
Een bekentenis.
Toen ik de lagere school verliet en mij een Bijbel ten geschenke werd gedaan door het hoofd der school was mijn eerste gedachte om het ding te verkopen.
Helemaal niet vanwege de inhoud van het gebodene of door een ernstige vorm van leesluiheid, integendeel. Lezen deed, en doe ik erg graag, en veel van de spannend, Bijbelse Sodom en Gommorra ging er in als Gods woord in een ouderling.
De ingeving kwam vooral door het feit dat ik al jong werd bevangen door de heilige handelsgeest. Spullen ruilen, verkopen en weer met winst van de hand doen, een magisch ritueel. Via de eerste stappen op ruilbeurs en Koninginnedagkleedje zag ik al snel in álles handelswaar en met name in boeken. Uitsluitend de taaie lijm op het dunne sigarettenpapier waarop de Bijbel leek te zijn afgedrukt behoedde het object voor de gang naar het antiquariaat.
De school had een stevig papiertje met mijn naam, ondertekend door het hoofd der school, voorin de Bijbel geplakt en maakte het daarmee tot een onvervreemdbaar en onverkoopbaar exemplaar. De betreffende titelpagina uitscheuren was nooit een overweging en zelfs in stripboeken zette ik nooit mijn naam. Dat soort behandeling kwam mij allemaal voor als onomkeerbare verminking van het werk en niet eens vanwege de handelswaarde maar veel eerder uit mijn respect voor boeken. Papieren schatten die ontzag afdwongen en waarin je liefst geen ezelsoor maakte. Heilige dragers van woord en beeld die in zo maagdelijk mogelijke staat in de kast thuis hoorden.
Twee keer kwam een door mij uitgeleend boek teleurstellend ‘stukgelezen’ terug. Een gebroken gekromde rug waarin je de achteloosheid van de lezer terug zag. Ik gruwde bij het beeld van de lezeres die in haar strandstoel gezeten, met éen hand de pagina’s zover terugduwde dat cover en achterplat elkaar raakten. De gelijmde rug week en herschikte zich om nooit meer in zijn perfect hoekige vorm bij mij terug te keren. Éen lenende lezeres had berouw en kocht voor mij een nieuw exemplaar. De ander verontschuldigde zich zelfs niet voor de nagelaten eet- en drinksporen in mijn boek. En het derde boek kwam zelfs helemaal niet meer terug. Een doodzonde die de vluchtige mens kenmerkt.
Personen die boeken mishandelen deugen niet en dienen direct afgevoerd van de Kerstkaartenlijst. Op z’n minst. Na drie pogingen leende ik nooit meer uit, maar gunde ik iemand het genot van weer zo’n steengoed boek dan kocht ik het gewoon en schonk ik het diegene op z’n verjaardag. Problemen lossen zich soms simpel op en een boek blijft altijd een welkom cadeau.
Het schoolbijbeltje redde zichzelf derhalve van de ondergang en staat nog altijd in de kast. Niet écht vooraan maar voor mijn collectioneurs-oog makkelijk te spotten. Lezen zal ik het niet snel meer, maar dat schijnt bij het ouder worden ineens weer om te kunnen slaan, en niet alleen bij de gelovigen onder ons.
Moge Hij ons allen vergeven en vervullen van het heilig inzicht.