
Acceptatie van homoseksualiteit onder middelbare scholieren neemt in Nederland schrikbarend af. Volgens de laatste cijfers uit het vierjaarlijks Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-onderzoek, een initiatief van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut, staat 22% van de jongens positief tegenover homoseksualiteit; vier jaar eerder was dat nog 40%. De acceptatie van homoseksualiteit onder meisjes daalde in die periode van 78% naar 51%.
In tijden van polarisatie, religieus extremisme en manosfeer-influencers zijn dit verontrustende cijfers. Des te opmerkelijker dat een beroepsvereniging als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) zich al jaren in een angstvallig stilzwijgen hult over deze toenemende homohaat, zoals ik eerder in 2022 in De Morgen en in 2024 in de Volkskrant heb betoogd. Dat is niet alleen in tegenspraak met de zogenaamde ambitie van het NIP om bij te dragen aan het versterken van een veerkrachtige samenleving, die hardnekkige stilte doet bovenal geen recht aan de gemaakte progressie in het vakgebied. Homoseksualiteit wordt volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) immers al ruim een halve eeuw(!) niet meer als afwijking gezien.
Die DSM, waarvan in 2013 de laatste (vijfde) editie verscheen, geldt internationaal als hét naslagwerk dat definieert wie geestelijk gezond is en wie niet. Dat handboek verschijnt onder auspiciën van de American Psychiatric Assocation (APA), de invloedrijkste beroepsvereniging van psychiaters ter wereld. In de eerste editie van de DSM, uit 1952, stond homoseksualiteit nog bovenaan de lijst met seksuele perversies. Homo’s en lesbiennes mochten daarom worden gestraft voor hun verderfelijke voorkeuren en gedwongen tot ‘genezing’. De meeste psychiaters en psychologen beschouwden homoseksualiteit destijds als aangeleerd gedrag. Gedrag dat dus ook weer afgeleerd kon worden – bijvoorbeeld door castratie, lobotomie of conversietherapie waarin homoseksuelen en lesbiennes elektrische schokken kregen bij het zien van erotische foto’s van mensen van hetzelfde geslacht. Behandeling zou niet alleen goed zijn voor de betrokkenen zelf, maar juist ook voor de maatschappij.
Tegen die omstreden behandelmethoden en bedenkelijke opvatting trok een aantal jonge activistische psychologen en psychiaters in mei 1970 ten strijde op de jaarlijkse APA-conventie. Het bleek de opmaat voor meer dialoog en groeiende twijfel of homoseksualiteit wel een ziekte was. Hun campagne, onderwerp van de ijzersterke documentaire Cured, leidde ertoe dat de APA op 15 december 1973 homoseksualiteit als geestesziekte officieel schrapte uit de DSM. Miljoenen mensen waren in één keer mentaal weer gezond.
De beroepsvereniging van psychologen heeft jegens de maatschappij de morele plicht telkens als homofobie de kop opsteekt, zoals nu blijkt uit het HBSC-onderzoek en binnenkort vast weer uit ander onderzoek, expliciet op deze stap voorwaarts in onze beschaving te wijzen. Bijvoorbeeld de KNVB heeft tijdens de Canal Pride met een eigen boot met daarop diverse voetbalprominenten al meermalen van zich laten horen over de oprukkende homohaat op de voetbalvelden. Het kennelijk nogal conservatieve NIP-bestuur volhardt evenwel in een hardnekkig zwijgen. Wil het NIP meer bijdragen aan een veerkrachtigere samenleving dan louter het formuleren van een papieren ambitie, dan zal het bestuur eindelijk eens onomwonden met een publiek statement uit de kast moeten komen. Blijft dat uit, dan roept hopelijk de ledenraad van de beroepsvereniging dat bestuur ter verantwoording.
Dr. Vittorio Busato is psycholoog, auteur en journalist.