
Beste Jesse,
Afgelopen week keek Nederland naar Oldebroek. Op het eerste gezicht leek het te gaan over een regenboogvlag, een asielzoekerscentrum en een nieuw gemeentebestuur dat een andere koers kiest. Maar terwijl ik de beelden van de demonstraties en het debat in de gemeenteraad zag, dacht ik vooral aan iets anders. Dit gaat allang niet meer over een vlag. Oldebroek laat zien hoe de politieke strijd in Nederland verandert en waarom juist progressieve partijen zich daar veel meer rekenschap van moeten geven.
De afgelopen zeven jaar heb ik als Statenlid van de PvdA in Fryslân honderden gesprekken gevoerd. Niet alleen in Leeuwarden of Heerenveen, maar juist in dorpshuizen, sportkantines en aan keukentafels. Daar hoorde ik zelden dat mensen zich uitsluitend zorgen maakten over hun inkomen of de zorg. Veel vaker hoorde ik dat zij het gevoel hadden dat de landelijke politiek hen niet meer zag, hun manier van leven niet meer begreep en vooral óver hen sprak in plaats van mét hen.
Juist daarom noem ik Oldebroek. Ik zie Oldebroek als een plek waar ontwikkelingen zichtbaar worden die zich ook elders voordoen. Van de Veluwe tot Oost‑Groningen, van Zeeland tot Fryslân groeit het gevoel dat de afstand tussen politiek en samenleving groter wordt.
In dat speelveld opereert wethouder Tom de Nooijer bijzonder handig. Hij begrijpt als weinig anderen hoe sociale media werken en hoe je een lokaal besluit kunt laten uitgroeien tot een landelijke politieke discussie. Zijn verzet tegen een asielzoekerscentrum, het beëindigen van het regenboogbeleid en de nadruk op identiteit zijn geen losse dossiers, maar vormen samen een herkenbare communicatiestrategie. Culturele thema's krijgen nu eenmaal meer aandacht dan een debat over woningbouw, bereikbaarheid of de toekomst van voorzieningen.
Ik noem dat radicaal rechts populisme. De Nooijer heeft de onrust niet veroorzaakt, maar hij begrijpt wel hoe je bestaande gevoelens van onvrede kunt bundelen, versterken en via sociale media kunt omzetten in politieke invloed. Dat is communicatief effectief. De vraag die mij bezighoudt is of het Nederland werkelijk verder helpt.
En daar begint mijn zorg over onze eigen beweging. Jesse, jij hebt misschien wel een van de beste politieke antennes van je generatie. Juist daarom verbaast het mij dat PRO de groeiende onrust in de regio nog onvoldoende weet te vertalen naar een eigen verhaal. Te vaak bestrijden we de agenda van rechts, terwijl de echte uitdaging is om zelf weer de agenda te bepalen. Dat vraagt om een andere manier van luisteren.
Tijdens mijn jaren in Fryslân heb ik geleerd dat verkiezingen worden gewonnen door eerst te begrijpen waarom mensen zich niet meer gehoord voelen. Juist daar laten progressieve partijen kansen liggen. We reageren vaak op de agenda die anderen bepalen, terwijl we opnieuw zelf zouden moeten bepalen waar het politieke debat over gaat.
Daarom mijn oproep aan jou. Ga de regio weer in. Niet alleen tijdens verkiezingen, maar structureel. Luister meer dan je zendt. Maak bestaanszekerheid, leefbaarheid en regionale ontwikkeling opnieuw het hart van het verhaal. Niet om de cultuurstrijd van rechts over te nemen, maar om haar overbodig te maken met beter bestuur en zichtbaar leiderschap.
Misschien is Oldebroek over een paar weken weer uit het nieuws. Maar de gevoelens die daar zichtbaar werden, verdwijnen niet. Mijn vraag aan jou is daarom eenvoudig. Wacht PRO tot de volgende Oldebroek zich aandient, of kiest de partij ervoor de regio opnieuw centraal te zetten?
De sociaaldemocratie is niet groot geworden door mensen te vertellen wat zij moesten vinden. Zij werd groot doordat mensen zich erin herkenden. Misschien is dat wel de belangrijkste les die Oldebroek ons heeft geleerd.
Hartelijke groet,
Jaap Stalenburg
Voormalig Statenlid PvdA Fryslân
Journalist en communicatieadviseur