Vanochtend heb ik met gespitste oren zitten luisteren naar ‘De ochtend’ op radio1. Minister Bussemaker van onderwijs was in de uitzending en sprak met de presentatoren over het leenstelsel dat dinsdag in de Eerste Kamer wordt besproken. Het gaat een spannend debat worden, want ook rondom het leenstelsel heeft het kabinet de senatoren niet onder controle. Halverwege het interview redde de minister zich uit een vraag door naar een leugentje te grijpen. Ze beweerde in gesprek te zijn met diverse vertegenwoordigers van studenten. FNV Jong werd nadrukkelijk genoemd. En laat FNV Jong nou juist de organisatie zijn die consequent door de minister buiten de deur gehouden wordt.
De aanleiding voor presentatoren Bert Kranenbarg en Ghislaine Plag om FNV Jong in het gesprek te benoemen, was het onderzoek dat FNV Jong de afgelopen week samen met LAKS en JOB in het nieuws gepresenteerd heeft. Deze jongerenorganisaties hebben onderzocht hoe het nu eigenlijk zit met de leenstelsel-kennis van jongeren. De resultaten van het onderzoek zijn glashelder en keihard: jongeren hebben geen idee wat hen te wachten staat. Bussemaker werd aan de tand gevoeld over de onwetendheid van jongeren rondom het leenstelsel en de voorlichting van haar kant. De minister antwoordde als volgt op de vraag die haar gesteld werd:
Ik constateer dat we al langer bezig zijn met voorlichting, maar ik moet ook voorzichtig zijn met voorlichting zolang ik nog geen goedkeuring van de Eerste Kamer heb. Dus op het moment dat de Eerste Kamer instemt met dit wetsvoorstel kan ik ook losgaan met de voorlichting en dan krijgen alle 6-vwo en 5-havo leerlingen een brief van mij. Dan gaan we ook met de mbo-4 studenten aan de slag.
In gesprek met jongeren Bert Kranenbarg en Ghislaine Plag zagen dit blijkbaar ook als een heikel punt en vroegen de minister hoe het zat met de voorlichting bij die grote groep jongeren. De minister schoof het probleem echter onder het tapijt:
Die [jongeren] zijn makkelijker te vinden, want die zitten al op de universiteit. En die weten wat studeren behelst en wat het betekent. Maar dat is ook zeker een aandachtspunt.
Ik ben natuurlijk met die organisaties ook veelvuldig in gesprek.
Op de vervolgvraag waarom ze FNV Jong en de LSVb dan nog niet had overtuigd:
Ik ben wel in goed gesprek met ze.
Opvallend toch dat wij niks van dat gesprek weten… De minister is nog nooit het gesprek aangegaan met FNV Jong. Als bestuurslid van de jongerenbond kan ik dat weten. Hier wordt glashard gelogen. Ik had best met de minister in gesprek willen gaan, dan had ik haar kunnen uitleggen dat het leenstelsel de ontwikkeling van grote groepen jongeren remt. Dat de extra bijbaantjes die nodig zijn om een studie met het leenstelsel te bekostigen ten koste gaan van studieresultaten. Dat de daling in vraag naar studentenwoningen zo groot is dat de kwetsbare bouwsector er last van gaat krijgen. Dat de studieschuld van veel studenten zo hard oploopt dat zelfs in 35 jaar aflossen niet meer mogelijk gaat zijn. Dat de staatsschuld door dit plan oploopt, waardoor de generatie huidige studenten dubbel genaaid wordt. Dat de investeringen in het onderwijs die voor het leenstelsel in de plaats zouden komen nergens terug te vinden zijn. Maar helaas, de minister heeft misschien alleen maar nachtmerries van dit gesprek gehad. Of de minister heeft het deze dagen veel te druk met het intimideren van Eerste Kamerleden die dreigen haar dierbare wet te ondermijnen.
Tegeltjeswijsheden als ‘eerlijk duurt het langst’ worden in ieder geval aan gort geslagen. Als de minister al niet eerlijk durft te zijn over het contact met haar criticasters buiten Den Haag, hoe eerlijk is zij dan in gesprek met de Senaat? En hoe geloofwaardig is zij dan voor de (aankomende) studenten die krom moeten liggen voor haar nieuwe wet? Oplichten gaat de minister blijkbaar beter af dan voorlichten.