Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De alarmsignalen staan in de hele EU op rood

Vandaag
leestijd 5 minuten
1197 keer bekeken
ANP-500780523

Wanneer Europese leiders samenkomen om te debatteren over de toekomst van het continent, wordt de agenda steevast gedomineerd door een vertrouwde catalogus van crises: industriële stagnatie, achterblijvend concurrentievermogen, achteruitgang van het milieu, kwetsbaarheden op het gebied van veiligheid en een groeiend tekort aan vaardigheden. Deze inkadering gaat echter voorbij aan een diepere realiteit: Europa wordt niet alleen geconfronteerd met economische en geopolitieke concurrentie, maar bevindt zich in een intensiverende cultuuroorlog over narratieven, zingeving en identiteit.

Hoewel de reflexmatige beleidsreactie doorgaans top-down is – of het nu gaat om het aanpassen van regelgeving, het bijsturen van kapitaalvereisten of het inzetten van staatssteun – ziet deze technocratische benadering vaak een fundamentele historische waarheid over het hoofd: Europa's meest transformatieve, paradigmaverschuivende ideeën werden niet geboren in de gangen van Brussel of de nationale ministeries, maar binnen het maatschappelijk middenveld.

Op beslissende momenten waren het juist de civiele en culturele infrastructuren die abstracte waarden vertaalden naar de geleefde werkelijkheid. Een goed voorbeeld is het Erasmus-programma, dat volgend jaar veertig jaar bestaat.

Vandaag de dag wordt Erasmus erkend als een sleutelpijler van de Europese integratie – een institutioneel kader dat miljoenen jongeren de kans biedt om grensoverschrijdend te leren. Het is een tastbare manifestatie van een geïntegreerd Europa. Het succes ervan ligt niet louter in de mobiliteit, maar in de betekenis die eraan wordt gegeven. Erasmus hielp een Europees gevoel van verbondenheid op te bouwen – iets wat niet via wetgeving kan worden afgedwongen, maar moet worden gecultiveerd door geleefde ervaringen, relaties en culturele uitwisseling.

Toen de Berlijnse Muur viel, stoelde de verzoening tussen Oost en West op meer dan alleen diplomatie op hoog niveau. Deze slaagde omdat het maatschappelijk middenveld en culturele netwerken aan weerszijden jarenlang hadden gebouwd aan relaties aan de basis. Op dezelfde manier ging het succes van de 'Big Bang'-uitbreiding van de Europese Unie in 2004 verder dan politieke retoriek, dankzij langdurige culturele uitwisselingen die onafhankelijke civiele infrastructuren in de hele regio tot stand brachten.

Ondanks hun historische rol bij het vormgeven van het moderne Europa, worden veel van deze instellingen, denktanks en civiele netwerken nu geconfronteerd met toenemende administratieve pesterijen, oproepen tot defunding en beperkende wetgeving rondom buitenlandse financiering, die doelbewust is ontworpen om het onafhankelijke publieke debat in te perken.

De alarmsignalen staan in de hele EU-27 op rood. Van Hongarije's agressieve inzet van het Bureau voor de Bescherming van de Souvereiniteit en Slowakije's wetgevende inspanningen om ngo's te bestempelen als "organisaties met buitenlandse steun", tot de lancering door het Europees Parlement van een controversiële 'Scrutiny Working Group' (toezichtwerkgroep) – specifiek ontworpen om de financiering van de non-profitsector te viseren en te delegitimeren onder de dekmantel van anti-lobbymaatregelen: het blauwdruk voor het inperken van de civiele ruimte verspreidt zich in sneltreinvaart.

Deze ontwikkelingen mogen niet worden gezien als op zichzelf staande of puur bureaucratische trends. Aanvallen op het maatschappelijk middenveld, cultuur en onafhankelijke media zijn in toenemende mate strategisch van aard; ze zijn erop gericht de ruimtes uit te hollen waar samenlevingen betekenis geven, vertrouwen opbouwen en gedeelde identiteiten vormen. Het verzwakken van deze infrastructuren is een manier om democratische systemen van binnenuit te destabiliseren – zonder dat er ooit een fysieke grens wordt overgestoken.

