgers gelijke bescherming en diensten biedt. Wanneer een samenleving normaliseert dat een minderheidsgroep voortdurend met geweld te maken krijgt zonder doeltreffende bescherming te ontvangen, blijft de schade niet beperkt tot de persoonlijke veiligheid. Zij weerspiegelt ook een diepgewortelde ongelijkheid in de manier waarop de leden van die groep als burgers worden behandeld.

De derde uiting betreft het juridische aspect. Op de Westelijke Jordaanoever bestaat al tientallen jaren een systeem waarin het militaire bestuur vergaande bevoegdheden bezit, waaronder rechterlijke en wetgevende bevoegdheden, terwijl de Palestijnse bevolking vrijwel geen politieke of juridische middelen heeft om die macht te beperken.

De hervormingen van het rechtssysteem die de regering-Netanyahu wilde doorvoeren, waren erop gericht een vergelijkbaar doel binnen het soevereine Israël te bereiken. Het doel van deze hervormingen was de uitvoerende macht te versterken ten koste van de rechterlijke macht, de controlemechanismen te verzwakken en het stelsel van checks and balances af te breken. De vastberaden maatschappelijke strijd die sinds begin 2023 in Israël plaatsvindt, gaat voorbij aan de tegenstrijdigheid tussen de verdediging van een liberale democratie en de voortzetting van de bezetting.

Een onzichtbare grens scheidt het soevereine Israël van de gebieden op de Westelijke Jordaanoever. Zolang de bezetting voortduurt, zijn de drie normen die zij normaliseert - ongelijkheid, selectieve rechtshandhaving en de uitholling van de democratische grondslagen - slechts enkele voorbeelden van de vele manieren waarop zij het karakter van de Israëlische samenleving vervormt. De strijd voor de Israëlische democratie kan daarom niet volstaan met de verdediging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en evenmin met een overwinning van het blok dat tegen Netanyahu is. Zij moet beginnen met een vastberaden strijd om de bezetting te beëindigen.

De bezetting staat niet buiten de Israëlische democratie: zij bevindt zich erbinnen, in haar instellingen, in de denkbeelden van haar leiders, in haar wetgeving en in haar politieke taal. Zo vormt en vervormt de bezetting onvermijdelijk de democratie zelf.

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor