Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Bye, bye!

Boris Johnson treedt af, kan zich nu volledig richten op carrière als clown
Joop

Curaçao, de revolte van 30 mei ’69 en eilandelijke zondebokken

  •  
30-05-2016
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
52 keer bekeken
  •  
1.-Mei-69-resten-van-huis-van-bisschop-aan-Otrobandazijde-marinefotograaf-coll.-Smit

© Resten van huis van bisschop aan Otrobandazijde

Alle kritiek van de commissie was gericht op de laag direct onder de hoogste echelons, de Nederlandse Staat bleef buiten schot
Op 30 mei 1969 vonden er ernstige onlusten plaats op Curaçao. Hierbij kwamen twee mensen om het leven en ging het centrum van Willemstad grotendeels in vlammen op. Enkele maanden later werd een commissie onder voorzitterschap van R. A. Römer ingesteld, die als taak meekreeg ‘een diepgaand onderzoek’ te verrichten naar de gewelddadige ongeregeldheden.
Kritiek De beoordeling door de commissie van de beheersing van de onlusten door de politie was uitgesproken ongunstig. De geüniformeerde dienst had – zo merkte de commissie opmerkelijk zuinig op in haar rapport – ‘wel goed werk verricht en het zou dan ook zeker niet juist zijn een blaam op het gehele korps te werpen’.
Het is het enige compliment dat de commissie maakt aan het adres van de politie. Bladzijde na bladzijde volgt een opeenstapeling van kritische op- en aanmerkingen over de eilandelijke politie. Het moet echter juist ook aan de beheersing van de politie worden toegeschreven, dat er niet meer doden zijn gevallen. De commissie richtte haar peilen met kritiek echter vrijwel exclusief op de  eilandelijke  politieleiding, i.c. de gezaghebber en de commissaris van politie van Curaçao.
2.-Mei-69-blussen-branden-in-Punda-marinefotograaf-coll.-Smit

© Branden blussen in Punda

Inlichtingendienst De politieke realiteit moet van doorslaggevende invloed zijn geweest op het oordeel van de commissie-Römer. Waar het het politiewezen betreft, werden verantwoordelijke bestuurders op het niveau van het Land (Antillen) en Koninkrijk (Nederland) geheel uit de wind gehouden. Alle kritiek van de commissie was gericht op de laag direct onder de hoogste echelons, zoals gezegd, de gezaghebber en commissaris van politie van het Eilandgebied Curaçao. Vandaar dat het eilandelijke politiekorps er ook zo bekaaid vanaf kwam.
Deze ‘strategie’ laat zich nader illustreren aan de hand van de betrokkenheid van de Veiligheidsdienst van de Nederlandse Antillen (VNA). Hoewel de VNA een uiterst belangrijke rol speelde, werd aan de eilandelijke inlichtingendienst opmerkelijk genoeg maar één [!] alinea gewijd in het 180 pagina’s tellende rapport-Römer.
Direct na de rellen werd al kenbaar gemaakt, dat voor de VNA, voor de politietop en politieke bestuurders in de Antillen én in Nederland, de oproer als een donderslag bij heldere hemel kwam. Hier moet sprake zijn geweest van geraffineerd beveiligd eigenbelang.
Rapportages VNA rapporteerde vanaf midden jaren zestig uiterst zorgvuldig en wekelijks over de sociale gisting en arbeidsonrust op het eiland aan de minister van Justitie en de premier van de Antillen. Tevens werd van meet af aan maandelijks een evenzo beeldende rapportage gezonden aan de Nederlandse viceminister-president, die tevens verantwoordelijk was voor Antilliaanse zaken. Deze rapportages worden bewaard en zijn in te zien in het Nationaal Archief in Den Haag. Gegeven deze bijzonder nauwgezette rapportages, kan moeilijk staande gehouden worden dat het onweer zich helemaal niet had aangekondigd.
Van ‘een donderslag bij heldere hemel’ was geen sprake. Al mag de kracht en het moment niet op de dag zijn in te schatten geweest, de verwachting van een blikseminslag had na de rapportages niet misstaan. Maand in maand uit werden de ontwikkelingen die leidden naar de uitbarstingen van 30 mei 1969 zeer dicht op de huid gevolgd door de inlichtingendienst.
Zo VNA blikseminslagen niet voor mogelijk hield, dan zou zijn Antilliaanse ministers van Justitie en/of van Algemene Zaken (de premier) nadrukkelijker om een nadere beoordeling hebben moeten vragen. Niet minder voor de hand liggend zou een dergelijk verzoek van de zijde van de Nederlandse viceministers-president zijn geweest. Of van de zijde van de Koninklijke Marine? De inlichtingen die de Marine uit eigen dienst verkreeg, zullen stellig niet altijd zo eenduidig zijn geweest dat enig meedenken van Antilliaanse zijde onnodig werd geacht.
2.25-mei-69-curacao-politiemuseum-D19518_004-kopie
Zondebokken De commissie-Römer moet zich hebben afgevraagd of de VNA de voorafgaande jaren haar taken naar behoren had verricht en met welke resultaten. De commissie moet zich ook hebben afgevraagd wat de Antilliaanse én Nederlandse ministers die door VNA werden geïnformeerd met die informatie deden. Een antwoord op die vragen in het rapport van de commissie zou de Antilliaanse en vooral de Nederlandse politiek bestuurders sterk in verlegenheid hebben gebracht. Dat niet alleen, het zou de betrokkenheid van de regeringen van de Antillen en bovenal van Nederland bij de beheersing van de mei-revolte klip en klaar in beeld hebben gebracht. Die zou een markant falen te zien hebben gegeven.
Dergelijke vragen moeten juist daarom buiten het rapport zijn gebleven. Het beeld van de revolte als een exclusief eilandelijke aangelegenheid heerst tot de dag van vandaag. Het moederland werd, zo is de redenering, er noodgedwongen bij betrokken om orde en gezag te herstellen. De Antilliaanse en Nederlandse regering troffen geen blaam. De gezaghebber, de commissaris en het politiekorps dienden als zondebokken.
Meer weten over de revolte van 30 mei ’69 dan lees je mijn Geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (1839-2010); Geboeid door macht en onmacht. Even doorklikken naar www.klasse-oplossingen.nl voor een voordelig exemplaar uit de restantverkoop.
3.-Mei-69-Otrobanda-in-brand-marinefotograaf-coll.-Smit
*Alle foto’s zijn afkomstig uit het privé-archief van B.M. Smit, Leiderdorp, genomen door de fotograaf van de Koninklijke Marine

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (11)

rbakels
rbakels31 mei 2016 - 6:50

Het is goed je te realiseren dat Curaçao maar piepklein is, en dat buiten Willemstad het eiland heel leeg is.

Marri2
Marri230 mei 2016 - 20:26

Het is lang geleden , maar wat gebleven is , is de bestuurlijke incompetentie,, vriendjespolitiek, corruptie etc. Wat ik niet helemaal begrijp is, wat is nu de relevantie / noodzaak voor een boek over een voorval van ruim 50 jaar gelden? Interessanter zou zijn om eens een boek te schrijven over de corruptie van vandaag de dag. Mn de strapatzen van de Italiaanse maffia met hun gokmaffia via lokale casino's maar mn de internet goksites , die op de eilanden ( Curacao maar mn ook St Marten , ) vrijspel heeft en ee lokale politiek in een ijzeren greep houdt. De Sp , bij mondje van Ronald van Raak heeft daar uitgesproken meningen over en dat gaat binnenkort escaleren

1 Reactie
Aart G. Broek
Aart G. Broek31 mei 2016 - 4:55

@ Marri / Dank voor je respons. Deze column is gebaseerd op onderzoek dat deel uitmaakt van een veel groter geheel, nl. de geschiedenis van de politie van de Nederlands-Caribische eilanden vanaf ca. 1839 tot in 2010. Het boek behandelt dus niet alleen de revolte van mei '69 en de reactie daarop. De gebeurtenissen van mei '69 en het politieoptreden vormen vanzelfsprekend een integraal onderdeel van die politiegeschiedenis. Evenzo relevant zijn de Nederlandse en eilandelijke 'incompetentie, vriendjespolitie, corruptie etc.' en de wijze waarop daarop wordt gereageerd, justitieel en politieel, onder meer door het ontstaan van het Reserche Samenwerkingsteam (RST), de inzet van de Koninklijke Marechaussee, de Kustwacht. De relevantie van die historische kennis is veelzijdig, onder meer is het - in onderhavig geval - misschien wel verstandig te onderkennen dat het toeschuiven van de rol van zondebok niet iets is van vandaag of gisteren, maar een lange geschiedenis kent. Het zou ook wel eens iets kunnen zijn, waar Van Raak en de zijnen rekening mee moeten houden. Zij zouden ook 'zondebokken' kunnen aanwijzen, die feitelijk pionnen zijn in een veel groter geheel met boosdoeners die buiten schot blijven.

Bram Emanuel
Bram Emanuel30 mei 2016 - 10:23

Wat ik in dit verhaal mis is de reden van die onlusten. Waarom was de bevolking kwaad en wat hadden bestuurders moeten doen om het niet zover te laten komen?

3 Reacties
voxpopuli2
voxpopuli230 mei 2016 - 10:54

je kan het boek kopen :-) of zie anders : https://nl.wikipedia.org/wiki/Trinta_di_mei

De redactie van Joop zijn een stel hypocrieten
De redactie van Joop zijn een stel hypocrieten30 mei 2016 - 17:10

Dat is exact de vaderlandse naiviteit waar we het over hebben. Jarenlang schoffeer je mensen en als mensen boos worden dan vragen ze: 'waar ben je nou zo boos over?'

Aart G. Broek
Aart G. Broek31 mei 2016 - 5:01

@ Bram / De column is gebaseerd op onderzoek dat is verwerkt in mijn studie De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (1839-2010). Hierin ga ik ook in op de (sociaal-economische en -etnische) oorzaken van de revolte. Voor een column is dat geen doen. Bovendien lijkt mij een column over de revolte van jaren terug iets naar voren te moeten schuiven dat nauwelijks of niet bekend is en bij voorkeur ook nog iets illustreert dat ook nu nog relevant is om op te merken. Het aanwijzen van zondebokken in lagere echelons is zo'n relevant punt, lijkt mij. Terzijde, van het boek resteert nog alleen een restant; exemplaren zijn alleen nog tegen sterk gereduceerde prijs te verkrijgen; mailtje naar mij voor meer info: agbroek@planet.nl

Jan de Boer2
Jan de Boer230 mei 2016 - 9:42

Voor een wat bredere context. Andere tijden heeft hier een mooie aflevering over: http://www.vpro.nl/speel.POMS_VPRO_215508.html

1 Reactie
De redactie van Joop zijn een stel hypocrieten
De redactie van Joop zijn een stel hypocrieten30 mei 2016 - 17:23

Prachtige documentaire, hartelijk dank!

voxpopuli2
voxpopuli230 mei 2016 - 9:08

Iets dergelijks voltrekt zich nu ook in Suriname , gisteravond een ontluisterende documentaire gezien waar duidelijk blijkt dat dat land aan elkaar hangt van incapabele bestuurders en adviseurs die ongebreideld zichzelf bevoordelen ten opzichte van de steeds armer wordende bevolking. De enige oplossing die zij nu zien is een imf lening waardoor de bevolking het nog zwaarder gaat krijgen. In plaats van meer werk te steken in de ontginning van grondstoffen of daar iets mee te doen ipv alleen producent spelen..

1 Reactie
msj_meijerink
msj_meijerink30 mei 2016 - 11:54

Maar het ergste van alles vind ik dat dit allemaal was te voorzien?