
Er was nog nooit zoveel geconcentreerde reclame voor de middelen Ozempic en Wegovy als in de afgelopen dagen. Verantwoordelijk hiervoor is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze legde een aantal media waaronder NRC, De Telegraaf en de Volkskrant zware boetes op omdat de inspecteurs redactionele berichtgeving over Ozempic en Wegovy als reclame aanmerkten. U merkt dat ik nu niet schrijf waar deze middelen tegen helpen. U weet dat ongetwijfeld zelf wél. Dus het hoeft niet maar tegelijkertijd wil ik voorkomen, dat de IJG ook achter Joop aangaat.
En terecht. Nederland blijkt een persbreidel te kennen. Wat is dat nou weer voor een woord? Deze term komt uit Nederlands Indië. Daarmee kon de gouverneur-generaal onwelgevallige publicaties beboeten, bestraffen en verbieden. De verantwoordelijk minister Sophie Hermans lijkt dergelijke persbreidel opnieuw in te voeren. Dat heeft zelfs Colijn nooit aangedurfd.
Ondertussen liggen de namen van deze geneesmiddelen op ieders lip want de getroffen media zijn woedend en accepteren het niet. Op deze manier kun je niet veilig en zonder angst voor sancties van de overheid berichten over gezondheidszorg, zo betogen zij. Op deze manier heeft de IGJ zelf de beide middelen extra onder de aandacht gebracht. Dat zal veel mensen er toe brengen om nog eens te googlen. Dat niet alleen. Sinds corona wantrouwen een paar miljoen Nederlanders alles wat de staat op dit gebied te berde brengt. Die denken nu dat er elitebelangen zitten achter deze actie. Dan moet er wel iets goeds aan die middelen zijn, als wij gewone mensen het niet mogen weten.
Als de IGJ de informatie over Ozempic en Wegovvy onevenwichtig vindt, had ze meer succes geboekt door haar kant van de zaak in dezelfde media onder de aandacht te brengen. Daar zijn heel wat middelen voor: persberichten, persconferenties, je laten interviewen. Daar waren de nu beboete media zeker op ingegaan want dan heb je een spraakmakende follow-up. Het ministerie van Sophie Hermans hangt scheef van de communicatiemedewerkers. Daar is - mogen wij hopen - niet naar geluisterd. Anders wordt het tijd voor beoordelingsgesprekken.
U denkt nu: wat een drukte om niks. De rechter veegt zulke flauwekul onmiddellijk van tafel. Dat is buiten de rechterlijke waard gerekend. Er ligt namelijk al een uitspraak. Verleden jaar legde de IGJ stevige boetes tot €48.560 op aan DPG Media omdat in het vrouwenblad Flair en het regionale dagblad De Stentor interviews hadden gestaan met gebruikers van Ozempic en Wegovy. Zij hadden daar, vertelden zij enthousiast, veel baat bij. Omdat, naar het inzicht van de IGJ, de artikelen wel een eenzijdig positieve indruk bij de lezers moesten achterlaten, kwalificeerde ze het als reclame. En reclame voor geneesmiddelen die je alleen op recept van de dokter kunt krijgen, is bij wet verboden.
Uiteraard stapte DPG Media onmiddellijk naar de Amsterdamse rechtbank. De rechters mr. C.M. Delstra, mr. M.M. Verberne en mr. W.M. Speksnijders verklaarden het beroep op 10 april 2026 ongegrond. Waarom deden ze dat? Om te beginnen stelden Delstra, Verberne en Speksnijder vast dat zowel de Raad van State als het Hof van Justitie van de Europese Unie het begrip reclame zeer ruim uitleggen als het gaat om geneesmiddelen die zonder recept van de dokter niet vrij verkrijgbaar zijn.
¨Wanneer de informatie een letterlijke en onverkorte weergave van de bijsluiter of van de samenvatting van de productkenmerken, zoals door de bevoegde autoriteit inzake geneesmiddelen goedgekeurd, is en niet gepaard gaat met enig bijkomend element dat voor een kwalificatie als reclame pleit, is geen sprake van reclame. Of het verstrekken van bepaalde informatie al dan niet een reclamedoelstelling nastreeft, moet door de nationale rechter worden vastgesteld op basis van een concreet onderzoek van alle relevante omstandigheden van het betrokken geval¨, schrijven deze drie rechters.¨
In dit licht lazen de drie rechters de artikelen in Flair en de Stentor. Zij vonden te weinig contra-informatie en redactionele slagen om de arm. Over de stukken in Flair schrijven zij onder meer :
¨Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de keuze van eiseres, althans (de redactie van) Flair, voor een publicatie aan de hand van het verhaal van drie vrouwen, die vertellen dat zij dankzij het gebruik van Ozempic (erg) veel zijn afgevallen, en waarin een nagenoeg ééndimensionale weergave van de positieve effecten van Ozempic wordt gegeven, een reclamedoelstelling af te leiden. Het gaat er bij die doelstelling om wat de publicatie bij de lezers teweeg brengt. Zoals verweerder op de zitting aangaf: dat de lezer die ‘t aangaat denkt, ‘dat wil ik hebben’. In dit verband is bijvoorbeeld relevant dat, mede door de opmaak van het artikel, in het oog springen: “In week 1 raakte ik al 3 kilo kwijt” (op de voorpagina), “Wondermiddel: Zij vielen snel -en flink- af met Ozempic” (in de inhoudsopgave), “Voor mij is het een WONDERMIDDEL” (in de kop van het artikel), en “na dertig jaar lijnen kwam dit medicijn als een geschenk uit de hemel” (in een korte tekstinzet). Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze tekstregels moeilijk anders aangemerkt worden dan het aanprijzen van Ozempic en daarmee het beïnvloeden van de lezer van het artikel. De vermelding in het artikel dat Ozempic een “omstreden afvalmiddel” is, dat het oorspronkelijk is ontwikkeld voor diabetes en dat één van de gebruikers last had van bijwerkingen, zoals misselijkheid, diarree en haaruitval, doen aan het lovende karakter van het artikel nauwelijks af en maakt in ieder geval niet dat sprake is van een zuiver informatief artikel¨.