Zelfs in historisch stabiele democratieën, zoals Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, staan onafhankelijke waakhonden en culturele ruimtes onder toenemende druk, waarbij parlementaire enquêtes en audits naar "politieke neutraliteit" als wapen tegen hun werking worden ingezet. Het doel is niet alleen om binnenlands protest de mond te snoeren, maar ook om gemeenschappen te isoleren, integratieprogramma's stop te zetten en juist die bevolkingsgroepen te verdelen die door initiatieven als Erasmus decennialang met elkaar verbonden zijn. De strategische implicaties als we dit in Europa laten gebeuren, zijn diepgaand.

Overheden en internationale instanties zijn door hun structuur inherent risicomijdend, vatbaar voor groepsdenken en gebonden aan korte electorale cycli. Hierdoor zijn ze slecht uitgerust om in isolatie innovatieve oplossingen te vinden voor multidimensionale crises. Ze zijn afhankelijk van onafhankelijke civiele en culturele ecosystemen om alternatieve oplossingen aan te dragen voor het publieke debat, vertrouwenskloven te overbruggen en het scala aan mogelijke beleidsreacties te vergroten.

Het maatschappelijk middenveld blinkt hierin uit door operationele risico's te nemen op basisniveau en de vertrouwenskloof tussen burgers en instituties te overbruggen. Dit is iets wat overheden niet kunnen kopiëren.

In die zin fungeren het maatschappelijk middenveld en de culturele infrastructuren als het democratische immuunsysteem van Europa: ze houden de veerkracht in stand, slaan bruggen bij meningsverschillen en versterken de legitimiteit.

Het verdedigen van onafhankelijke stichtingen is dan ook geen kwestie van progressieve liefdadigheid of culturele sentimentaliteit; het is een geopolitieke noodzaak en een eerste vereiste voor structurele innovatie.

Geconfronteerd met systemische bedreigingen wenden velen in deze sector zich tot historisch behoud om hun legitimiteit te verankeren. Een aantal cruciale collecties die documenteren hoe filantropische stichtingen het intellectuele fundament voor het naoorlogse Europa hebben gelegd, zal binnenkort voor het publiek worden opengesteld in de Historische Archieven van de Europese Unie (HAEU) in Florence. Deze documenten – waaronder de correspondentie en het brainstormwerk van enkele van de belangrijkste denkers en belangenbehartigers van het continent – doen meer dan alleen prestaties uit het verleden illustreren. Ze leveren het empirische bewijs dat de civiele sector fungeert als Europa's essentiële laboratorium voor onderzoek en ontwikkeling, waar ideeën worden gecultiveerd tot ze rijp genoeg zijn om door de staat te worden geabsorbeerd en opgeschaald.

Dit historische blauwdruk is precies wat het moderne EU-beleid via structurele hervormingen moet beschermen. In plaats van de bekende clichés over Europese waarden te herhalen, moeten leiders de onafhankelijke netwerken die deze waarden voortbrengen actief beschermen – te beginnen met hun financiële zekerheid.

Om dit te bereiken moeten er strikte financieringsbeschermingen worden opgenomen in de meerjarenbegroting van de EU. Dit moet garanderen dat strategische pijlers, zoals het wetenschappelijke onderzoeksfonds Horizon Europe of het langlopende cultuurprogramma Creatief Europa, niet ideologisch kunnen worden misbruikt om onafhankelijke actoren uit te sluiten.

Het opzetten van stevige en functionele juridische vangrails om lidstaten te controleren en te bestraffen die bureaucratische beperkingen gebruiken om onafhankelijke stichtingen en ngo's te verzwakken, moet eveneens een prioriteit zijn. Defensieve maatregelen moeten echter worden gekoppeld aan structurele integratie en de creatie van formele institutionele kanalen – zoals het AgoraEU-initiatief. Dit vormt de ruggengraat van een Europees ecosysteem van algemeen belang dat in staat is om zowel narratieven als beleid vorm te geven, en waarmee beleidsmakers in de praktijk geteste ideeën systematisch kunnen integreren in de EU-besluitvorming.

Bijna veertig jaar geleden bracht een uniek publiek-filantropisch partnerschap het Erasmus-programma voort, waarmee werd bewezen dat verbeeldingskracht het kan winnen van institutionele barrières. Geconfronteerd met de felle internationale concurrentie van vandaag moeten Europese leiders beseffen dat zij de democratie en innovatie in het buitenland niet kunnen verdedigen als zij toestaan dat de architecten van deze successen in eigen land het zwijgen wordt opgelegd.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor