
Op gezette tijden maken wij ons druk over het giftige opinieklimaat en de manier waarop zogenaamde opiniemakers elkaar te lijf gaan. Om maar te zwijgen over de manier waarop anonieme gebruikers van social media het internet vullen met smerige aanvallen en bedreigingen. Daarbij gaat men ervan uit dat dit allemaal een triest teken van de tijd is en van verval. Vroeger luisterde men nog naar elkaar. Dan discuussieerde men inhoudelijk.
Denk dat maar niet. Onze voorgangers konden er destijds ook wat van. De tekst hieronder is haast honderd en negentien jaar oud. Hij verscheen in Het Dagblad van Zuid-Holland en ´s-Gravenhage van 12 december 1917. De auteur is niemand minder dan de hoofdredacteur Maurits Moresco.
Het Dagblad was een deftige, uiterst Haagse Courant, die na 247 jaargangen in de versukkeling was geraakt. Moresco werd ingehuurd om nieuw leven in de verschaalde brouwerij te brengen. Dat deed hij door in de Eerste Wereldoorlog partij te kiezen voor de Fransen en de Engelsen. Het stuk hieronder is gericht tegen De Toekomst, een door conservatieve professoren volgeschreven opinieblad dat juist Duitsland steunde en aldus de Nederlandse neutraliteit in gevaar bracht. Er is ook sprake van een ander blad, De Controleur. Dat was in die dagen een onconventioneel opinieweekblad waarvoor niets en niemand heilig was. De grondleggers van De Stijl publiceerden er in. Dit moet genoeg zijn om Moresco te kunnen volgen. Hij plaatste zijn stuk aan het hoofd van de krant.
¨Wij hebben gaarne en toonen gaarne eerbied voor de personen van onze tegenstanders en zelfs waar we dien eerbied in ons binnenste binnen niet vinden, daar veinzen we hem nog zoo lang mogelijk. God moge ons die veinzerij vergeven, het is schoonheidsgevoel, dat ons tot die zonde brengt. !
Maar nu vragen we toch aan alle fatsoenlijke en redelijke menschen, we zouden het in de eerste plaats willen vragen aan de pro-Duitschen, wien deze regels onder de oogen komen, of we iemand tekort doen, iemand onrechtvaardig behandelen, wanneer we hartgrondig zeggen: ,,wat ploerten zijn die hooggeleerde kerels toch, die De Toekomst redigeeren !”
Wij hebben dit pro-Duitsche orgaan nooit anders dan zakelijk bestreden. Al wat we ooit zeiden was - indien onjuist - te weerleggen. Nooit één enkel woord van weerlegging kwam. Het blad speelde het in ons land gebruikelijke spel van den zedelijk zwakke : negeeren. ,,De Toekomst’’ las het „Dagblad ’ niet, wist niet dat het bestond. Maar nu — plotseling, blijkt die het te weten en te kennen. Wij lezen dit in het Duitsch-Hollandsche blad ; ,,Geen vleiend oordeel. — Tot de bladen, die een weinig eervolle rol hebben gespeeld in de schandaal. campagne tegen De Toekomst, behoort ook het Dagblad v. Z.-Holl. en ’s-Gravenh.
Ziehier een oordeel over den hoofdredacteur van die courant, dat wij aantroffen in de Controleur. "Iedere journalist heeft zich wel eens geschrapt aan de giftige uitsteeksels van den heer Moresco, zooals ieder mensch wel eens op zijn wandeling in een hoop hondendrek heeft getrapt.'’
Wanneer we nu eenvoudig vragen aan ,,De Toekomst”, waarin onze weinig eervolle rol heeft bestaan en waarin de schandaal-campagne bestond en wanneer we die vraag -met een heel dikke blauwe) streep omhaald aan het blad zenden, dan... zal het toch weer doen, alsof het niet las.
Zóó deed ook „De Nieuwe Courant” die ons — in een onderschrift bij een ingezonden stuk, waarvan elke regel! van kwade trouw getuigde — beschuldigde, de Nederlandsche regering te hebben belasterd, en wélk blad we vroegen, wanneer dat toch geschied was. Geen "woord had „De Nieuwe Crt.” van die vraag gelezen ! Maar dat nu daargelaten. Ieder, die met de Nederlandsche journalistiek bekend is, weet, wat dit zwijgen beduidt. We vestigen nu de aandacht op de aanleiding, die „De Toekomst” plotseling vindt, het zwijgen te verbreken, plotseling te laten merken, dat zij met het bestaan van ons blad bekend was, plotseling—evenals , De N. Crt.” indertijd —-"uit haar rol te vallen. "
Daar schrijft een mannetje, wiens naam niemand kent, en waarvan niemand iets anders weten kan dan alleen, dat hij een schoft is, de nobele regels, hierboven af gedrukt en zie, ,,De Toekomst¨ verkneukelt zich, de heeren professoren van „De Toekomst” snuiven met innig welbehagen den geur van den hondendrek op, verdeelen de lekkernij onder elkander en smullen ervan met graagte en gretigheid. Is dat nu het politieke, het pro Duitse fanatisme ? Ais het dat nog maar was. Fanatisme verontschuldigt men min of meer, zooals dronkenschap. Maar ons artikel, dat den onbekende in „De Controleur ’ de edele vergelijking in de pen gaf, had niets met onze anti Duitsche gevoelens te maken, het was het artikel, waarin... de dienstweigering, werd afgekeurd. Zijn de Pruisisch-Holiandsche heeren van „De Toekomst” nu ook al dienstweigeraars ? Het doet er niet toe, het kan hun niet schelen, zij verbroederen zich met elken patser, als hij maar zoo goed is, iets te zeggen tegen een tegenstander, dien zij rechtstreeks niet aandurven. Al moesten zij er hondendrek voor eten. '
Smakelijk eten dan, het gerecht is wel Voor u geschikt! En het gezelschap ook."

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo'n schandelijke compensatie krijgt voor het toestaan van nieuwe heffingen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de Odyssee, van Homerus en van Nolan.