Over De Stentor houden Delstra, Verberne en Speksnijder een vergelijkbaar verhaal. Daarom ging DPG Media in de ogen van de rechters terecht nat.
Peter Klok, de hoofdredacteur van de Volkskrant, heeft het in het verband met de meest recente boetes over censuur. Op deze manier kunnen kranten niet meer met goed fatsoen over ontwikkelingen in de gezondheidszorg berichten zonder de hijgende adem van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de nek, die met zware sancties dreigt. In de uitzending van het Mediaforum woensdagochtend op NPO1 werd vermeld dat journalisten bij het Dagblad van het Noorden al waarschuwende mailtjes van hun hoofdredactie kregen: 'wees voorzichtig. We hebben geen zin in boetes.' Als de rechtszaken die nog in het vat zitten, aflopen in de geest van Delstra, Verberne en Speksnijder kan er niet meer vrij bericht worden over een groot aantal geneesmiddelen. Dan is - zegt Klok terecht - censuur een feit.
Er zijn uiteenlopende manieren om hier als medium op te reageren. De volgende tips zijn ontleend aan de geschiedenis van de media.
1. Als een artikel een boete van de IGJ kan opleveren, dan maak je het gewoon op. Er komt ruimte voor op de site, in de sociale media en op papier. Vervolgens laat je die ruimte leeg. Je schrijft alleen maar: dit artikel wordt uit voorzorg niet gepubliceerd vanwege het boetebeleid van de IGJ. Zo kunnen de lezers zien dat hen iets onthouden wordt.
2. Je plaatst op deze plek in navolging van de Estado de São Paulo en de Jornal da Tarde tijdens de Braziliaanse militaire dictatuur in plaats van het gewraakte artikel kookrecepten. Christelijke dagbladen hebben als alternatief de bijbel, met name de Spreuken, Prediker en de psalmen. Passages uit de toneelstukken van Vondel zijn ook heel bruikbaar voor dit doel.
3. Je legt het artikel voor aan de IGJ en vraagt om een oordeel. Dan kun je er nog voor kiezen om met toelichting de betreffende kolomen leeg te laten. Of als er geen of welwillend commentaar komt, zet je er boven: ¨Goedgekeurd door de censor van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
4. Een volstrekte boycot van alle voorlichting die wordt verspreid door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voorlichters en andere ambtenaren worden niet te woord gestaan. Aan je informatie kom je door middel van vrije nieuwsgaring. De persvrijheid is hier in het geding. Dat vereist radicale maatregelen. Uiteraard dient dit alles in grote openheid te geschieden. Er bestaat een vertrouwensbreuk tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de media.
Een combinatie van deze vier strategieën is aan te bevelen.
De uiteindelijk verantwoordelijke voor deze ellende is uiteraard de minister zelf, Sophie Hermans (VVD). Het boetebeleid van haar inspectie is contraproductief. Het wekt alleen maar wantrouwen en woede bij de media en de burgerij. Zij dient haar overijverige ambtenaren in te tomen omdat hun hihahandhaven het tegendeel bereikt van wat wordt geoogd. Zij en alleen zij bepaalt uiteindelijk hoeveel zout of welke slakken gelegd worden. De wet geeft mogelijkheden tot het opleggen van bestuurlijke boetes. Ze verplicht daar niet toe.
Je kunt je zelf afvragen of dit niet Chefsache moet zijn. Deze aanval op de media is de zoveelste buts in het al gehavende harnas van premier Jetten. Hij wil toch niet te boek staan als de premier van een regering die een persbreidel invoert.
Vraagje: is dit dan de vrijheid voor wie we niet alleen onze portemonnee maar ook nog ons leven veil moeten hebben? Met andere woorden: we hebben al genoeg bestuurlijke flauwekul in Nederland die tot grote problemen leidt. Begraaf je niet in je eigen gelijk. Stop hiermee.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo´n schandelijke compensatie geboden krijgt voor nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: Jelle van Baardewijk: mist of gezond verstand?