
Vandaag is Rob Jetten benoemd tot minister-president. Het COC reageerde snel en sprak van een historisch moment. Dat is het ook. Voor veel mensen is het betekenisvol dat iemand die openlijk homoseksueel is het hoogste ambt bekleedt. Zichtbaarheid doet ertoe. Het laat zien dat seksuele oriëntatie geen belemmering hoeft te zijn voor politieke macht. Maar precies op dit punt begint het echte gesprek. Want een historische benoeming is geen beleidswijziging. En beleid is uiteindelijk wat het dagelijks leven van mensen bepaalt.
In publieke discussies ontstaat snel het idee dat representatie gelijkstaat aan vooruitgang. Alsof de aanwezigheid van een openlijk homoseksuele premier automatisch betekent dat queerrechten veiliger zijn of dat emancipatie een nieuwe fase ingaat. Dat is begrijpelijk, maar ook riskant.
Politiek draait om keuzes: over begrotingen, prioriteiten, investeringen en bezuinigingen. Die keuzes raken mensen, ongeacht hun seksuele oriëntatie. Binnen de queer gemeenschap bestaan dezelfde sociaaleconomische verschillen als daarbuiten. Er zijn mensen met zekerheid en kansen, en er zijn mensen met schulden, psychische kwetsbaarheid of een instabiele arbeidspositie. Queer zijn beschermt niet tegen bredere maatschappelijke ontwikkelingen.
Als zorg onder druk staat, raakt dat queer mensen net zo goed als anderen. Als sociale zekerheid wordt versoberd, geldt dat voor iedereen die daarvan afhankelijk is. Dat is geen identiteitspolitiek punt, maar een sociaal punt. Juist daarom is het opvallend wanneer een belangenorganisatie vooral de symboliek benadrukt, maar minder nadruk legt op de structurele keuzes die worden gemaakt.
De discussie over transzorg laat zien hoe dat spanningsveld werkt. Wachttijden zijn lang, procedures zijn complex en de druk op de geestelijke gezondheidszorg is hoog. Dat raakt een specifieke groep binnen de gemeenschap. Een historische benoeming verandert daar niets aan. Alleen gerichte beleidskeuzes doen dat.
Hetzelfde patroon zagen we bij het Regenboogakkoord. Partijen tekenden, maar met voorbehouden op wezenlijke punten zoals acceptatieplicht in het onderwijs en internationale bescherming van LHBTI-personen. Dat zijn fundamentele rechten. Een akkoord met voorbehoud betekent dat rechten afhankelijk worden van politieke ruimte.
Hier wordt de rol van het COC cruciaal. Een belangenorganisatie moet niet alleen blij zijn dat partijen tekenen, maar ook helder zijn over wat een voorbehoud betekent. Wanneer wordt een grens overschreden? Wanneer is steun onvoldoende?
Het COC heeft historisch een dubbele rol gehad: gesprekspartner van de politiek én activistische stem van de gemeenschap. Die combinatie gaf kracht. Maar wie structureel aan tafel zit, ontwikkelt relaties. En wie relaties onderhoudt, wordt soms voorzichtiger in publieke kritiek. Dat vraagt waakzaamheid.
Het gaat hier niet om het neerzetten van de queer gemeenschap als zieliger dan anderen. Sociaaleconomische problemen komen overal voor. Wat hier speelt, is dat identiteit op zichzelf niets oplost. Emancipatie betekent dat de structurele positie van mensen verbetert. Dat zorg toegankelijk is. Dat discriminatie wordt aangepakt. Dat veiligheid vanzelfsprekend is.
Misschien is dit het moment om de volgorde opnieuw te bepalen. Eerst de analyse van beleid, dan de waardering van symboliek. Eerst duidelijkheid over wat een kabinet daadwerkelijk gaat doen, dan de felicitaties.
Een historische benoeming verdient erkenning. Maar erkenning zonder kritische reflectie op beleid maakt een belangenorganisatie smaller dan ze zou moeten zijn. Het echte historische moment zal niet worden bepaald door wie vandaag is beëdigd. Het zal worden bepaald door wat er de komende jaren daadwerkelijk verandert. En dat gesprek begint niet bij identiteit, maar bij beleid.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.